Wetgevingsadviezen
2019/51 Advies wet regulering sekswerk (18 december 2019)
- 2019/51 Advies wet regulering sekswerk (pdf, 188 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/51 Advies wet regulering sekswerk (pdf, 142 KB)
Met het wetsvoorstel wordt beoogd prostitutie en andere vormen van sekswerk te reguleren om misstanden in de seksbranche te voorkomen of te verminderen. In het wetsvoorstel is onder meer een uniforme vergunningplicht voor seksbedrijven opgenomen en een verplichting voor iedere prostituee om te beschikken over een prostitutievergunning. Voorts wordt er een zogeheten pooierverbod geïntroduceerd. Tevens wordt strafbaar de klant die gebruikt maakt van illegale prostitutie.
Ten aanzien van het binnentreden van woningen wordt bij artikel 38, eerste lid, van het wetsvoorstel opgemerkt dat het in de visie van de Raad de voorkeur verdient om de - naar zijn aard ingrijpende - bevoegdheidDe vraag welke rechter de zaak mag behandelen. tot het binnentreden in een woning (uitsluitend) te beleggen bij opsporingsambtenaren. Ook wordt gewezen op enkele praktische onvolkomenheden in de uitvoering die ook de rechtspraak kunnen raken. Bijvoorbeeld, onduidelijkheid bij de aanvraag van een prostitutievergunning (wanneer is er sprake van een aanvraag) en er is niet wettelijke geregeld dat er een schriftelijk verslag wordt gemaakt van het gesprek dat de prostituee voert in het kader van de vergunningverlening.
2019/50 Wetsvoorstel aanscherping maatregelen rijden onder invloed (18 december 2019)
Met het Wetsvoorstel wordt voorgesteld de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten in art. 123 WVW1994 te laten vervallen voor zover deze betrekking heeft op rijden onder invloed van alcohol. In plaats daarvan treden: (1) een bevoegdheid voor de strafrechter om een ontzegging van de rijbevoegdheid dadelijk uitvoerbaar te verklaren, (2) een bevoegdheid voor de strafrechter om een rechterlijk rijverbod, als zelfstandige maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer., op te leggen en (3) een regeling die maakt dat een (cumulatief) rijverbod van twee jaar of langer tot gevolg heeft dat het rijbewijs zijn geldigheid definitief verliest. De Rvdr adviseert onder meer om de recidiveregeling ook af te schaffen voor drugs in het verkeer. De voorgestelde regeling waarbij het rijbewijs komt te vervallen na een ontzegging van de rijbevoegdheid of rechterlijk rijverbod van twee jaar of langer geldt ook voor andere delicten dan alleen rijden onder invloed van alcohol, zodat het in stand laten van de regeling voor drugs in het verkeer overbodig lijkt.
2019/49 Advies Wijziging van de Politiewet 2012 in verband met enkele aanpassingen die volgen uit de evaluatie van deze wet (11 december 2019)
- 2019/49 Advies wijziging Politiewet 2012 (pdf, 366 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/49 Advies wijziging Politiewet 2012 (pdf, 128 KB)
Het Wetsvoorstel bevat aanpassingen in de voorbereiding van de zogeheten jaarstukken van de politie, de samenstelling van het overleg, bedoeld in artikel 19 van de Politiewet 2012, de bijstandsbepalingen en de politietaken van de Koninklijke Marechaussee. Het Wetsvoorstel geeft de Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2019/48 Advies wijziging besluit proceskosten bestuursrecht (4 december 2019)
- 2019-48 Advies wijziging besluit proceskosten bestuursrecht (pdf, 616 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019-48 Advies wijziging besluit proceskosten bestuursrecht (pdf, 257 KB)
Met het Besluit wordt artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskostenKosten die gemaakt worden om de procedure te kunnen voeren, zoals bijvoorbeeld de kosten van juridische bijstand en reis- en verblijfskosten. bestuursrecht aangevuld met een regeling voor het toekennen van een bovenforfaitaire vergoeding in situaties waarin het gedrag van het bestuursorgaanEen bestuursorgaan is een organisatie die een overheidstaak uitvoert. dat rechtvaardigt. Daarbij moet het gaan om kennelijk onredelijk handelen van het bestuursorgaan. Doel is onnodig procederen of rekken van de procedure door het bestuursorgaan te voorkomen. Daarnaast verhoogt het Besluit de forfaitaire vergoeding voor de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de fases van beroep en hoger beroep met 40%.
De Raad verwacht dat het aantal zaken zal stijgen. Met name in WOZ-, BPM- en WOB-zaken zijn zogenoemde ‘no-cure-no-paybureaus’ actief. Voor die bureaus maakt een hogere vergoeding van de proceskosten het aantrekkelijker om te procederen.
2019/47 Advies wetsvoorstel uitbreiding taakstrafverbod (4 december 2019)
- 2019/47 Advies wetsvoorstel uitbreiding taakstrafverbod (pdf, 571 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/47 Advies wetsvoorstel uitbreiding taakstrafverbod (pdf, 246 KB)
Het Wetsvoorstel strekt ertoe de huidige taakstrafbeperking bij gewelds- en zedenmisdrijven als bedoeld in artikel 22b Sr uit te breiden naar vormen van mishandeling, voor zover zij zijn gepleegd tegen een persoon in de uitoefening van een publieke taak in het kader van de handhaving van de orde of veiligheid. De Raad adviseert met klem om af te zien van het Wetsvoorstel. Er is reden noch noodzaak voor de voorgenomen uitbreiding van artikel 22b Sr, terwijl aan die uitbreiding zwaarwegende bezwaren kleven. Binnen de rechtspleging is er voldoende aandacht voor de ernst van geweld tegen personen belast met een publieke taak. De wet biedt mogelijkheden om die gevallen adequaat te vervolgen en te bestraffen. Het Wetsvoorstel zal de rechter belemmeren in zijn mogelijkheden om in de concrete zaak, rekening houdend met alle bijzonderheden van het geval, een passende straf op te leggen.
