Wetgevingsadviezen
2020/55 Adviezen nota van wijziging herimplementatiewet EAB (9 november en 18 december 2020)
- 2020/55 Pre-advies Concept Nota van Wijziging Wetsvoorstel herimplementatie EAB (pdf, 258 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/55 Pre-advies Concept Nota van Wijziging Wetsvoorstel herimplementatie EAB (pdf, 122 KB)
- 2020/55 Advies II Nota van Wijziging wetsvoorstel herimplementatie EAB (pdf, 286 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/55 Advies II Nota van Wijziging wetsvoorstel herimplementatie EAB (pdf, 136 KB)
In november 2019 adviseerde de Raad over de eerste versie van de Nota van Wijziging bij de herimplementatiewet EAB. Deze Nota diende er vooral toe de Overleveringswet in overeenstemming te brengen met de inzichten uit recente arresten van het Hof van JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht., met name de arresten Wolzenburg en Poplawski I en II. Enkele suggesties die in het eerste advies zijn gedaan, zijn overgenomen in de tweede versie van de Nota. Voorts bevat deze nieuwe versie bepalingen ter implementatie van het arrest C-510/19 van het Hof van Justitie (24 november 2020). De Raad wijst erop dat deze Nota nog geen volledige verwerking van het arrest C-510/19 oplevert. Bovendien heeft het de voorkeur de bevoegdheden die nu worden overgeheveld van de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. naar de rechter-commissaris, aan de rechtbank (de IRK) toe te kennen.
2020/54 advies wijziging van het besluit politiegegevens (16 december 2020)
- 2020/54 advies wijziging van het besluit politiegegevens (pdf, 177 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/54 advies wijziging van het besluit politiegegevens (pdf, 65 KB)
Dit Besluit betreft een wijziging van het Besluit politiegegevens, strekkende tot het mogelijk maken van het in bepaalde gevallen weigeren van afgifte van een verklaring omtrent gedrag op basis van politiegegevens. Politiegegevens vormen in bepaalde gevallen een zelfstandige weigeringsgrond voor de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG). Het Besluit geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2020/53 Advies wijziging Handelsregisterbesluit 2008 i.v.m. de introductie van de openbare akkoordprocedure buiten faillissement (16 december 2020)
- 2020/53 Advies wijziging handelsregisterbesluit 2008 (pdf, 183 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/53 Advies wijziging handelsregisterbesluit 2008 (pdf, 167 KB)
Het conceptbesluit bevat bepalingen die het Handelsregisterbesluit 2008 wijzigen ter uitvoering van de Wet homologatie onderhands akkoord (Whoa) en de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen. Ter uitvoering van de Whoa voorziet het conceptbesluit in de verstrekking door de griffieAdministratieve afdeling van een gerecht. van de betrokken rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. aan de Kamer van Koophandel van gegevens ter inschrijving in het Handelsregister. Het gaat daarbij om de datum waarop een openbare akkoordprocedure is geopend en de datum waarop een openbare akkoordprocedure is beëindigd. Mits gewerkt wordt met een duidelijk formulier is het aanleveren van deze gegevens werkbaar voor de insolventiegriffies. Het conceptbesluit leidt tot extra werk voor de insolventiegriffies, maar de extra handelingen kosten niet veel tijd en het gaat om weinig zaken. De verwachting is daarom dat het conceptbesluit niet zal leiden tot een substantiële toename van de werklast.
2020/52 Advies wetsvoorstel seksuele gerichtheid (9 december 2020)
- 2020/52 Advies wetsvoorstel seksuele gerichtheid (pdf, 182 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/52 Advies wetsvoorstel seksuele gerichtheid (pdf, 126 KB)
Dit voorstel strekt tot wijziging van twee wetten: de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) en het Wetboek van Strafrecht (Sr). In beide wetten wordt voorgesteld de term ‘hetero- of homoseksuele gerichtheid’ te vervangen door de term ‘seksuele gerichtheid’. Daarnaast wordt voorgesteld om aan de discriminatiegronden in artikelen 137c en 137e Sr genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken toe te voegen. De Raad doet in het advies twee suggesties van meer redactionele aard.
2020/51 Advies Verzamelwet J&V (9 december 2020)
- 2020/51 Advies Verzamelwet J&V (pdf, 228 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/51 Advies Verzamelwet J&V (pdf, 149 KB)
Een Verzamelwet is een soort ‘veegwet’ waarin omissies worden hersteld. Er worden ook enkele inhoudelijke wijzigingen voorgesteld, die voortvloeien uit nieuwe wetgeving of toezeggingen aan de KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer.. De Raad maakt opmerkingen over artikel I, ‘de vaststelling van vermissing’, die de ‘verklaring van vermoedelijk overlijden’ moet vervangen, en over de verhoging van de appelgrens in Wahv-zaken. Verder wordt uitgebreid ingegaan op de nieuw voorgestelde artikelen 77wc en 77wd Sr, betreffende vervangende hechtenisAantal dagen dat de veroordeelde moet vastzitten als hij zijn boete niet betaalt. Wanneer een boete wordt opgelegd, wordt er meteen bij vermeld aan hoeveel dagen vrijheidsstraf dit gelijkstaat. voor jeugdigen bij het niet voldoen aan de financiële verplichtingen die voortvloeien uit de schadevergoedingsmaatregel of ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze nieuwe regeling heeft een aantal voordelen ten opzichte van de huidige regeling maar kent ook een aantal bezwaren.
2020/50 Advies Verzamelbesluit gegevensverwerking politie en justitie (2 december 2020)
- 2020/50 Advies Verzamelbesluit gegevensverwerking politie en justitie (pdf, 206 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/50 Advies Verzamelbesluit gegevensverwerking politie en justitie (pdf, 151 KB)
Het Verzamelbesluit gegevensverwerking politie en justitie voorziet in een aantal wijzigingen van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (Bjsg), het Besluit politiegegevens (Bpg), het Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten, het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren en het Besluit verplichte politiegegevens. Het betreft een aantal wijzigingen en aanvullingen waaraan de praktijk behoefte heeft en het herstel van een aantal foutieve of niet meer actuele verwijzingen. Het advies opent met de onderschrijving van het doel van het Besluit en gaat vervolgens in op een aantal inhoudelijke wijzigingen met betrekking tot het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, waaronder het gevolg van een verspreidingstoename van de justitiële gegevens aan de verwerkingsverantwoordelijke. Wat betreft de wijzigingen voor het Besluit politiegegevens wordt geadviseerd om bij een aantal punten het een en ander wetstechnisch aan te passen en te verduidelijken.
2020/49 Advies initiatiefwetsvoorstel handhaving kraakverbod (26 november 2020)
- 2020/49 Advies initiatiefwetsvoorstel handhaving kraakverbod (pdf, 301 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/49 Advies initiatiefwetsvoorstel handhaving kraakverbod (pdf, 152 KB)
Het wetsvoorstel beoogt de handhaving van het kraakverbod te verstevigen en snellere huisuitzetting van vermeende krakers mogelijk te maken. Daar waar thans in geval van verdenking van kraken een aankondiging van de ontruiming wordt gegeven waarna een kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). bij de civiele rechter kan worden ingesteld, wordt in het wetsvoorstel voorgesteld om bij een dergelijke verdenking direct de rechter-commissaris in strafzaken te betrekken. De Raad plaatst vraagtekens bij nut, noodzaak en haalbaarheid van het wetsvoorstel. Gelet op de strafrechtelijke mogelijkheden tot onmiddellijke ontruiming die nu al bestaan, lijkt de noodzaak voor dit wetsvoorstel te ontbreken. De met de nieuwe procedure bij de rechter-commissaris verwachte tijdwinst is voorts, om meerdere redenen, weinig reëel. De Raad adviseert daarom primair om af te zien van dit wetsvoorstel. Voor zover dit wetsvoorstel toch wordt doorgezet, heeft de Raad zwaarwegende bezwaren tegen de huidige vormgeving en vraagt de Raad subsidiair om het wetsvoorstel op een aantal essentiële punten te wijzigen en nader toe te lichten. Deze punten betreffen o.a. de verschuiving van een civielrechtelijk geschil naar een strafrechtelijke context, de zeer korte termijn (drie dagen) waarbinnen de procedure bij de rechter-commissaris moet zijn afgerond, de onduidelijkheid over de naar het lijkt marginale(re) door de rechter-commissaris te verrichten toets en de mogelijke verslechtering van de rechtsbescherming ten opzichte van de huidige toetsing die daaruit voortvloeit, alsook de gang van zaken bij het horen van de vermeende krakers die nog veel vragen oproept.
2020/48 Advies wetsvoorstel verhoging wettelijk strafmaximum doodslag (19 november 2020)
- 2020/48 Advies wetsvoorstel verhoging wettelijk strafmaximum doodslag (pdf, 174 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/48 Advies wetsvoorstel verhoging wettelijk strafmaximum doodslag (19 november 2020) (pdf, 113 KB)
Dit wetsvoorstel strekt ertoe het strafmaximum op ‘doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord.’ te verhogen van 15 naar 25 jaren. Daarbij wordt ook in algemene zin de maximale tijdelijke gevangenisstraf, zoals neergelegd in artikel 10 lid 2 Wetboek van Strafrecht, verhoogd van 18 naar 25 jaren. De Raad adviseert blanco.
2020/47 Advies Wet verlengde kwalificatieplicht (11 november 2020)
- 2020/47 Advies Wet verlengde kwalificatieplicht (pdf, 181 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/47 Advies Wet verlengde kwalificatieplicht (pdf, 122 KB)
Met dit wetsvoorstel wordt het mogelijk voor gemeenten om een verlengde kwalificatieplicht in te voeren voor jongeren tot 21 jaar oud. De Raad merkt op dat het wetsvoorstel een aanzienlijke beperking van grondrechten betekent van jongvolwassenen in gemeenten waarin de gemeenteraad toestemming vraagt en krijgt om de verlengde kwalificatieplicht op te leggen. Door de gelding van het regime afhankelijk te maken van een verzoek van de gemeenteraad en instemming van de minister kan op jongvolwassenen in sterk vergelijkbare omstandigheden een ander regime van toepassing worden. Het gevaar bestaat dat hierdoor een zekere mate van willekeur c.q. rechtsongelijkheid ontstaat. Die willekeur wordt nog versterkt door de kennelijk volledig vrije keuze voor de gemeenteraad om wel of niet een verzoek te doen en door de voorwaarden die in artikel 4e van het wetsvoorstel zijn gesteld.