2019/46 Wijziging Awb e.a. i.v.m. wijzingen t.b.v. rechtseenheid en rechtsontwikkeling hoogste rechtscolleges (27 november 2019)
- 2019/46 Wijziging Awb e.a. i.v.m. wijzingen t.b.v. rechtseenheid en rechtsontwikkeling hoogste rechtscolleges (pdf, 146 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/46 Wijziging Awb e.a. i.v.m. wijzingen t.b.v. rechtseenheid en rechtsontwikkeling hoogste rechtscolleges (pdf, 101 KB)
In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om de figuur van amicus curiae in procedures bij de hoogste bestuursrechters wettelijk te verankeren. Hiermee kunnen ook anderen dan de bij de rechtszaak betrokken partijen de gelegenheid krijgen om in de betreffende zaak een inbreng te leveren. In het Wetsvoorstel wordt ook voorgesteld om de mogelijkheid van zogeheten kruisbenoemingen tussen de hoogste rechtscolleges te completeren. Beide voorstellen hebben ten doel de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling te bevorderen. De Raad plaatst, gehoord de gerechten, enkele opmerkingen bij het onderwerp kruisbenoemingen.
2019/45 Advies wet aanpassing geschillenregeling en verduidelijking enquêteprocedure (25 november 2019)
- 2019/45 Advies wet aanpassing geschillenregeling enquêteprocedure (pdf, 413 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/45 Advies wet aanpassing geschillenregeling enquêteprocedure (pdf, 218 KB)
Het wetsvoorstel beoogt de effectiviteit van de geschillenprocedure te verbeteren door de gronden te verruimen waarop de vorderingen van de geschillenregeling kunnen worden toegewezen, alsook door enkele procedurele aspecten van deze regeling aan te passen. Het wetsvoorstel regelt tevens een verduidelijking van de toegang tot de enquêteprocedure voor aandeelhouders en certificaathouders van beursvennootschappen door een aparte toegangseis voor beursvennootschappen in het leven te roepen.
De voorgestelde verduidelijking van de ontvankelijkheidseisen voor de enquêteprocedure en de voorgestelde verruiming van de gronden van uitstoting en uittreding bij de geschillenprocedure worden gezien als een verbetering. Ook de voorgestelde aanpassing van het criterium voor uittreding in artikel 2:343 lid 1 BW is een verbetering. De keuze om uittreding of uitstoting niet reeds mogelijk te maken in geval van ‘duurzame ontwrichting’ van de samenwerking tussen de aandeelhouders, verdient echter nadere overdenking: ook in geval van een ‘no fault divorce’ geldt dat het noch in het belang van de onderneming, noch in dat van haar stakeholders is om de samenwerking gedwongen voort te zetten of de verhoudingen langdurig te belasten met de aanwezigheid van een aandeelhouder die niet langer deelneemt aan de samenwerking.
T.a.v. de voorgestelde ‘stroomlijning’, stelt de Raad zich op het standpunt dat een snelle en efficiënte toegang tot de rechter die leidt tot daadwerkelijke beslechting van het (onderliggende) geschil inderdaad bereikt kan worden door ‘stroomlijning van de geschillenregeling met de enquêteprocedure’, maar dan in de vorm van het bieden van de mogelijkheid de enquêteprocedure en de geschillenregelingsprocedure met elkaar te combineren. Dat leidt tot een veel snellere en goedkopere procedure, die toch met voldoende waarborgen is omkleed.
In reactie op het voorstel inhoudende dat een vordering tot uittreding niet kan worden toegewezen indien de vennootschap of een mede-aandeelhouder een onherroepelijkNiet te herroepen, niet te veranderen. Een uitspraak is onherroepelijk als de rechtzoekende geen beroep of cassatie meer kan instellen, bijvoorbeeld omdat de termijn waarbinnen men beroep moet instellen verlopen is. De zaak is dan helemaal afgedaan., onvoorwaardelijk en redelijk bod tot overname van zijn aandelen heeft gedaan dat met voldoende waarborgen is omkleed, merkt de Raad op dat niet duidelijk is voor welk probleem dit voorstel een oplossing is. Sterker nog: dit voorstel lijkt juist ruimte te bieden voor extra discussie en vertraging, vooral als gedaagden een prijs noemen waarvan de redelijkheid niet eenvoudig is vast te stellen.
De Raad vraagt zich af of de voorgestelde wijzigingen van de geschillenregelingsprocedure zullen leiden tot de met het wetsvoorstel beoogde bekorting van de doorlooptijd van geschillenprocedures, en geeft in overweging het wetsvoorstel op de in het advies genoemde onderdelen te verduidelijken en aan te passen.
2019/44 Advies versterken gebouwen Groningen (21 november 2019)
- 2019/44 Advies versterken gebouwen Groningen (pdf, 382 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/44 Advies versterken gebouwen Groningen (pdf, 122 KB)
Het wetsvoorstel is een van de versnellingsmaatregelen die het kabinet in gang heeft gezet gelet op de trage voortgang van de versterkingsoperatie van gebouwen in 6 gemeenten in Groningen. De maatregelen worden genomen ter bestrijding van de risico’s ten gevolge van aardbevingen. Voor het borgen van de veiligheid in Groningen is het van groot belang om snelheid te krijgen in deze operatie. De snelheid wordt in het wetsvoorstel gekregen door een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen de betrokken instanties en het samenvoegen van vergunningsprocedures tot 1 procedure. Door bestuursrechtelijke rechtsbescherming in 1 instantie bij de Raad van StateHoogste adviescollege van de staat dat adviseert over alle wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist in hoogste instantie in geschillen over besluiten van overheidsorganen. voor te schrijven vindt ook versnelling plaats. Beroepen tegen besluiten op basis van deze wet worden aangemerkt als spoedeisend cfm art. 8:52 Awb. De Raad van State moet binnen 6 maanden uitspraak doen.
De Raad voor de rechtspraak is van mening dat in het kader van dit wetsvoorstel een uitzondering op de hoofdregel van rechtspraak in twee instanties gerechtvaardigd is mede gelet op het veiligheidsaspect, het grote maatschappelijke belang bij snelheid van de besluitvorming en omdat het hier gaat om slechts zes aangewezen
2019/43 Advies implementatie EETS-richtlijn (20 november 2019)
- 2019/43 Advies implementatie EETS richtlijn (pdf, 368 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/43 Advies implementatie EETS richtlijn (pdf, 115 KB)
Het wetsvoorstel implementeert de Richtlijn van het Europese Parlement en de Raad van de Europese unie van 19 maart 2019 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer en ter facilitering van de grensoverschrijdend uitwisseling van informatie over niet-betaling van wegentol in de Unie (PbEU 2019, L 91). De Raad heeft een blanco wetgevingsadvies uitgebracht. De Raad heeft op 26 augustus 2019 geadviseerd over het wetsvoorstel Vrachtwagenheffing, dat verband houdt met dit wetsvoorstel.
2019/42 Wijziging Penitentiaire maatregel, Reglement verpleging ter beschikking gestelden en Reglement justitiële jeugdinrichtingen i.v.m. geestelijke verzorging en instelling commissie van toezicht en beklagcommissie voor vervoer (12 november 2019)
- 2019/42 Advies wijziging penitentiaire maatregel (pdf, 306 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/42 Advies wijziging penitentiaire maatregel (pdf, 180 KB)
Het Besluit wijzigt de Penitentiaire maatregel, het Reglement verpleging ter beschikking1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. gestelden en het Reglement justitiële jeugdinrichtingen. Kort samengevat wordt in die besluiten een hoofdstuk betreffende de commissie van toezicht en de beklagcommissie voor het vervoer ingevoegd, komt in de Penitentiaire maatregel en het Reglement justitiële jeugdinrichtingen het hoofdstuk inzake het beroep tegen medisch handelen te vervallen en worden in de Penitentiaire maatregel, het Reglement verpleging ter beschikking gestelden en het Reglement justitiële jeugdinrichtingen de bepalingen over de geestelijke verzorging aangepast. Het Besluit geeft de Raad voor de rechtspraak geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
2019/41 Advies wijziging Wgbz i.v.m. het introduceren van meerdere griffierechtcategorieën voor lagere geldvorderingen (30 oktober 2019)
- 2019/41 Advies wijziging Wgbz (pdf, 512 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/41 Advies wijziging Wgbz (pdf, 393 KB)
Als gevolg van het wetsvoorstel wordt de huidige griffierechtcategorie van vorderingen van € 500 tot € 12.500 opgesplitst in vier categorieën. Hiermee wordt beoogd de hoogte van het griffierechtDe kosten die u moet betalen aan de rechtbank bij de start van uw procedure. meer in evenwicht te brengen met de hoogte van de vordering. De verschillen tussen de griffierechttarieven voor rechtspersonen en burgers in de categorieën tot € 5.000 worden kleiner. Bedrijven gaan een minder hoog griffierecht betalen voor het aanhangig makenHet starten van een procedure bij de rechter; in een strafproces gebeurt dat door een dagvaarding of een oproep door de officier van justitie, in een civiel proces door een dagvaarding door de eisende partij aan de gedaagde partij of een verzoekschrift aan de rechter. van een geldvordering van € 500 tot € 5.000; burgers gaan een minder hoog griffierecht betalen voor het aanhangig maken van geldvorderingen van € 500 tot € 1.500. De griffierechten voor vorderingen van € 5.000 of meer worden voor zowel bedrijven als burgers verhoogd. De Raad spreekt waardering uit voor de verlaging van de tarieven in kanton. De uitwerking stuit echter op bezwaren. Omdat de Minister uitgaat van budget-neutraliteit moet de rekening bij andere categorieën zaken worden neergelegd. In het wetsvoorstel wordt gekozen voor verhoging van de tarieven in ‘hoog-kanton’ en bij civiel eerste aanleg. De Raad stelt bij wijze van alternatief voor om een veel hoger tarief te gaan heffen in civiele ‘mega-zaken’. De Raad vraagt voorts aandacht voor het feit dat het griffierecht in een civiele procedure in eerste aanleg ten gevolge van het wetsvoorstel hoger wordt dan bij hoger beroep, en werpt de vraag op of dit wel door de wetgever is beoogd.