2020/46 Wijziging Vreemdelingenwet 2000 i.v.m. herziening regels voor niet tijdig beslissen op aanvragen o.g.v. de Vreemdelingenwet 2000 (11 november 2020)
- 2020/46 Wijziging Vreemdelingenwet 2000 i.v.m. herziening regels voor niet tijdig beslissen op aanvragen o.g.v. de Vreemdelingenwet 2000 (pdf, 190 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/46 Wijziging Vreemdelingenwet 2000 i.v.m. herziening regels voor niet tijdig beslissen op aanvragen o.g.v. de Vreemdelingenwet 2000 (pdf, 124 KB)
Op 10 juli 2020 is de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND in werking getreden. In die wet wordt geregeld dat tijdelijk niet langer dwangsommen hoeven worden te betaald als de Minister c.q. Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te laat beslist op een asielaanvraag. Het thans ter advisering voorliggende wetsvoorstel voorziet in afschaffing van de dwangsomverplichtingen voor beslissingen op alle aanvragen op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Daarnaast regelt het wetsvoorstel dat het opnieuw mogelijk wordt in alle vreemdelingenzaken beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. tegen niet tijdig beslissen in te stellen bij de bestuursrechter. Onder de Tijdelijke wet is dit voor asielzaken opgeschort voor een periode van één jaar. In het geval het niet meer mogelijk is een dwangsomBedrag dat iemand moet betalen als hij niet voldoet aan een verplichting die hem door de rechter is opgelegd. In het bestuursrecht is het een bedrag dat iemand moet betalen als niet voldaan wordt aan de last die door een bestuursorgaan is opgelegd. op te leggen, vraag de Raad vraagt zich af of artikel 71d van het wetsvoorstel voldoende grondslag biedt om het bestuursorgaanEen bestuursorgaan is een organisatie die een overheidstaak uitvoert. te dwingen een nieuw besluit te nemen bij een beroep niet-tijdig beslissen. De bestuursrechter heeft in een voorkomend geval geen pressiemiddel om de opgelegde beslistermijn af te dwingen. Het is de vraag of dit de rechtsbescherming van de vreemdeling ten goede komt.
2020/45 Advies wetsvoorstel Wet toetsing economie en nationale veiligheid (11 november 2020)
- 2020/45 Advies wetsvoorstel Wet toetsing economie en nationale veiligheid (pdf, 244 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/45 Advies wetsvoorstel Wet toetsing economie en nationale veiligheid (pdf, 143 KB)
Met dit wetsvoorstel geeft Nederland vervolg aan de bescherming van de nationale veiligheid door een toets in te voeren op activiteiten die leiden tot wijzigingen in de zeggenschap of invloed op ondernemingen die in vitale processen werkzaam zijn of beschikken over sensitieve technologie. In het advies wordt met name ingegaan op onduidelijkheden rond het binnentreden van woningen zonder toestemming. Zo blijkt niet uit het wetsvoorstel dat de rechter-commissaris aanwezig moet zijn bij de huiszoekingHet doorzoeken van een woning om goederen in beslag te nemen.. Verder gaat het advies ook in op de voorgestelde concentratie van de zaken voortvloeiend uit dit wetsvoorstel bij de rechtbank Rotterdam.
2020/44 Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 en Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen covid-19 (3 november 2020)
- 2020/44 Advies Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 en Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen covid-19 (pdf, 308 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/44 Advies Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 en Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen covid-19 (pdf, 165 KB)
Met de invoering van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 worden de geldende noodverordeningen vervangen door hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid (Wpg) en de daarop gebaseerde regelgeving, te weten het Besluit veilige afstand en ministeriële regelingen. De Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 bevat een vertaling van de maatregelen in de noodverordeningen naar de systematiek van hoofdstuk Va van de Wpg. Deze vertaling heeft volgens de Toelichting op een zoveel mogelijk beleidsneutrale wijze plaatsgevonden. In de Toelichting bij de regeling wordt opgemerkt dat de beoordeling van noodzaak en proportionaliteit van de verschillende maatregelen verder wordt toegelicht in de artikelsgewijze toelichting. De Raad constateert dat deze toelichting niet bij iedere maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer. wordt gegeven en geeft in overweging de Toelichting op dit punt nader aan te vullen. T.a.v. de definitie van ‘publiek’ merkt de Raad op dat het wenselijk is om procesdeelnemers, zoals advocaten, officieren van justitie, procespartijen en andere procesdeelnemers, als uitzonderingscategorie aan te wijzen. De Raad constateert verder dat extra beveiligde zittingszalen een grotere capaciteit hebben en dat voor de voortgang van de behandeling van grote zaken het noodzakelijk kan zijn dat meer dan dertig personen als publiek kunnen worden toegelaten. Gelet hierop adviseert de Raad om artikel 58g, lid 2 sub i van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 toe te voegen aan de opsomming van uitzonderingen op het maximum aantal personen in artikel 4.2 lid 2 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19.
Met de Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen covid-19 wordt een drietal aanvullende mondkapjesverplichtingen opgenomen in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. Het gaat om mondkapjesverplichtingen in voor het publiek toegankelijke binnenruimten, in onderwijsinstellingen en voor contactberoepen. Omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid en gelet op de grote maatschappelijke impact van de mondkapjesverplichting acht de Raad het wenselijk om in de Toelichting van de Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen covid-19 aandacht te besteden aan de handhaving, zodat het helder is hoe gehandeld kan worden indien personen weigeren een mondkapje te dragen.
2020/43a Advies rechtspositie gesloten jeugdinstellingen (16 oktober 2020)
- 2020/43a Advies interne rechtspositie (pdf, 222 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/43a Advies interne rechtspositie (pdf, 180 KB)
Het wetsvoorstel Uitvoeringswet Verordening Brussel II-bis geeft regels voor de uitvoering van de in 2019 gewijzigde verordening Brussel II-bis. Deze verordening bevat regels voor grensoverschrijdende zaken over echtscheiding en geschillen over minderjarigen. De majeure inhoudelijke keuzen op het gebied van het vrije verkeer van rechterlijke beslissingen en de bescherming van de belangen van het kind zijn hiermee een gegeven. Het wetsvoorstel bevat vooral juridisch-technische wijzigingen voor de uitvoering van de Verordening, waarvan de meeste vanuit procesrechtelijk oogpunt voor de hand liggen. In dit advies vraagt de Raad aandacht voor de bepalingen in het wetsvoorstel die aan de werkwijze van de gerechten raken en plaatst voorts een kanttekening bij de afbakening van het toepassingsbereik van de gewijzigde verordening.
2020/43 Advies Uitvoeringswet markttoezichtverordening (14 oktober 2020)
- 2020/43 Advies Markttoezichtverordening (pdf, 235 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/43 Advies Markttoezichtverordening (pdf, 131 KB)
Het wetsvoorstel voorziet in een wijziging van verschillende wetten ter uitvoering van de Europese Markttoezichtverordening van 16 juli 2019. De markttoezichtverordening regelt het markttoezicht op producten en is gericht op het verbeteren van het toezicht op producten in de interne markt om zo bij te dragen aan betere naleving van Europese wet- en regelgeving inzake onder andere veiligheid, gezondheid en milieu. Voor de bevoegdheden in artikel 14, vierde lid, onderdelen e, j en k is wel een nadere wettelijke voorziening vereist, hetgeen met dit Wetsvoorstel wordt geregeld. Het betreft de volgende bevoegdheden:
- Betreden van woningen
- Toezicht met fictieve identiteit en hoedanigheid
- Beperkingen ten aanzien van online interfaces
Meer in het bijzonder wordt ten aanzien van ad c) het volgende opgemerkt. Voorafgaand aan het opleggen van een zelfstandige last is een machtiging van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank Rotterdam vereist. De Raad is van mening dat een gehele bestuursrechtelijke rechtsgang de voorkeur heeft en hij adviseert om de keuze voor bemoeienis van de rc straf, en daarmee de keuze voor een strafvorderlijke invalshoek voorafgaand aan het opleggen van een zelfstandige last, te heroverwegen. Zie ook https://www.rechtspraak.nl/2018-35-advies-implementatie-verordening-samenwerking-consumentenbescherming.pdf (pdf, 463 KB)
Verder adviseert de Raad af te zien van concentratie van de machtigingszaken bij de rechtbank Rotterdam.
2020/42 Advies wijziging Handelsregisterbesluit 2008 e.a. (5 oktober 2020)
- 2020/42 Advies wijziging Handelsregisterbesluit 2008 e. (pdf, 314 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/42 Advies wijziging Handelsregisterbesluit 2008 e. (pdf, 167 KB)
Het besluit creëert een grondslag voor het publiceren door de KvK in het register bestuursverboden bij het Handelsregister van door de rechter in het strafrecht en privaatrechtRecht dat betrekking heeft op geschillen tussen burgers onderling, tussen bedrijven onderling of burgers en bedrijven. Het civiel recht wordt ook burgerlijk recht of privaatrecht genoemd. opgelegde onherroepelijke bestuursverboden. In het besluit worden regels opgenomen over welke gegevens worden geregistreerd en door de griffier aan de KvK worden toegezonden. Daarnaast maakt het besluit het mogelijk dat ook andere onderdelen van de Staat zich kunnen laten inschrijven in het Handelsregister dan de nu wettelijk al geregelde onderdelen, waaronder rechtbanken en gerechtshoven.
Door de voorgestelde uitbreiding van de mogelijkheden tot inschrijving in het Handelsregister worden belemmeringen weggenomen die thans door de gerechten worden ervaren bij onder andere de inkoop van auto’s en het afsluiten van contracten met nutsvoorzieningen. De Raad is dan ook verheugd met de voorgestelde mogelijkheid voor onder andere rechtbanken en gerechtshoven om zich in te kunnen schrijven in het Handelsregister. Geadviseerd wordt om ook de landelijke diensten van de Rechtspraak en de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen.’ toe te voegen. Zo kan er geen twijfel bestaan dat ook deze onderdelen van de rechterlijke macht in aanmerking kunnen komen voor een KvK-nummer.