2019/40 Regeling experiment gesloten coffeeshopketen (30 oktober 2019)
- 2019/40 Advies regeling experiment coffeeshops (pdf, 363 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/40 Advies regeling experiment coffeeshops (pdf, 209 KB)
De Regeling strekt tot uitwerking van de Wet en het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen. De Wet maakt het mogelijk dat geëxperimenteerd wordt met de productie van hennep en hasjiesj door aangewezen telers, de levering daarvan aan coffeeshops die in deelnemende gemeenten zijn toegestaan en de verkoop van die hennep of hasjiesj door die coffeeshops. De Raad heeft over de Wet en het Besluit in 2018 en 2019 geadviseerd. De Raad ziet geen aanleiding om over de Regeling inhoudelijk te adviseren.
2019/39 Advies Wijziging Bjsg i.v.m. verstrekking justitiële gegevens aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst t.b.v. het nemen van beslissingen over het intrekken van Nederlanderschap (23 oktober 2019)
- 2019/39 Advies verstrekking justitiële gegevens (pdf, 403 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/39 Advies verstrekking justitiële gegevens (pdf, 361 KB)
Het Besluit biedt een grondslag voor de notificatie door de Justitiële Informatiedienst aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van gevallen waarin de strafrechter een verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft veroordeeld voor een terroristisch misdrijf. De IND kan op basis van die notificatie en met het oog op de toepassing van art. 14 Rijkswet op het Nederlanderschap (intrekken Nederlanderschap) een verzoek aan het desbetreffende gerecht doen om een afschriftEen afschrift van een uitspraak is het document met de rechterlijke uitspraak dat u ontvangt van de rechtbank. te verstrekken van de rechterlijke beslissing. Die verstrekking vindt plaats op grond van de gangbare procedureregels in het Wetboek van Strafvordering. In zijn advies over het Besluit staat de Raad stil bij de uitvoerbaarheid van de voorgestelde regeling. Daarnaast wordt in het advies aangedrongen op een nadere toelichting op de mogelijkheid om ook bij niet-onherroepelijke veroordelingen toepassing te geven aan deze regeling.
2019/38 Advies Wijziging Sr i.v.m. introductie strafverzwaring voor beledigende uitingen die fysiek gevaar voor een ander opleveren (2 oktober 2019)
- 2019-38 Advies wijziging sr i.v.m. strafverzwaring beledigende uitlatingen.pdf (pdf, 457 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/38 Advies wijziging Sr i.v.m. strafverzwaring beledigende uitlatingen.pdf (pdf, 123 KB)
Met het Wetsvoorstel wordt beoogd het strafmaximum voor (gekwalificeerde) smaad, laster, belediging en lasterlijke aanklacht met een derde te verhogen in gevallen waarin van de beledigende uiting levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel uitgaat (“te duchten is”). Voor de toepasselijkheid van de strafverzwaringsgrond is niet vereist dat degene die de belediging uitte dit effect voor ogen had. De (ernstige) gevaarzetting als gevolg van de belediging komt daarmee op conto van degene die opzettelijk beledigde. De Raad ziet de toegevoegde waarde van dit wetsvoorstel niet en adviseert het niet verder in procedure te brengen. Het Wetboek van Strafrecht biedt thans voldoende mogelijkheden om in de in de Memorie van Toelichting geschetste situaties adequaat te vervolgen en te bestraffen.
2019/37 Advies Innovatiewet Sv (2 oktober 2019)
- 2019/37 Advies Innovatiewet Sv (pdf, 808 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/37 Advies Innovatiewet Sv (pdf, 451 KB)
Met het Wetsvoorstel kunnen vooruitlopend op de inwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Modernisering Sv) enkele voor de strafrechtspraktijk relevante onderwerpen worden toegepast, waarvan het voornemen bestaat ze op te nemen in het nieuwe wetboek. De Raad onderschrijft het belang van het Wetsvoorstel. Aan daaruit voortvloeiende experimenten moet wel als randvoorwaarde worden gesteld dat sprake is van zorgvuldig uitgewerkte regelingen met een voldoende wettelijke grondslag die niet leiden tot ontoelaatbare rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid. De regelingen moeten verenigbaar zijn met het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel. Voldoende draagvlak en capaciteit zijn nodig om de beoogde experimenten op verantwoorde wijze te kunnen uitvoeren. De Raad plaatst bij de uitwerking van verschillende onderwerpen kanttekeningen. Met betrekking tot de voorgestelde procedure na een geslaagde mediationAlternatieve methode om geschillen buiten de rechter om op te lossen. Wordt ook alternatieve geschilbeslechting genoemd. en de afsplitsing van de vordering benadeelde partijSlachtoffer dat schade heeft door een strafbaar feit en daarvoor in het strafproces een vergoeding van de verdachte heeft gevraagd. zijn de bezwaren van dermate zwaarwegende aard dat de Raad adviseert deze onderdelen van het Wetsvoorstel te heroverwegen.
2019/36 Advies wetsvoorstel oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen (18 september 2019)
- 2019/36 Advies wetsvoorstel oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen (pdf, 398 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/36 Advies wetsvoorstel oneerlijke handelspraktijken landbouw- en voedselvoorzieningsketen (pdf, 4 MB)
Het wetsvoorstel strekt tot implementatie van Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relatie tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen. In de artikelen 2 en 3 van het wetsvoorstel wordt geregeld wanneer een afnemer van landbouw- en voedingsproducten onrechtmatig handelt jegens een leverancier. Een leverancier die geconfronteerd wordt met een onrechtmatige handelspraktijk, kan zich wenden tot de civiele rechter. Artikel 6 van het wetsvoorstel biedt een grondslag voor de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om een commissie aan te wijzen die belast is met het beslechten van geschillen tussen afnemers en leveranciers inzake de toepassing van het bepaalde in de artikelen 2 en 3. Voorts wordt met dit wetsvoorstel de Autoriteit Consument en Markt (ACM) belast met het handhaven van het verbod op onrechtmatige handelspraktijken. Zij kan zowel op eigen initiatief als naar aanleiding van een klacht toezichtshandelingen verrichten.
In het wetsvoorstel wordt voorgesteld de ‘ACM zaken’ te concentreren bij de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Rotterdam en in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De Raad kan zich hierin vinden. Verder wordt er in het advies op enkele punten in het wetsvoorstel onduidelijkheden geconstateerd. In het bijzonder wordt opgemerkt dat geen aandacht wordt besteed aan een mogelijke samenloop tussen civielrecht en bestuursrecht.
2019/35 Advies Wetsvoorstel versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit (18 september 2019)
- 2019/35 Advies Wetsvoorstel versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit (pdf, 68 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/35 Advies Wetsvoorstel versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit (pdf, 251 KB)
Het Wetsvoorstel bevat verschillende voorstellen op strafrechtelijk terrein waarmee wordt beoogd bij te dragen aan een effectievere aanpak van ondermijnende criminaliteit. De Raad werpt in zijn advies onder meer vragen op met betrekking tot de voorgestelde mogelijkheden tot het verhaal van schade en kosten op de veroordeelde. Ten aanzien van de voorgestelde maatregel kostenverhaal wordt in het advies het enthousiasme dat gesteld wordt in het mitigerende effect van de maatregel getemperd. Of er steeds een concreet verhaal mogelijk is en daarmee het beoogde effect van de maatregel zal worden bereikt, is maar zeer de vraag. Van de introductie van deze maatregel worden bovendien substantiële werklastgevolgen voor de Rechtspraak verwacht.
2019/34: Wet en regeling overgang van onderneming in faillissement (4 september 2019)
- 2019/34 Wet en regeling overgang van onderneming in faillissement (pdf, 555 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/34 Wet en regeling overgang van onderneming in faillissement (pdf, 310 KB)
Met het wetsvoorstel wordt een nieuwe regeling ingevoerd betreffende de positie van werknemers in faillissement. In het bijzonder betreft het de rechten van werknemers bij een overgang van onderneming in faillissement. Voorgesteld wordt dat werknemers die ten tijde van de faillietverklaring in dienst zijn bij de gefailleerde werkgever, op het moment van de overgang van de onderneming in principe onder dezelfde arbeidsvoorwaarden in dienst komen bij degene die de onderneming in het faillissement overneemt en voortzet. Alleen als er bij de overgang arbeidsplaatsen verdwijnen en dit het gevolg is van bedrijfseconomische omstandigheden, is het de verkrijger toegestaan minder werknemers over te nemen. De OR en de personeelsvereniging krijgen het recht om een advies uit te brengen over de totstandkoming van de overgang. De RC die toestemming moet geven voor de overgang, zal dit advies bij zijn beslissing betrekken.
De Raad merkt op dat deze op grote (‘Estro-achtige’) situaties toegesneden wetgeving onvoorziene niet gewenste gevolgen kan hebben voor de ‘gemiddelde’ - dat wil zeggen veel kleinere - faillissementen. De Raad vraagt zich af of er niet een meer flexibel systeem moet worden voorgestaan, waarbinnen verschillende regimes zouden moeten gelden voor gefailleerde ondernemingen naar gelang de omvang van de onderneming. Het wetsvoorstel heeft substantiële gevolgen voor de werklast van de Rechtspraak.
2019/33 Reactie op aanbevelingen mediation (29 augustus 2019)
- 2019/33 Reactie op aanbevelingen mediation (pdf, 271 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/33 Reactie op aanbevelingen mediation (pdf, 249 KB)
Naar aanleiding van het vastlopen van het wetgevingstraject met betrekking tot mediation heeft een werkgroep van experts waaronder mediators, advocaten en een rechter een ‘Aanzet voor een gezamenlijke formulering van aanbevelingen voor de volgende versie van het Wetsontwerp Mediation’ in januari 2019 uitgebracht. De Raad is gevraagd een reactie te geven ten aanzien van deze ‘Aanbevelingen’. De reactie van de Raad kan slechts worden gezien als een eerste voorlopige reactie op hoofdlijnen, vooruitlopend op een later advies van de Raad over eventuele nadere mediationwetgeving op grond van artikel 95 van de Wet op de rechterlijke Organisatie (Wet RO).
2019/32: Advies Wet inburgering (28 augustus 2019)
- 2019/32 Advies Wet Inburgering (pdf, 473 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/32 Advies Wet Inburgering (pdf, 4 MB)
Met het wetsvoorstel wordt beoogd dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren, richting werk worden geactiveerd en volwaardig aan de Nederlandse samenleving gaan deelnemen. Het wetsvoorstel geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2019/31 Advies Vrachtwagenheffing (26 augustus 2019)
- 2019/31 2019/31 Advies Vrachtwagenheffing (pdf, 491 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/31 Advies Vrachtwagenheffing (pdf, 4 MB)
Het wetsvoorstel introduceert een vrachtwagenheffing voor vrachtwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg, waarbij binnenlandse en buitenlandse houders van vrachtwagens betalen naar gereden kilometers. De netto-inkomsten vloeien terug naar de vervoerssector voor innovatie en verduurzaming.