T.a.v. de aan te leveren gegevens door de griffie t.b.v. het register bestuursverboden geeft de Raad aan principiële bezwaren te hebben tegen het verplicht aanleveren door de griffierPersoon die de rechter op de zitting ondersteunt en een verslag maakt van de zitting. van het fiscaal identificatienummer, het geslacht en het dictum van de onherroepelijke uitspraak, en bezwaren van meer praktische aard te hebben tegen het aanleveren van het BSN en het door de KvK toegekende unieke nummer. De overige gegevens kunnen door de griffie worden aangeleverd. In het algemeen adviseert de Raad om enkel noodzakelijke handelingen bij de griffier te beleggen. Het verleggen van niet noodzakelijke handelingen van de KvK naar de griffier is onwenselijk.
2020/41 Advies wetsvoorstel strafbaarstelling voorbereiding seksueel misbruik met kinderen (25 september 2020)
- 2020/41 Advies wetsvoorstel strafbaarstelling voorbereiding seksueel misbruik met kinderen (pdf, 175 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/41 Advies wetsvoorstel strafbaarstelling voorbereiding seksueel misbruik met kinderen (pdf, 119 KB)
Dit wetsvoorstel strekt ertoe een nieuw artikel 240c aan het Wetboek van Strafrecht toe te voegen waarin zelfstandig strafbaar wordt gesteld het zich of een ander (opzettelijk) middelen, gelegenheid of inlichtingen verschaffen of trachten te verschaffen, dan wel het kennis en vaardigheden verwerven of een ander bijbrengen, tot het plegen van – kort gezegd – seksueel kindermisbruik. De Raad adviseert blanco.
2020/40 Advies Besluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens m.b.t. faillissementen ter opname in het CIR (24 september 2020)
- 2020/40 Advies Besluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens m.b.t. faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister (pdf, 255 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/40 Advies Besluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens m.b.t. faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister (pdf, 220 KB)
Doel van het besluit is dat de schuldeisers en betrokkenen bij het faillissement voortaan de relevante informatie over het desbetreffende faillissement zoveel mogelijk in het Centraal Insolventieregister (CIR) kunnen terugvinden. Het betreft daarbij onder meer informatie over beslissingen die de rechter in het kader van het faillissement heeft genomen en over wanneer en waar belangrijke vergaderingen zullen worden gehouden. Hiermee beoogt het besluit schuldeisers beter in staat te stellen om hun rechten uit te oefenen. Ten opzichte van de huidige situatie zijn er enkele nieuwe publicatie-soorten. Daarnaast bevat het besluit een bepaling omtrent het real-time publiceren van insolventies. Het advies opent met de onderschrijving van het doel van het besluit en gaat vervolgens in op de ambitie van de Rechtspraak om het CIR-platform geheel te vernieuwen. Omdat dit traject meer en substantiëlere wijzigingen omvat dan het besluit dat voorligt, wordt er voorgesteld om hierover het gesprek aan te gaan hoe het een en ander zich tot elkaar verhoudt. Ten opzichte van de huidige situatie zijn er enkele nieuwe publicatie-soorten. Het advies schetst de kosten voor deze aanpassingen (400K), pleit voor ruimte bij de inwerkingtreding en adviseert een techniek-neutralere toelichting om toekomstige wijzigingen niet te blokkeren. Ook gaat de Raad in op de bepaling die het real-time publiceren regelt, met als belangrijkste advies om dit niet te doen voor de structurele herzieningBuitengewoon rechtsmiddel tegen onherroepelijke veroordelingen in strafzaken. Kan bij de Hoge Raad worden aangevraagd wanneer zich een nieuw gegeven (zgn. novum) zich heeft geopenbaard, dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was., maar juist daarin mee te nemen. Het besluit zal leiden tot een substantiële toename van de werklast van de gerechten.
2020/39 Advies Wijziging van de Visserijwet 1963 (23 september 2020)
- 2020/39 Advies Wijziging van de Visserijwet 1963 (pdf, 253 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/39 Advies Wijziging van de Visserijwet 1963 (pdf, 132 KB)
Het wetsvoorstel strekt ertoe in de Visserijwet 1963 de bevoegdheidDe vraag welke rechter de zaak mag behandelen. te creëren voor het opleggen van een bestuurlijke boete bij een overtreding van de voorschriften gesteld bij of krachtens die wet. Verder wordt voorgesteld om de rechtbank Rotterdam exclusief bevoegd te verklaren om kennis te nemen van beroepen tegen boetebesluiten en wordt het College van beroep voor het bedrijfsleven aangewezen als hoger-beroepsinstantie.
De Raad constateert dat niet voldaan wordt aan het Toetsingskader wettelijke concentratie en kan zich dan ook niet vinden in concentratie van deze zaken bij de rechtbank Rotterdam. Verder wijst de Raad op het (wetgevings)beginsel van zoveel mogelijk uniformiteit in de rechtsbescherming binnen één wet of wetgevingscomplex. Hieruit vloeit voort dat tegen (de) andere besluiten op grond van de Visserijwet 1963 dezelfde rechtsgang behoort open te staan als tegen boetebesluiten. Niet valt in te zien waarom voor een last onder dwangsom of bestuursdwang (artikel 54b) of de intrekking van een vergunning een andere rechtsgang zou moeten worden gevolgd. De Raad adviseert daarom het CBb in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. bevoegd te maken voor alle zaken op grond van de Visserijwet 1963.
2020/38 Advies Besluit en regeling inburgering (23 september 2020)
- 2020/38 Advies Besluit en regeling inburgering (pdf, 177 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/38 Advies Besluit en regeling inburgering (pdf, 69 KB)
Het besluit en de regeling bevatten nadere regels ter uitvoering van de Wet Inburgering. Met de Wet inburgering wordt een nieuw inburgeringsstelsel geïntroduceerd dat erop gericht is dat inburgeringsplichtigen snel een zo hoog mogelijk taalniveau bereiken, kennis opdoen van de Nederlandse maatschappij en vanaf de start van het inburgeringstraject gaan participeren naar vermogen.
Het besluit en de regeling geven de Raad geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2020/37 Advies Aanpassing wettelijk fiscaal verschoningsrecht (23 september 2020)
- 2020/37 Advies Aanpassing wettelijk fiscaal verschoningsrecht (pdf, 177 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/37 Advies Aanpassing wettelijk fiscaal verschoningsrecht (pdf, 62 KB)
In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om het wettelijke fiscale verschoningrecht te verduidelijken en aan te passen, zodanig dat informatie die een belastingplichtige in het kader van de belastingheffing en invordering aan de Belastingdienst zou moeten geven zonder dat een notaris of advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. betrokken is, ook gegeven zal moeten worden indien de belastingplichtige wel een notaris of advocaat inschakelt.
Het wetsvoorstel geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2020/36 Advies Wijziging Rijkswet op het Nederlanderschap (9 september 2020)
- 2020/36 Advies wijziging Rijkswet op het Nederlanderschap (pdf, 222 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/36 Advies wijziging Rijkswet op het Nederlanderschap (pdf, 100 KB)
Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan het bepaalde in het arrestUitspraak van een gerechtshof of de Hoge Raad in een civiele dagvaardingsprocedure of van een strafzaak. van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 maart 2019. In de Rijkswet op het Nederlanderschap wordt voorzien in een grondslag om na van rechtswege verlies van het Nederlanderschap in concrete gevallen aan het evenredigheidsbeginsel te toetsen en in een grondslag waarmee het Nederlanderschap met terugwerkende kracht kan worden herkregen.
In het advies wordt gesignaleerd dat een deel van de uitspraak van het Europese Hof niet is uitgewerkt in het wetsvoorstel. Daarbij wordt gewezen op een recente uitspraak van de RvSt.
2020/35 Advies wijziging Besluit tarieven in strafzaken 2003 (9 september 2020)
- 2020/35 Advies wijziging tarieven Strafzaken (pdf, 86 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/35 Advies wijziging tarieven Strafzaken (pdf, 196 KB)
Het Besluit tarieven in strafzaken 2003 is een AMvB die nadere regels stelt over de vergoedingen als bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 7, 17 en 18 van de Wet tarieven in strafzaken. Het onderhavige besluit strekt ertoe de artikelen 2 en 3 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 te wijzigen, in die zin dat het maximale aantal uren dat wordt vergoed voor het opstellen van een pro Justitia-rapportage wordt verhoogd. De Raad benadrukt het belang van pro Justitia-rapportages, en dat het essentieel is dat deze rapportages van goede kwaliteit zijn en binnen redelijke tijd worden opgeleverd. Verhoging van het aantal uren per rapportage is daarom aanbevelingswaardig, maar de vraag is of het voldoende is om het beoogde doel (korte wachttijden) te bereiken. De Raad verzoekt in de Nota van Toelichting nadere informatie te verschaffen over de daarin genoemde onderzoeken. De gedachte dat de urenverhoging budgetneutraal zal zijn door de verwachte daling van het aantal adviesaanvragen, lijkt te optimistisch. Daarbij benadrukt de Raad dat er altijd een mogelijkheid moet bestaan een pro Justitia-rapportage op te laten maken, indien dit bijdraagt aan de beoordeling van de strafzaak. Niet de productiecapaciteit zou leidend moeten zijn, maar de strafvorderlijke relevantie. Ten slotte uit de Raad zorgen over het verlagen van de toetredingsdrempel en het plan kandidaat-pJ-rapporteurs die eerder zijn afgewezen alsnog (gemakkelijker) toegang te geven tot het NRGD.
2020/34 Uitvoeringswet Cyberbeveiligingsverordening (9 september 2020)
- 2020/34 Advies Uitvoeringswet Cyberbeveiligingsverordening (pdf, 254 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/34 Advies Uitvoeringswet Cyberbeveiligingsverordening (pdf, 148 KB)
Het wetsvoorstel strekt tot uitvoering van de cyberbeveiligingsverordening, en regelt de aanwijzing1. Voorschrift hoe het Openbaar Ministerie zijn taak moet vervullen. Er is bijvoorbeeld een aanwijzing over de rol van een officier van justitie bij risicowedstrijden in het betaald voetbal. 2. Officieel bevel van de minister van Justitie aan het Openbaar Ministerie om een zaak op een bepaalde manier af te handelen. van de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit, de verstrekking van Europese cyberbeveiligingscertificaten met zekerheidsniveau hoog en een kader inzake de handhaving en toezicht. De passages in de toelichting over de rechtsbescherming roepen bij de Raad veel vragen op. Welke rechter is wanneer bevoegd, waarover dient de rechter een oordeel te vellen, en wat is daarbij het toepasselijke toetsingskader? Er is behoefte aan meer handvatten en verduidelijking op deze punten. De voorgestelde concentratie van geschillen over besluiten van de nationale autoriteit bij de rechtbank Rotterdam en bij het CBb voldoet aan de criteria voor rechterlijke concentratie zoals geformuleerd in het door de Raad in samenspraak met de gerechten opgestelde ‘Toetsingskader wettelijke concentratie’. De Raad kan zich dan ook vinden in een concentratie van deze zaken bij de rechtbank Rotterdam en het CBb.
2020/33 Advies inzake concentratie van artikel 2:20 BW procedures (9 september 2020)
- 2020/33 Advies concentratie art. 2:20 boek 2 BW-zaken (pdf, 220 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/33 Advies concentratie art. 2:20 boek 2 BW-zaken (pdf, 180 KB)
Voorgesteld wordt om artikel 2:20 BW procedures bij de rechtbank Midden-Nederland te concentreren, daarbij aansluitend op de bij deze rechtbank reeds bestaande concentratie van artikel 10:122 BW procedures. In advies wordt de voorgestelde concentratie getoetst aan de criteria voor rechterlijke concentratie zoals geformuleerd in het door de Raad in samenspraak met de gerechten opgestelde Toetsingskader wettelijke concentratie. Uitkomst van deze toetsing is dat deze zaken geen bijzondere expertise vergen en dat concentratie van artikel 2:20 BW-procedures bij één gerechtRechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hoge Raad. daarom niet wenselijk is.
2020/32 Advies voorontwerp wet kind, draagmoederschap en afstamming en wensvoorstel wensouderschap (31 augustus 2020)
- 2020/32 Advies voorontwerp wet kind, draagmoederschap en afstamming en wensvoorstel wensouderschap (31 augustus 2020) (pdf, 434 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/32 Advies voorontwerp wet kind, draagmoederschap en afstamming en wensvoorstel wensouderschap (31 augustus 2020) (pdf, 175 KB)
Het wetsvoorstel kind, draagmoederschap en afstamming treft een regeling getroffen voor het ontstaan van ouderschap na draagmoederschap. De Raad onderschrijft het belang om te komen tot een wettelijke regeling voor het draagmoederschap. Deze regeling is er nu niet. De Raad plaatst in zijn advies een aantal kritische kanttekeningen. Het wetsvoorstel voorziet bijvoorbeeld niet in een regeling voor situaties waarin zaken anders lopen dan afgesproken tussen wensouders en draagmoeder. Er is niet veel fantasie nodig om je voor te stellen dat het op een aantal fronten mis kan gaan. Daarnaast wordt geadviseerd om de afstammingssituatie na de geboorte op basis van DNA-onderzoek objectief vast te stellen.
2020/31 Advies strafbaarstelling kinderkoop (12 augustus 2020)
- 2020/31 Advies strafbaarstelling kinderkoop (12 augustus 2020) (pdf, 401 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/31 Advies strafbaarstelling kinderkoop (12 augustus 2020) (pdf, 105 KB)
Het Wetsvoorstel strekt ertoe een nieuw strafbaar feit toe te voegen aan boek II titel V van het Wetboek van Strafrecht; kinderkoop. Dit is in lijn met artikel 35 Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind ('IVRK') en het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het IVRK.
Wat betreft het voorgestelde eerste lid van artikel 151d merkt de Raad op dat de gekozen (zware) vorm van opzet, te weten: 'met het oogmerk haar te bewegen draagmoeder te zijn', moeilijk te rijmen is met de welhaast culpoze variant die in de Memorie van Toelichting wordt beschreven.
Wat betreft het tweede lid van het voorgestelde artikel 151d wekt het verbazing dat de strafmaat voor moeder gelijk is aan die van de wensouder, nu juist óók de moeder moet worden beschermd door deze nieuwe wetgeving.
2020/30 Advies uitvoeringsbesluit wet straffen en beschermen (12 augustus 2020)
- 2020/30 Advies uitvoeringsbesluit wet straffen en beschermen (12 augustus 2020) (pdf, 480 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/30 Advies uitvoeringsbesluit wet straffen en beschermen (12 augustus 2020) (pdf, 102 KB)
Het Besluit geeft uitvoering aan de Wet straffen en beschermen. Deze wet wijzigt de regeling inzake detentiefasering, waaronder in het bijzonder de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstellingAls iemand is veroordeeld tot een gevangenisstraf die geheel onvoorwaardelijk is en langer duurt dan 1 jaar, hoeft de veroordeelde die straf doorgaans niet helemaal uit te zitten. Door de officier van justitie worden voorwaarden voor invrijheidstelling opgelegd, zoals het volgen van een vaardigheidstraining, elektronisch toezicht of een contactverbod. De veroordeelde mag in ieder geval niet opnieuw de fout ingaan. (de 'v.i.'), in de Penitentiaire beginselenwet en in het Wetboek van Strafvordering (Sv). Op 23 juni 2020 is de wet door de Eerste Kamer aangenomen.
Na inwerkingtreding van de wet beslist het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. over het verlenen en herroepen van de v.i. Bovendien wordt de v.i.-periode verkort tot maximaal twee jaar. Daarnaast wordt de eerder ingezette persoonsgerichte aanpak tijdens detentie, waarbij meer nadruk ligt op de eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerde en zijn gedrag, van een wettelijke basis voorzien. Ook wordt de bestaande overlap tussen het penitentiair programma en de v.i. weggenomen.
Onderhavig Besluit stelt nadere regels voor deelname aan het penitentiair programma, de daarbij te stellen voorwaarden en het elektronisch toezichtExperiment waarbij een veroordeelde zijn straf thuis mag uitzitten. Door een elektronische chip in een niet te verwijderen enkelband kan op afstand worden gecontroleerd of een veroordeelde zich aan zijn huisarrest houdt. Wordt ook 'elektronisch toezicht' genoemd. in dat verband.
Tevens wordt een wijziging van het Besluit tenuitvoerlegging1. Uitvoering van een arrest of uitspraak, desnoods met behulp van een deurwaarder; 2. In het strafprocesrecht: de omzetting van een voorwaardelijke straf in een onvoorwaardelijke straf. strafrechtelijke beslissingen voorgesteld, ter uitvoering van artikel 6:2:14 Sv. Deze wijziging houdt in dat het Openbaar Ministerie inlichtingen inwint over de veroordeelde bij de reclassering en de directeur van de penitentiaire inrichtingGevangenis of huis van bewaring., voorafgaand aan de beslissing om al dan niet v.i. te verlenen. Voorts wordt bepaald dat v.i. achterwege blijft zolang voor de veroordeelde geen aanvaardbare verblijfplaats beschikbaar is.
Daarnaast bevat het Besluit nadere regels bij de nieuwe wettelijke grondslag voor de gegevensverwerking door de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte., de directeur van de inrichting en gemeenten ten behoeve van het detentie en re-integratieplan. Beschikbare gegevens kunnen op grond van het besluit – zo wordt voorgesteld - onderling worden verstrekt voor zover dit ten behoeve van de detentie en het realiseren van een geslaagde re-integratie en het bieden van nazorg noodzakelijk is. Tot slot wordt een geactualiseerd dagprogramma voorgesteld.
De Raad onderkent het belang van het Besluit. Het Besluit stuit in zijn huidige vorm echter op een aantal bezwaren en roept de nodige vragen op.
2020/29 Advies Reparatiewet Wvggz en Wzd (6 augustus 2020)
- 2020/29 Advies Reparatiewet Wvggz en Wzd (pdf, 239 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/29 Advies Reparatiewet Wvggz en Wzd (pdf, 151 KB)
Het wetsvoorstel beoogt de uitvoering van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd) te vereenvoudigen en enkele wetstechnische onvolkomenheden te herstellen. De Raad plaatst vraagtekens bij de voorgestelde wijziging van artikel 6:4, tweede lid, Wvggz – die het mogelijk maakt dat de rechter afwijkt van het verzoek en zelfs meer kan toewijzen dan verzocht wordt – en vraagt om een nadere motivering. Ook plaatst de Raad vraagtekens bij de toevoegingBeslissing van de Raad voor Rechtsbijstand waarmee aan een rechtzoekende voor een bepaalde procedure een raadsman wordt toegewezen. dat de rechter kan afwijken van de bijlagen bedoeld in artikel 5:17, tweede tot en met vijfde lid van de Wvggz. Daarnaast doet de Raad enkele suggesties t.b.v. een soepelere wisseling van inbewaringstelling1. In het strafrecht: voorlopige hechtenis in opdracht van de rechter-commissaris; 2. In het vreemdelingenrecht: opsluiting van iemand die niet over geldige verblijfspapieren beschikt; 3. In het kader van de Wet Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen: gedwongen opname in een psychiatrische inrichting van iemand die psychisch gestoord is en een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving. 4. In het kader van de Wet zorg en dwang (Wzd): onvrijwillige opname in een zorginstelling van iemand die een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening heeft, waarbij sprake is van direct gevaar (ernstig nadeel) voor de betrokkene zelf of zijn omgeving. naar voortzetting crisismaatregel en andersom.
2020/28 Advies wijziging Opiumwetbesluit i.v.m. de toevoeging van lachgas (5 augustus 2020)
- 2020/28 Advies wijziging Opiumwetbesluit i.v.m. de toevoeging van lachgas (5 augustus 2020) (pdf, 362 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/28 Advies wijziging Opiumwetbesluit i.v.m. de toevoeging van lachgas (5 augustus 2020) (pdf, 93 KB)
Dit Besluit strekt ertoe distikstofmonoxide toe te voegen aan Lijst II, behorende bij de Opiumwet. Dat maakt distikstofmonoxide een verboden softdrug en handelingen met dit middel strafbaar op basis van artikel 3 Opiumwet. In het Besluit wordt een generieke uitzondering op het verbod van distikstofmonoxide gemaakt voor gebruik voor technische of gastronomische doeleinden.