In het advies maakt de Raad enkele opmerkingen over de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel, met name over de bezwaartermijn. Daarnaast wordt opgemerkt dat de rechtsbescherming in het wetsvoorstel niet duidelijk is geregeld, geadviseerd wordt een aparte rechtsbeschermingsparagraaf in de Memorie van Toelichting op te nemen. Er worden substantiële werklastgevolgen voor de Rechtspraak verwacht.
2019/30 Wijziging Brra i.v.m. melden financiële belangen (12 augustus 2019)
- 2019/30 Wijziging Brra i.v.m. melden financiële belangen (pdf, 405 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/30 Wijziging Brra i.v.m. melden financiële belangen (pdf, 4 MB)
Ten aanzien van de voorgestelde wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met het melden van financiële belangen en effectentransacties rechterlijke ambtenaren heeft de Raad van de rechtspraak het volgende advies uitgebracht.
De Raad stelt vast dat de voorgestelde regelgeving in de huidige vorm stuit op een aantal bezwaren en verzoekt een aantal onderdelen aan te passen. De bezwaren betreffen de formulering van artikel 33s na doorvoering van de wijzigingen uit artikel II van het wijzigingsbesluit. De formulering is niet in overeenstemming met het vereiste van duidelijke regelgeving, nu het de indruk wekt dat de Minister van JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. en Veiligheid bevoegdheden heeft ten aanzien van de rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast. De Raad geeft aan dat een nadrukkelijke grondslag in een wet in formele zin noodzakelijk is om regels te kunnen stellen ten aanzien van met rechtspraak belaste rechterlijke ambtenaren. Dit in reactie op de stellingname van de minister in de nota van toelichting dat een ruim geformuleerde delegatie grondslag in artikel 54, onderdeel k, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voldoende grondslag biedt om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels te stellen.
2019/29 Advies wijziging Besluit videoconferentie (19 juli 2019)
- 2019/29 Advies wijziging besluit videoconferentie (pdf, 617 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/29 Advies wijziging besluit videoconferentie (pdf, 200 KB)
De wijziging van het Besluit strekt ertoe om in het strafproces in meer gevallen de toepassing van videoconferentie mogelijk te maken. Dit sluit aan bij wensen in de rechtspraktijk en draagt bij aan een spoedige berechting. Videoconferentie kan echter niet gezien worden als een volwaardig alternatief voor het verschijnen ter terechtzitting. De persoonlijke verschijning van de verdachte blijft voor de rechter een groot goed. Ten aanzien van minderjarigen is de Raad van oordeel dat deze uitgesloten dienen te blijven van het gebruik van videoconferentie in alle fasen van het strafproces. Ten aanzien van overige kwetsbare verdachten geeft de Raad in overweging toelichting op het Besluit aan te vullen. De kwetsbaarheid van deze groep verdachten kan namelijk ook juist een indicatie zijn om deze niet per videoconferentie te horen. Tot slot wijst de Raad erop dat een financiële investering in technische apparatuur en toepassingen noodzakelijk is, teneinde te kunnen garanderen dat de videoconferentie kan worden toegepast zonder technische gebreken en naar de actuele stand van de techniek.
2019/28 Advies besluit tarieven in strafzaken en Besluit beëdigde tolken en vertalers (3 juli 2019)
- 2019/28 Advies WA Besluit Tolken (pdf, 378 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019-28-advies-wa-besluit-tolken (pdf, 157 KB)
De Raad is verzocht advies uit te brengen inzake de wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (het ‘Btis’) en het Besluit beëdigde tolken en vertalers (het ‘Bbtv’). De wijzigingen vloeien voort uit het programma Tolken in de toekomst. Ze hebben betrekking op twee specifieke aspecten ten aanzien van de inzet van tolken en vertalers bij de Rijksoverheid. In de eerste plaats worden de inschrijfeisen voor tolken in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv) in het Bbtv aangepast. Hierdoor kunnen in het Rbtv meerdere kwalitatieve inschrijfniveaus worden gehanteerd. In de tweede plaats worden de vaste tarieven voor tolk- en vertaaldiensten die zijn opgenomen in het Btis, omgezet naar minimumtarieven.
In het advies wordt met name aandacht besteed aan het waarborgen van de kwaliteitseisen van tolken en de praktische uitvoering van de voorstellen. Ondanks het feit dat de aanbesteding geen onderdeel uitmaakt van de adviesaanvraag is er toch voor gekozen om alvast een voorschot hierop te nemen en aan te geven over welke punten de rechtspraak zich zorgen maakt.
2019/27 Advies Uitvoering Confiscatieverordening nr. 2018/1805 (PbEU 2018, L 303/1) (26 juni 2019)
- 2019/27 Advies Uitvoering Confiscatieverordening nr. 2018/1805 (PbEU 2018, L 303/1) (pdf, 379 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/27 Advies Uitvoering Confiscatieverordening nr. 2018/1805 (PbEU 2018, L 303/1) (pdf, 127 KB)
Het wetsvoorstel strekt ter implementatie van Verordening (EU) nr. 2018/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 inzake de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen (PbEU 2018, L 303/1) (‘de Confiscatieverordening’, afgekort ‘Cvo’). Met ingang van 19 december 2020 vervangt de Cvo de Kaderbesluiten 2003/577/JBZ (tenuitvoerlegging1. Uitvoering van een arrest of uitspraak, desnoods met behulp van een deurwaarder; 2. In het strafprocesrecht: de omzetting van een voorwaardelijke straf in een onvoorwaardelijke straf. bevriezing) en 2006/783/JBZ (wederzijdse erkenning confiscatie). De Cvo is vanaf dan rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten van de Europese Unie, met uitzondering van Ierland en Denemarken. In de Cvo worden regels gesteld op grond waarvan een lidstaat bevriezings- of confiscatiebevelen erkent en ten uitvoer legt die door een andere lidstaat in het kader van procedures in strafzaken zijn uitgevaardigd (art. 1 lid 1 Cvo). De Raad voor de rechtspraak heeft geen opmerkingen over het wetsvoorstel.