Het Besluit geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Raad wenst wel een meer taalkundige opmerking te plaatsen; het strekt tot aanbeveling om de term “lachgas" op te nemen in het besluit, zodat het voor iedereen duidelijk is waar het om gaat.
2020/27 Advies voorontwerp wet seksuele misdrijven (30 juli 2020)
- 2020/27 Advies voorontwerp wet seksuele misdrijven (30 juli 2020) (pdf, 440 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/27 Advies voorontwerp wet seksuele misdrijven (30 juli 2020) (pdf, 771 KB)
Het Voorontwerp strekt tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en andere wetten in verband met de modernisering van de strafbaarstelling van verschillende vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Het vervangt de huidige Titel XIV van het Tweede Boek Misdrijven tegen de zeden door een nieuwe Titel met het opschrift ‘Seksuele misdrijven’. Hierin wordt de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor seksuele misdrijven opnieuw gedefinieerd en begrensd. De nieuwe Titel heeft een nieuwe indeling en vormgeving. Er worden twee nieuwe delicten aan de Titel toegevoegd: seksuele interactie tegen de wil en het stelselmatig benaderen van een kind op een wijze die schadelijk te achten is voor een kind beneden de leeftijd van zestien jaar. Voor het overige bevat de nieuwe Titel bestaande misdrijven.
Daarnaast wordt voorgesteld om de strafrechtelijke bescherming tegen seksueel getint overlast gevend gedrag te verbeteren door verschillende vormen van seksuele intimidatie zelfstandig strafbaar te stellen als misdrijven tegen de openbare orde. De misdrijven “tegen de goede zeden” vormen daarmee geen onderdeel meer van de nieuwe Titel: zij zijn overgeheveld naar Titel V van het Tweede Boek.
De Raad onderschrijft de noodzaak om de zedentitel te ordenen en bij de tijd te brengen. Er wordt een nieuwe en lagere ondergrens gecreëerd voor strafbaar handelen. De Raad verzoekt meer helderheid en houvast te verschaffen over de vraag waar die grens precies ligt. Verder waarschuwt de Raad voor al te hoge verwachtingen van de nieuwe strafbepalingen; wat de delictsomschrijving ook is, één getuigenverklaring is onvoldoende voor het bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt.. Dat blijft ook in de nieuwe situatie zo. Verder zijn er kritiekpunten op verschillende andere onderdelen. Zo worden er vragen opgeworpen over termen als ‘openbare ruimte’ en ‘visuele weergave’ en wordt toegelicht dat het voorgestelde taakstrafverbod de rechter hindert in het leveren van maatwerk.
2020/26 Advies Regeling gebruiksvergoeding (22 juli 2020)
- 2020/26 Advies Regeling gebruiksvergoeding (22 juli 2020) (pdf, 359 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/26 Advies Regeling gebruiksvergoeding (22 juli 2020) (pdf, 88 KB)
De Regeling voorziet in een regeling voor de gebruiksvergoeding bij de oplegging van gedoogplichten. Voor het vaststellen van de hoogte van de gebruiksvergoeding wordt in de Regeling voorgesteld om uit te gaan van een formule waarbij de gebruiksvergoeding een afgeleide is van onder meer de marktwaarde van de grond, vermenigvuldigd met een jaarlijks verondersteld forfaitair rendement. Als zich geschillen voordoen, kunnen die worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
Afgezien van de opmerking dat het aanbeveling verdient om in de Regeling/Toelichting nog te expliciteren voor wiens rekening de kosten van de procedure en van het deskundigenbericht voor de waardering van de grond dienen te komen, heeft de Raad geen inhoudelijke opmerkingen n.a.v. de concept-regeling.
2020/25 Advies voorontwerp wetsvoorstel deelgezag (20 juli 2020)
- 2020/25 Advies voorontwerp wetsvoorstel deelgezag (20 juli 2020) (pdf, 476 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/25 Advies voorontwerp wetsvoorstel deelgezag (20 juli 2020) (pdf, 212 KB)
Het wetsvoorstel deelgezag introduceert een nieuwe vorm van gezagHet recht en de plicht van een persoon (meestal een ouder) om een kind jonger dan 18 jaar op te voeden en te verzorgen en belangrijke beslissingen te nemen over het kind. Een of twee personen kunnen het gezag hebben., waarmee wordt beoogd om recht te doen aan de gevoelde betrokkenheid van anderen, die naast ouders en voogden een kind opvoeden: het deelgezag. De Raad is van mening dat het wetsvoorstel vooral gericht is op het creëren van een iets sterkere positie voor een mede-opvoeder, zonder dat duidelijk wordt wat daarbij het voordeel voor het kind is, en of dit in het belang is van een evenwichtige ontwikkeling van het kind. Daarnaast wordt aandacht wordt gevraagd voor de verwarrende situatie die gaat ontstaan als professionals/ instanties rond het kind behalve met de beide ouders ook nog te maken gaan krijgen met deelgezagdragers die ze (desgevraagd) van informatie moeten voorzien.
2020/24 Advies Verzamelwet Gegevensbescherming (20 juli 2020)
- 2020/24 Advies Verzamelwet Gegevensbescherming (pdf, 413 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/24 Advies Verzamelwet Gegevensbescherming (pdf, 136 KB)
Het wetsvoorstel ziet op wijziging van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en enkele andere wetten in verband met het stroomlijnen en actualiseren van het gegevensbeschermingsrecht.
Het advies van de Raad voor de rechtspraak geeft op een aantal punten suggesties tot verbetering of vraagt om verduidelijking daarvan in de Memorie van Toelichting. Zo wordt onder meer geadviseerd om de grondslag die het wetsvoorstel creëert voor de faillissementscurator ook van toepassing te laten zijn op de Wsnp-bewindvoerder.
2020/23 Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet (1 juli 2020)
- 2020/23 Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet (1 juli 2020) (pdf, 37 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/23 Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet (pdf, 89 KB)
De Omgevingsregeling werkt de regels in de Omgevingswet en de daarbij horende AMvB's op een meer gedetailleerd niveau uit of vult deze aan. De regels zijn uitvoeringstechnisch, administratief of meet- en rekentechnisch van aard. Het ontwerp van de Aanvullingsregeling Geluid vult de Omgevingsregeling aan met regels over geluid. De Raad heeft geen inhoudelijke opmerkingen gemaakt over deze regeling.
2020/22 Advies AMvB financiële bijdrage (1 juli 2020)
- 2020/22 Advies AMvB financiële bijdrage (1 juli 2020) (pdf, 36 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/22 Advies AMvB financiële bijdrage (1 juli 2020) (pdf, 88 KB)
Bij de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is een amendement aangenomen dat gemeenten de mogelijkheid geeft om langs publiekrechtelijke weg financiële bijdragen voor aangewezen categorieën ontwikkelingen te verhalen. Dit besluit wijst de categorieën ontwikkelingen aan waarvoor dit instrument kan worden ingezet. De Raad heeft geen inhoudelijke opmerkingen gemaakt over dit besluit.
2020/21 Advies Tijdelijke betalingsuitstelwet (18 juni 2020)
- 2020/21 Advies Tijdelijke betalingsuitstelwet (pdf, 102 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/21 Advies Tijdelijke betalingsuitstelwet (pdf, 120 KB)
De Raad waardeert het dat er in deze moeilijke periode spoedwetgeving wordt geconcipieerd. Het is van belang om het domino-effect en cascade-effect waar mogelijk in deze tijden te beperken. De Raad onderschrijft de kern van het Wetsvoorstel, maar ziet veel haken en ogen aan de uitvoering van deze spoedwet, zonder overigens een goed alternatief voor te kunnen stellen. Het wetsvoorstel levert ook een aanzienlijke extra werklast op voor de gerechten. Naar verwachting bedragen de werklastgevolgen 1,8 miljoen voor de periode 1 juli tot 1 oktober 2020.
2020/20 Verlenging duur pleegzorg en vervallen verleningsbeschikking (11 juni 2020)
- 2020/20 Verlenging duur pleegzorg en vervallen verleningsbeschikking (pdf, 339 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/20 Verlenging duur pleegzorg en vervallen verleningsbeschikking (pdf, 116 KB)
Het wetsvoorstel regelt dat de financiering van pleegzorg kan doorlopen tot het 21e jaar van het pleegkind. Thans is dat 18 jaar. Achtergrond van het wetsvoorstel is dat het om een kwetsbare groep jeugdigen gaat die met 18 jaar vaak nog niet op eigen benen kan staan. Verder regelt het wetsvoorstel dat bij de aanvraag van machtigingen tot gesloten jeugdhulp en uithuisplaatsing de zogenaamde verleningsbeschikking van de gemeente of de gecertificeerde instellingEen gecertificeerde instelling is een organisatie die kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering uitvoert. Om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren, moet de gecertificeerde instelling voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen en in het bezit zijn van een (voorlopig) certificaat. niet meer hoeft te worden overgelegd.
De Raad is positief over het wetsvoorstel. In het advies wordt wel verheldering gevraagd hoe verlengde pleegzorg zich verhoudt bewindBewind is een vorm van hulp voor mensen van 18 jaar of ouder die niet goed voor eigen geld en bezit kunnen zorgen. en mentorschapMentorschap is hulp van een mentor bij het regelen van persoonlijke (niet-geld) zaken voor iemand van 18 jaar of ouder die dit (tijdelijk) zelf niet (meer) goed kan. Dit kan door geestelijke of lichamelijke oorzaken. Een mentor wordt benoemd door de rechter..
2020/19 Advies Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (10 juni 2020)
- 2020/19 Advies Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (pdf, 817 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/19 Advies Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (pdf, 422 KB)
Het wetsvoorstel beoogt te voorzien in een wettelijke basis voor de maatregelen die voor de langere termijn nodig zijn voor de bestrijding van de epidemie van het novel coronavirus.
In zijn advies merkt de Raad voor de rechtspraak (hierna: de ‘Raad’) op dat nog onduidelijk is welke gevolgen het wetsvoorstel heeft voor (de grondrechten van) burgers. De Raad voor de rechtspraak vraagt het kabinet daarom om meer helderheid op dit punt. Omdat dit wetsvoorstel en de (nog onbekende) daarop gebaseerde regelgeving, beperkingen van grondrechten kunnen opleveren, is zorgvuldigheid geboden. Het valt de Raad op dat veel normen in het wetsvoorstel ruim zijn geformuleerd. Dat is begrijpelijk vanuit de beoogde flexibiliteit, maar vanuit het oogpunt van rechtszekerheid onwenselijk. Het moet voor burgers helder zijn wat de regels zijn waar ze zich aan moeten houden. Ook voor handhavers en rechters is het belangrijk dat bepalingen helder zijn, omdat anders het risico bestaat op ongelijke toepassing en daarmee rechtsongelijkheid. Ook vindt de Raad dat er in het wetsvoorstel meer aandacht moet zijn voor de bijzondere positie van kwetsbare groepen zoals slechtzienden en mensen met een licht verstandelijke beperking. Die groepen kunnen extra moeite hebben met het naleven van deze wet. Bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel vraagt de Raad die aandacht ook als het gaat om de positie van jongeren. In het wetsvoorstel wordt er voor zittingen geen uitzondering gemaakt als het gaat om het maximaal aantal personen dat in groepsverband (in de zittingszaal) bij elkaar mag komen. De Raad vraagt de minister om ook zittingen aan de uitzonderingscategorieën toe te voegen. Verder vraagt de Raad in zijn advies aandacht voor het bijzondere karakter van gerechtsgebouwen, waarin openbare rechtspraak plaatsvindt. De Raad vindt het wenselijk om meer aandacht te besteden aan de onafhankelijke positie van de Rechtspraak, de rol van de ministers voor Rechtsbescherming en van Justitie en Veiligheid en de Raad voor de rechtspraak waar het gaat om de (gedeeltelijke) sluiting van gerechtsgebouwen en de bevoegdheid om daar maatregelen te treffen ter bestrijding van het virus.
2020/18 Wijziging art. 151e Sv en 39 Wet Veiligheidsregio’s (27 mei 2020)
- 2020/18 Wijziging art. 151e Sv en 39 Wet Veiligheidsregio’s (pdf, 386 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/18 Wijziging art. 151e Sv en 39 Wet Veiligheidsregio’s (pdf, 137 KB)
Dit wetsvoorstel heeft tot doel om de voorzieningen van art. 33 en 34 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid permanent in de wet te verankeren. De eerste voorgestelde wijziging betreft een uitbreiding van de bevoegdheid van art. 151e Sv. In geval van een misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. waarbij uit aanwijzingen blijkt dat besmetting van een slachtoffer met een bij AMvB aangewezen ziekte kan hebben plaatsgevonden, biedt dit artikel de officier van justitie (OvJ) de mogelijkheid de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. te verzoeken celmateriaal af te staan ten behoeve van een onderzoek dat tot doel heeft vast te stellen of hij drager is van een dergelijke ziekte. De OvJ kan dit verzoek tevens richten aan een ander dan de verdachte, indien uit zodanige aanwijzingen blijkt dat besmetting door misdrijf met behulp van het celmateriaal van die ander is overgebracht op een slachtoffer. Bij weigering tot medewerking kan de OvJ -na machtiging van de rechter-commissaris- afname van celmateriaal bevelen. Uit het huidige derde lid van art. 151e Sv blijkt dat het in beginsel gaat om onderzoek aan het bloed van de verdachte of derde. Alleen indien dit om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is, wordt ander materiaal afgenomen. Dit wetsvoorstel beoogt het derde lid te wijzigen in die zin dat voor de uitvoering van het onderzoek dat celmateriaal kan worden afgenomen dat voor het onderzoek het meest geschikt is, en dus niet alleen bloed.
De tweede wijziging betreft een verduidelijking van art. 39 lid 1 sub b Wet Veiligheidsregio’s. In geval van (ernstige vrees voor het ontstaan van) een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis verleent dit artikel de voorzitters van de veiligheidsregio’s bevoegdheden die normaal aan de burgemeesters toekomen. De voorgestelde wijziging maakt helder dat daaronder ook de bevoegdheid valt om een last onder bestuursdwang op te leggen.
De Raad heeft blanco geadviseerd over dit wetsvoorstel.
2020/17 Advies Aanpassing van de Wrra m.b.t. het overeenstemmingsvereiste (7 mei 2020)
- 2020/17 Wetgevingsadvies Wrra (pdf, 366 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/17 Wetgevingsadvies Wrra (pdf, 120 KB)
De verplichting tot overleg met de vertegenwoordiging van personeel van de rechterlijke machtRechters en officieren van justitie. De rechters worden tot de zittende magistratuur gerekend en de officieren van justitie tot de staande magistratuur. De rechter blijft zitten tijdens de zitting, de officier van justitie voert staande het woord. (de NVvR) en het hierbij geldende overeenstemmingsvereiste met betrekking tot de rechtspositionele regels met gevolgen voor individuele rechten en plichten van rechterlijke ambtenaren, wordt niet langer op wetsniveau vastgelegd. Door aan te sluiten bij de systematiek van de regeling voor andere ambtenaren en het overeenstemmingsvereiste op het niveau van de AMvB te regelen zal dit overeenstemmingsvereiste voortaan op gelijke voet met politieambtenaren en militaire ambtenaren gelden. Slechts bepalingen die vanwege de bijzondere positie van met rechtspraak belaste rechterlijk ambtenaren op wetsniveau geregeld dienen te worden, blijven in de Wrra. Voorbeelden hiervan zijn de bepalingen met betrekking tot benoeming en ontslag, disciplinaire maatregelen voor rechters en de regeling van nevenbetrekkingen en incompatibiliteiten.
De Raad kan zich vinden in de gekozen oplossing ten aanzien van de frictie tussen het overeenstemmingsvereiste van de NVvR en het recht van amendement van de Tweede Kamer, die zich enkele malen heeft voorgedaan bij voorgenomen wijzigingen van de Wrra. De Raad is van mening dat met het wetsvoorstel een goede balans is gevonden tussen de bescherming van de rechtspositie van rechterlijke ambtenaren – en het overeenstemmingsvereiste dat daarbij geldt – en het gewenste niveau waarop zaken die rechterlijke ambtenaren voor het leven benoemd raken dienen te worden vastgelegd. Bepalingen die de magistratelijkheid betreffen (benoeming, beëdiging) of de persoonlijke levenssfeer van rechters en raadsheren te zeer raken (nevenbetrekkingen), blijven immers op wetsniveau geregeld. De Raad acht dit een juiste en passende oplossing voor de gebleken frictie.
2020/16 Aanvullend advies Innovatiewet Strafvordering (30 april 2020)
- 2020/16 Aanvullend advies Innovatiewet Strafvordering (pdf, 423 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/16 Aanvullend advies Innovatiewet Strafvordering (pdf, 274 KB)
Het wetsvoorstel strekt tot aanpassing van enkele onderdelen van het Wetboek van Strafvordering met het oog op bevordering van innovatie binnen het strafprocesrecht. Die innovatie is gericht op de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Met het wetsvoorstel kunnen vooruitlopend op de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering enkele voor de strafrechtspraktijk relevante onderwerpen worden toegepast, waarvan het voornemen bestaat ze op te nemen in het nieuwe wetboek. Aan de hand van pilotprojecten kan ervaring worden opgedaan ter verbetering van de regelgeving, kunnen uitvoeringsconsequenties in kaart worden gebracht en kan worden bezien of flankerend beleid noodzakelijk is.
In aanvulling op zijn eerdere advies van 2 oktober 2019 geeft de Raad in dit aanvullende advies aan nog een aantal inhoudelijke bezwaren te hebben tegen het wetsvoorstel in zijn gewijzigde vorm, met name waar het gaat om de vormgeving van de pilots audiovisuele registratie (AVR) en mediationAlternatieve methode om geschillen buiten de rechter om op te lossen. Wordt ook alternatieve geschilbeslechting genoemd..
2020/15 Advies Wet hardheidsaanpassing Awir (29 april 2020)
- 2020/15 Advies Wet hardheidsaanpassing Awir (pdf, 182 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/15 Advies Wet hardheidsaanpassing Awir (pdf, 391 KB)
In het wetsvoorstel wordt voorzien in een aanvulling van deze hardheidsclausule. Met deze algemene hardheidsclausule wordt het mogelijk gemaakt om voor bepaalde (toekomstige) gevallen of groepen van gevallen tegemoet te kunnen komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van de Awir, de daarop berustende bepalingen of een inkomensafhankelijke regeling (Wet op de huurtoeslag, Wet op de zorgtoeslag, Wet kinderopvang, Wet op Kindgebonden budget) mochten voordoen. Verder wordt voorgesteld om aan de Awir een nieuw artikel 49 toe te voegen waarin een zogenoemde hardheidsregeling is opgenomen. Deze tijdelijke regeling is voor gevallen waarin de toepassing van de Awir bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslagregeling in het verleden heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard. Tot slot wordt in het wetsvoorstel een vangnetbepaling opgenomen voor zeer schrijnende gevallen.
De Raad wijst op enkele onduidelijkheden in het wetsvoorstel en merkt onder meer op dat indien geen bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. en beroep mogelijk is tegen beslissingen over toepassing van de hardheidsclausule, de civiele rechter als restrechter bevoegd zal zijn.
2020/14 Advies Wet kwaliteit incassodienstverlening (15 april 2020)
- 2020/14 Advies Wet kwaliteit incassodienstverlening (pdf, 412 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/14 Advies Wet kwaliteit incassodienstverlening (pdf, 226 KB)
Het wetsvoorstel beoogt de kwaliteit van de private buitengerechtelijke incassodienstverlening te verbeteren door het opzetten en inrichten van een incassoregister, het opstellen van eisen waaraan incassobureaus en opkopers van vorderingen moeten voldoen, het opzetten van een systeem van toezicht en handhaving bij het niet-naleven van de wettelijke vereisten, het tegengaan van negatieve aspecten van verkoop van vorderingen en het tegengaan van het ongewenste verdienmodel bij cumulatieIn burgerlijk procesrecht: het samenvoegen van meerdere rechtsvorderingen. van termijnvorderingen.