2019/26 Advies Invoeringsbesluit USB en Besluit USB/26 (26 juni 2019)
- 2019/26 Advies Invoeringsbesluit USB en Besluit USB (pdf, 493 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van Alternatieve tekst van 2019/26 Advies Invoeringsbesluit USB en Besluit USB (pdf, 142 KB)
Met de Wet herzieningBuitengewoon rechtsmiddel tegen onherroepelijke veroordelingen in strafzaken. Kan bij de Hoge Raad worden aangevraagd wanneer zich een nieuw gegeven (zgn. novum) zich heeft geopenbaard, dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was. tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen is in Boek 6 Sv een nieuwe wettelijke regeling voor de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen vastgesteld. Doelstellingen daarbij zijn het sneller starten van de tenuitvoerlegging, het daadwerkelijk tenuitvoerleggen van straffen en het goed informeren van alle relevante partners binnen en buiten de strafrechtsketen. Het Invoeringsbesluit USB en Besluit USB hangen met deze wetgeving samen. Het Besluit USB strekt ertoe de voor de regeling van de tenuitvoerlegging benodigde nadere regels bij Boek 6 Sv over vrijheidsbenemende, vrijheidsbeperkende en geldelijke sancties, bijkomende straffen en over de strafvorderlijke gratieregeling integraal opnieuw vast te stellen en te bundelen in één besluit. Het Invoeringsbesluit USB voorziet in wijziging van regelingen die niet hun grondslag vinden in de herziene regeling van de tenuitvoerlegging, maar die wel door de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen worden geraakt. In zijn advies werpt de Raad vragen van voornamelijk technische en redactionele aard op.
2019/25 Advies Wijziging Wet RO i.v.m. wegnemen belemmeringen voor gerechten bij het verlenen van onderlinge bijstand in geval van gebrek aan voldoende zittingscapaciteit (26 juni 2019)
- 2019/25 Advies Wijziging Wet RO (pdf, 377 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/25 Advies Wijziging Wet RO (pdf, 123 KB)
Met het Wetsvoorstel wordt beoogd te voorzien in meer flexibiliteit voor gerechten bij het elkaar verlenen van bijstand in het geval een gerechtRechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hoge Raad. te maken krijgt met een tijdelijk gebrek aan voldoende zittingscapaciteit. Het Wetsvoorstel draagt daarmee bij aan de wens om zoveel mogelijk te voorkomen dat de behandeling van een zaak vertraagt als gevolg van tijdelijk gebrek aan voldoende zittingscapaciteit. Ook wordt beoogd met het Wetsvoorstel bij te dragen aan het optimaler kunnen inzetten van de beschikbare (personele) zittingscapaciteit van de Rechtspraak. Met het wetsvoorstel wordt tegemoet gekomen aan aanbevelingen van de Commissie Evaluatie herziening gerechtelijke kaart en uit het gezamenlijk door de Raad en het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. uitgebrachte Rapport afstemming zittingscapaciteit strafzaken. De Raad voor de rechtspraak kan zich verenigen met het Wetsvoorstel en spreekt daarvoor zijn waardering uit. Het Wetsvoorstel komt tegemoet aan een dringende behoefte in de praktijk.
2019/24 Advies modernisering personenvennootschappen (13 juni 2019)
- 2019/24: Advies modernisering personenvennootschappen (pdf, 391 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/24 Advies modernisering personenvennootschappen (pdf, 101 KB)
Het wetsvoorstel geeft het nieuwe moderne wettelijk kader voor personenvennootschappen (maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap). Doel van het wetsvoorstel is een moderne toegankelijke regeling die ondernemers faciliteert, passende bescherming biedt aan schuldeisers en zekerheid biedt aan het handelsverkeer. Het wetsvoorstel lijkt een grote verbetering van de huidige verouderde wetgeving over maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap, en bevat geen onderdelen die uit oogpunt van werkbaarheid of belasting voor de Rechtspraak op bezwaren stuiten. De Raad heeft enkel opmerkingen van wetstechnische en redactionele aard.
2019/23 Advies aanpassingsbesluit Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (6 juni 2019)
- 2019/23: Advies aanpassingsbesluit Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (pdf, 204 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/23: Advies aanpassingsbesluit Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (pdf, 151 KB)
Het Ontwerpbesluit strekt tot aanpassing van besluiten van alle ministeries ten behoeve van de invoering en uitvoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (hierna: ‘Wnra’). Die initiatiefwet heeft ten doel de rechtspositie van ambtenaren zoveel mogelijk gelijk te stellen aan die van werknemers in de private sector, die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Het belangrijkste uitgangspunt van de invoerings- en aanpassingswetgeving is dat zij technisch en beleidsarm van aard is. In dit aanpassingsbesluit worden de besluiten van alle ministeries dan ook uitsluitend technisch gewijzigd en in overeenstemming gebracht met het systeem van de Wnra. Als gevolg daarvan worden met het Ontwerpbesluit verschillende arbeidsvoorwaardelijke bepalingen geschrapt die nog terug moeten komen in de toepasselijke cao. De Raad heeft hierover graag nader overleg met de betrokken ministers.