De Raad heeft waardering voor het streven om de kwaliteit van incassodienstverleners met dit wetsvoorstel te verbeteren. Artikel 9 lid 2 van het wetsvoorstel stuit evenwel op bezwaren. Op grond van dit artikel dient de griffier de Minister onverwijld in kennis te stellen van de in het eerste lid genoemde rechterlijke beslissingen i.v.m. schorsing van de registratie. Voor zover de voorgestelde verplichting tot het doen van een kennisgeving raadpleging van het register door de griffier vergt, is deze kennisgeving behoorlijk foutgevoelig en zal die een zeer accuraat optreden en een aanzienlijke inspanning van de griffier vergen. Gelet hierop vraagt de Raad om af te zien van de in artikel 9 lid 2 voorgestelde kennisgeving aan de Minister. Mocht de kennisgeving ex artikel 9 lid 2 onverhoopt toch worden doorgezet, dan hecht de Raad aan verduidelijking van de reikwijdte van de in dit kader door de griffier te verrichten werkzaamheden.
2020/13 Advies resultaatgericht beschikken en vereenvoudigen geschillenbeslechting (18 maart 2020)
- 2020/13 Advies resultaatgericht beschikken en vereenvoudigen geschillenbeslechting (pdf, 493 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/13 Advies resultaatgericht beschikken en vereenvoudigen geschillenbeslechting (pdf, 258 KB)
Het wetsvoorstel beoogt het mogelijk te maken dat gemeenten een maatwerkvoorziening met een resultaatbeschrijving aan een cliënt kunnen toekennen als dat op grond van de gemeentelijke verordening is bepaald. Tevens zijn bepalingen opgenomen over het kwaliteitsbeleid van gemeenten voor voorzieningen en de evaluatie daarvan. Tenslotte voorziet het Wetsvoorstel in een nieuw kader voor de rechtsbescherming van de cliënt in de Wmo 2015. De bedoeling daarvan is om geschillen over de uitvoering van een maatwerkvoorziening eenvoudiger te beslechten. Cliënten kunnen bij het college een klacht indienen over die uitvoering. In dat geval zal de bezwaarprocedure worden vervangen door een klachtenprocedure.
In het advies wordt een aantal onduidelijkheden gesignaleerd. Zo regelt het wetsvoorstel dat de bestuursrechter moet gaan oordelen over de uitvoering en dus de kwaliteit van de maatwerkvoorziening. De Raad vindt het onduidelijk aan de hand van welke maatstaven dit moet gebeuren, te meer nu het resultaatgericht indiceren niet alleen beperkt is tot de voorziening hulp in de huishouding, maar ook zal worden toegepast bij begeleiding van cliënten.
2020/12 Advies wijziging benoemingsprocedure leden Hoge Raad (9 maart 2020)
- 2020/12 Advies wijziging benoemingsprocedure leden Hoge Raad (pdf, 377 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/12 Advies wijziging benoemingsprocedure leden Hoge Raad (pdf, 91 KB)
De kern van de voorgestelde wijziging is dat niet langer uitsluitend de Tweede Kamer verantwoordelijk zal zijn voor het opmaken van de voordracht voor een nieuw te benoemen lid van de Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast., maar dat de voordracht wordt opgemaakt in gezamenlijk overleg door drie personen (de voordrachtscommissie). In deze voordrachtscommissie benoemen de Tweede Kamer en de president van de Hoge Raad elk één persoon en gezamenlijk benoemen zij een derde persoon.
Vanuit rechtsstatelijk perspectief kan de voorgestelde wijziging van de benoemingsprocedure voor leden van de Hoge Raad worden gezien als een verbetering, maar de gewijzigde benoemingsprocedure biedt geen sluitende waarborgen indien een meerderheid van de Tweede Kamer toch kandidaten op basis van (partij)politieke overwegingen zou willen benoemen of afwijzen. Ter bevordering van de continuïteit en consistentie van de benoemingen geeft de Raad in overweging om leden van de voordrachtscommissie te benoemen voor een bepaalde termijn van vier of vijf jaar. Ook geeft de Raad in overweging om de door de Tweede Kamer aan te wijzen leden te laten aanwijzen door een 2/3 meerderheid van de Tweede Kamer. Voorts acht de Raad het wenselijk om te verduidelijken hoe er gehandeld dient te worden als er geen overeenstemming is over het profiel, de kwaliteiten of de persoon van het gezamenlijk aan te wijzen lid. Tot slot wijst de Raad op het risico dat de presidentDe voorzitter van een rechtbank, een gerechtshof en van de Hoge Raad heet president. Ook de rechter die een zitting van een rechtbank of hof voorzit, wordt president of voorzitter genoemd. van de Hoge Raad door zijn rol in de benoemingsprocedure op ongewenste wijze in politiek vaarwater terechtkomt. De Raad adviseert om de procedure voor de aanwijzing van het derde gezamenlijk aan te wijzen lid zo in te richten dat dit risico zoveel mogelijk wordt beperkt.
2020/11 Advies Besluit elektronisch procederen (4 maart 2020)
- 2020/11 Advies Besluit elektronisch procederen (pdf, 401 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/11 Advies Besluit elektronisch procederen (pdf, 150 KB)
Het Besluit elektronisch procederen biedt een regelgevend kader voor vrijwillig en verplicht elektronisch procederen in het civiele recht en het bestuursrecht. Het bepaalt onder meer aan welke eisen een digitaal systeem voor gegevensverwerking moet voldoen dat door een rechterlijke instantie wordt gebruikt voor elektronisch procederen.
De Raad spreekt in zijn advies allereerst zijn waardering uit voor de keuze om het Besluit zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij eerdere regelgeving omtrent digitaal procederen, zodat de al bestaande mogelijkheden voor elektronisch procederen ongewijzigd in gebruik kunnen blijven. Daarnaast vraagt hij aan de Minister om de samenloop met de Wet Digitale Overheid te bewaken. Verder worden opmerkingen gemaakt. Verder worden een aantal kleine verbeteringen voorgesteld.
2020/10 Advies Wetsvoorstel wijziging vermelding geslacht in geboorteakte (4 maart 2020)
- 2020/10 Advies Wetsvoorstel wijziging vermelding geslacht in geboorteakte (pdf, 388 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/10 Advies Wetsvoorstel wijziging vermelding geslacht in geboorteakte (pdf, 106 KB)
Het wetsvoorstel Wijziging vermelding geslacht in geboorteakte bevat een wijziging van een aantal van uitgangspunten van de zgn. Transgenderwet 2014. Dit in het licht van de emancipatie van de groep transgender personen. Belangrijke elementen zijn dat niet langer een verklaring van een deskundige is vereist, en dat minderjarigen onder de 16 jaar ook de geboorteakte kunnen laten wijzigen, met toestemming van de rechter.
In het advies onderschrijft de Raad voor de rechtspraak het belang van het wetsvoorstel. Aandacht wordt gevraagd voor de groep ‘intersekse personen’, waarvoor in het wetsvoorstel een regeling ontbreekt
2020/09 Advies verbetering rechtspositie en rechtsbescherming mbo-studenten (24 februari 2020)
- 2020/09 Advies verbetering rechtspositie en rechtsbescherming mbo-studenten (pdf, 387 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/09 Advies verbetering rechtspositie en rechtsbescherming mbo-studenten (pdf, 112 KB)
Met het wetsvoorstel wordt de competentieGeeft aan welke rechter bevoegd is voor welk soort zaak. van het College van beroep voor het hoger onderwijs (het ‘CBHO’) uitgebreid met geschillen tussen mbo-instellingen en studenten over beslissingen die (organen) van de instelling hebben genomen op grond van de Wet educatie beroepsonderwijs (WEB) en de op de WEB gebaseerde regelingen. Het wetsvoorstel beoogt hiermee te voorzien in een gespecialiseerde en laagdrempelige beslechting van geschillen tussen mbo-instellingen en studenten. Geschillen die onder de competentie van het CBHO vallen kunnen niet aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd.
De Raad constateert dat het systeem van rechtsbescherming voor mbo-studenten met het onderbrengen van een deel van de mbo-geschillen bij het CBHO er niet overzichtelijker op wordt. De vraag rijst voorts of de wetgever met griffierechtdifferentiatie de keuze voor de ene of de andere rechtsgang zou moeten motiveren, waar de wetgever zelf de hoogte van de griffierechten vaststelt. Ook plaatst de Raad vraagtekens bij het uit de wet schrappen van de onderwijsovereenkomst en daarmee de civielrechtelijke rechtsverhouding en het vervolgens afsluiten van de verplichte toegang tot de overheidsrechter. Tot slot werpt de Raad de vraag op hoe de uitsluiting van hoger beroep zich verhoudt tot de doelstelling van verbetering van de rechtsbescherming van mbo-studenten. De Raad vraagt om hier expliciet aandacht hier aan te besteden in de toelichting.
2020/08 Advies regeling Grondeigendom Omgevingswet (19 februari 2020)
- 2020/08 Advies regeling Grondeigendom Omgevingswet (pdf, 363 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/08 Advies regeling Grondeigendom Omgevingswet (pdf, 87 KB)
De Aanvullingsregeling vult de Omgevingsregeling aan op een aantal onderwerpen. Het gaat op hoofdlijnen om de volgende aanvullingen:
- regels over uitruilbare onroerende zaken bij herverkaveling;
- regels over het verstrekken van gegevens en bescheiden bij de aanvraag om een onteigeningsbeschikking;
- regels over de hoogte en begrenzing van plankosten, met de nadruk op de regels bij kostenverhaal zonder tijdvak.
In het verleden heeft de Raad geadviseerd over de aanvullingswet Grondeigendom en het aanvullingsbesluit Grondeigendom. De Raad heeft een blanco advies over de regeling uitgebracht.
2020/07 Advies Invoeringsregeling Omgevingswet (12 februari 2020)
- 2020/07 Advies Invoeringsregeling Omgevingswet (pdf, 367 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/07 Advies Invoeringsregeling Omgevingswet (pdf, 46 KB)
De regeling wijzigt 72 regelingen en trekt 62 regelingen in die zijn opgegaan in de Omgevingswet, de 4 AMvB’s of Omgevingsregeling. Verder wijzigt deze regeling de Omgevingsregeling, vult die aan en voegt een nieuw thema toe: het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Ook regelt de regeling het overgangsrecht voor de te wijzigen en in te trekken regelingen voor zover dat al niet geregeld wordt in de Invoeringswet en het Ivoeringsbesluit.
2020/06 Advies Wet minimumbeloning zelfstandigen en Wet op de zelfstandigenverklaring (6 februari 2020)
- 2020/06 Advies Wet minimumbeloning zelfstandigen en Wet op de zelfstandigenverklaring (pdf, 513 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/06 Advies Wet minimumbeloning zelfstandigen en Wet op de zelfstandigenverklaring (pdf, 203 KB)
De wetsvoorstellen hebben tot doel om schijnzelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt te voorkomen en zzp’ers en hun opdrachtgevers meer zekerheid te geven over de kwalificatie van hun arbeidsrelatie. De Wet minimumbeloning zelfstandigen (Wmz) introduceert hiertoe een minimum uurtarief van € 16,- voor zelfstandigen. De Wet op de Zelfstandigenverklaring (WoZ) voorziet in een zelfstandigenverklaring, die tot doel heeft werkenden en hun werkverstrekkers onder bepaalde voorwaarden op voorhand de zekerheid te geven dat de arbeidsrelatie voor de loonheffingen en de werknemersverzekeringen niet wordt gekwalificeerd als een dienstbetrekking en zoveel mogelijk zekerheid te geven t.a.v.de arbeidsrechtelijke gevolgen.
Voor wat betreft de Wmz plaatst de Raad kanttekeningen bij de berekening en opbouw van (de hoogte van) het minimum uurtarief voor zelfstandigen in de toelichting en bij de afbakening van de reikwijdte daarvan. De Raad adviseert om de medewerkingsplicht met de toezichthouder in de MvT te verduidelijken, en om nader toe te lichten of de bestuursrechter in het kader van de Wmz ambtshalve onderzoek moet doen naar de boetehoogte, hoe indringend dat onderzoek moet zijn en of het ook de bedoeling is dat er ambtshalve lagere boetes worden opgelegd. De Raad constateert dat de uitwerking van de WoZ ingewikkeld is. De vraag rijst of aan de stringente eisen voor de zelfstandigenverklaring in de praktijk zal worden voldaan, en als dat niet zo is, welke gevolgen daaraan verbonden worde.
Niet duidelijk is hoe de rechtsbescherming is geregeld bij de kwalificatie achteraf van de arbeidsrelatie. De Raad adviseert daarom om in een aparte rechtsbeschermingsparagraaf in de MvT nader toe te lichten bij welke rechter kan worden verzocht om deze nadere kwalificatie, en hoe deze kwalificatie zich verhoudt tot de eventuele toetsing door de Belastingdienst en het UWV. Daarnaast creëert de WoZ een onderscheid tussen het Nederlandse en het Europese werknemersbegrip dat onwenselijk wordt geacht.
2020/05 Advies wijziging Gemeentewet e.a. i.v.m. uitbreiding sluitingsbevoegdheid burgemeester (5 februari 2020)
- 2020/05 Advies wijziging Gemeentewet e.a. i.v.m. uitbreiding sluitingsbevoegdheid burgemeester (pdf, 371 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/05 Advies wijziging Gemeentewet e.a. i.v.m. uitbreiding sluitingsbevoegdheid burgemeester (pdf, 46 KB)
Met het wetsvoorstel wordt beoogd het toepassingsbereik van artikel 174a van de Gemeentewet te vergroten. Daartoe worden aan de bestaande sluitingsgrond twee nieuwe gronden toegevoegd. In de eerste plaats wordt het mogelijk de woning te sluiten op het moment dat de openbare orde rond de woning is of dreigt te worden verstoord doordat ernstig geweld in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning wordt gepleegd, of doordat daarmee wordt gedreigd (eerste lid, aanhef en onder b). In de tweede plaats wordt het mogelijk de woning te sluiten op het moment dat daar een wapen wordt aangetroffen en de openbare orde rond de woning daardoor wordt verstoord of dreigt te worden verstoord (eerste lid, aanhef en onder c).
Het wetsvoorstel is niet beperkt tot woningen, maar ziet, net als het huidige artikel 174a van de Gemeentewet, ook op andere, niet voor het publiek toegankelijk lokalen en op bijbehorende erven.
De Raad adviseert om in de Memorie van Toelichting meer aandacht te besteden aan de belangen van de eigenaar, bewoner of rechthebbende van een woning, lokaal of erf in de situatie als bedoeld in artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder b, van het wetsvoorstel.
2020/04 Advies financiële gevolgen initiatiefwetsvoorstel van rechtswege gezamenlijk gezag door erkenning (5 februari 2020)
- 2020/04 Advies financiële gevolgen initiatiefwetsvoorstel van rechtswege gezamenlijk gezag door erkenning (pdf, 149 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/04 Advies financiële gevolgen initiatiefwetsvoorstel van rechtswege gezamenlijk gezag door erkenning (pdf, 212 KB)
Het initiatiefwetsvoorstel bewerkstelligt gezamenlijk gezag van rechtswege voor ongehuwde partners bij erkenning van een kind. De Raad constateert dat de regeling in deze aangepaste versie aanzienlijk is vereenvoudigd en de Raad is verheugd te zien dat veel suggesties uit zijn advies van 14 juni 2018 zijn overgenomen. Het initiatiefwetvoorstel komt tegemoet aan een breed gedeelde maatschappelijke behoefte aan vereenvoudiging van deze regeling. Naar verwachting leidt het gewijzigde initiatiefwetsvoorstel niet tot substantiële werklastgevolgen voor de Rechtspraak. Ervan uitgaande dat er geen koppeling/toegang voor gemeenten tot het Centraal GezagsregisterRegister waarin rechtsfeiten met betrekking tot het gezag worden bijgehouden. (CGR) gerealiseerd hoeft te worden en er geen synchronisatie plaats hoeft te vinden van het CGR met de Basisregistratie Personen, zullen de implementatiekosten/IT-kosten voor de Rechtspraak niet naar verwachting ook niet substantieel zijn.
2020/03 Advies Wetsvoorstel inzake implementatie EU-richtlijn 2019/71 3IEU bestrijding fraude met en vervalsing van niet contante betaalmiddelen (5 februari 2020)
- 2020/03 Advies Wetsvoorstel inzake implementatie EU-richtlijn 2019/71 3IEU bestrijding fraude met en vervalsing van niet contante betaalmiddelen (pdf, 234 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/03 Advies Wetsvoorstel inzake implementatie EU-richtlijn 2019/71 3IEU bestrijding fraude met en vervalsing van niet contante betaalmiddelen (pdf, 530 KB)
Het Wetsvoorstel strekt tot implementatie van de Richtlijn 2019/713/EU van het Europees parlement en de Raad van 17 april 2019 over bestrijding van fraude met en vervalsing van niet contante betaalmiddelen en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ van de Raad (PbEU L 123/18) (hierna: de Richtlijn).
De strafbaarstelling van het vervalsen van betaalpassen (art. 232 Wetboek van Strafrecht) wordt, ter implementatie van de Richtlijn, met het Wetsvoorstel uitgebreid naar alle betaalinstrumenten. Hiermee wordt ook het vervalsen, gebruiken van en het vervaardigen en aanschaffen van elektronische betaalinstrumenten een zelfstandig strafbaar feit. Daarnaast wordt, ter implementatie van artikel 9, vierde lid, van de Richtlijn, het strafmaximum van de artikelen 138b, 138c 350a en 350d Wetboek van Strafrecht verhoogd.
In dit Wetsvoorstel wordt tevens een technische omissie in artikel 248, derde lid, Wetboek van Strafrecht hersteld, ontstaan bij de omzetting van de richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (PbEU L 335).
In het advies zijn enkele bezwaren opgesomd tegen formuleringen in artikel 80septies WvSr en wordt verzocht om verduidelijking t.a.v. de rechtsmacht. Voorts zijn enkele redactionele opmerkingen gemaakt.
2020/02 Advies Wijziging van de Wet forensische zorg en enige andere wetten (Reparatiewet forensische zorg) (29 januari 2020)
- 2020/02 Advies Wijziging van de Wet forensische zorg en enige andere wetten (Reparatiewet forensische zorg) (pdf, 505 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/02 Advies Wijziging van de Wet forensische zorg en enige andere wetten (Reparatiewet forensische zorg) (pdf, 136 KB)
Het Wetsvoorstel strekt tot reparatie van de Wet forensische zorg (Wfz) en een aantal andere wetten die een relatie hebben met de forensische zorg. De aanleiding voor het Wetsvoorstel wordt gevormd door een aantal omissies en onvolkomenheden die in de loop van de tijd in de Wfz terecht zijn gekomen en waarbij, bij de wijziging van andere wetten die samenhangen met de Wfz, onvoldoende is gekeken naar de afstemming met de Wfz. Daarnaast wordt een aantal verduidelijkingen in de wetgeving aangebracht. In het advies wordt aandacht gevraagd voor het belang van een nadere toelichting op de verhouding tussen artikel 2.8 Wfz en de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG). Daarnaast worden verschillende opmerkingen van redactionele aard gemaakt.
2020/01 Advies besluit vestigingsplaatsen kamers voor het notariaat (20 januari 2020)
- 2020/01 Advies besluit vestigingsplaatsen kamers voor het notariaat (pdf, 342 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2020/01 Advies besluit vestigingsplaatsen kamers voor het notariaat (pdf, 83 KB)
Het Besluit legt de vestigingsplaatsen van de kamers voor het notariaat vast. Het Besluit geeft de Raad voor de rechtspraak geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Voor meer informatie of hulp, bezoek de contactpagina. Daar vindt u antwoorden op veelgestelde vragen en informatie over hoe u ons kunt bereiken.