2019/22 Advies Invoeringswet Europees Openbaar Ministerie (5 juni 2019)
- 2019/22: Advies Invoeringswet Europees Openbaar Ministerie (pdf, 494 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/22: Advies Invoeringswet Europees Openbaar Ministerie (pdf, 146 KB)
Het Wetsvoorstel strekt tot aanpassing van een aantal wetten ter uitvoering van de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees OM (EOM) (PbEU 2017, L 283). De Verordening heeft tot doel de financiële belangen van de Unie intensiever te beschermen tegen strafbare feiten, die jaarlijks aanzienlijke financiële schade veroorzaken. Hiertoe is het EOM ingesteld. Het EOM zal bevoegd zijn inzake de vervolging van bepaalde strafbare feiten die de financiële belangen van de Europese Unie schaden. Het is een orgaan van de Europese Unie en deelt zijn bevoegdheid met de lidstaten. Het EOM heeft hierbij wel een voorrangsrecht, doordat het kan besluiten een EU-fraude zaak die binnen de gedeelde bevoegdheid valt aan zich te trekken (evocatierecht) teneinde die zaak te onderzoeken en vervolgen. Het EOM kan daartoe dwingend beschikken over nationale opsporingscapaciteit. De EOM-zaken worden volgens de lokale procedureregels in de lidstaten vervolgd en berecht. De Raad voor de rechtspraak maakt in zijn advies over het wetsvoorstel onder meer opmerkingen over het evocatierecht, rechtshulp en rechtsmacht en de verwachte werklastverzwaring voor de gerechten.
2019/21 Advies wijziging Besluit DNA-onderzoek en Besluit identiteitsvaststelling (5 juni 2019)
- 2019/21: Advies wijziging Besluit DNA-onderzoek en Besluit identiteitsvaststelling (pdf, 468 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/21: Advies wijziging Besluit DNA-onderzoek en Besluit identiteitsvaststelling (pdf, 111 KB)
Met het Besluit wordt het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken en het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden gewijzigd. Het belang van de voorgestelde wijzigingen wordt door de Raad voor de rechtspraak onderschreven. Naast enkele opmerkingen van redactionele aard wordt in het advies gevraagd om verduidelijking. Onder meer ten aanzien van de vraag wat bedoeld wordt met "het resterende celmateriaal", dat na een onderzoek op locatie m.b.v. mobiele apparatuur door opsporingsambtenaren aan het NFI dient te worden toegestuurd. Ook wordt gevraagd te verduidelijken wat het belang is van uitbreiding van artikel 4 Besluit DNA-onderzoek in strafzaken, inhoudende een explicitering/uitbreiding van de gegevens die de opdracht aan de deskundige die het DNA-onderzoek verricht moet bevatten. Ten slotte wordt aanbevolen in de tekst van artikel 4a Besluit DNA-onderzoek in strafzaken expliciet vast te leggen dat het daar bedoelde onderzoek enkel wordt verricht door een daartoe opgeleide forensische opsporingsambtenaar.
2019/20 Advies Wijziging Overleveringswet i.v.m. arresten HvJ EU in de gevoegde zaken C-508/18 OG en C-82/19 PPU PI en in de zaak C-509/18 PF (3 juni 2019)
- 2019/20: Advies Wijziging Overleveringswet i.v.m. arresten HvJ EU in de gevoegde zaken C-508/18 OG en C-82/19 PPU PI en in de zaak C-509/18 PF (pdf, 445 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/20: Advies wijziging Overleveringswet in verband met de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de gevoegde zaken C-508/18 OG en C-82/19 PPU PI en in de zaak C-509/18 PF (pdf, 136 KB)
Het Wetsvoorstel strekt tot wijziging van de Overleveringswet. De voorgestelde wijzigingen houden in dat de rechter-commissaris in het vervolg zal fungeren als uitvaardigende autoriteit, indien ten behoeve van een Nederlandse strafzaak een Europees aanhoudingsbevel (EAB) wordt gericht aan de justitiële autoriteiten van een andere lidstaat. Hiermee wordt de Overleveringswet in overeenstemming gebracht met Kaderbesluit 2002/584/JBZ en de uitleg die daaraan door het Hof van Justitie van de Europese Unie is gegeven in enkele uitspraken van 27 mei 2019. De Raad onderkent het belang om door middel van spoedwetgeving zo snel mogelijk te voorzien in een situatie die in overeenstemming is met het Kaderbesluit. De Raad maakt wel enkele kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid van het Wetsvoorstel en reikt alternatieven aan. Daarnaast worden in het advies enkele redactionele opmerkingen gemaakt.
2019/19 Advies wetsvoorstel adviesrecht gemeente bij schuldenbewind (2e ronde) (25 april 2019)
- 2019/19: Advies wetsvoorstel adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (2e ronde) (pdf, 283 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/19: Advies wetsvoorstel adviesrecht gemeente bij schuldenbewind (2e ronde) (pdf, 147 KB)
De Raad in algemene zin voorstander van het verbeteren van de mogelijkheden voor gemeenten om adequate schuldhulpverlening te bieden aan mensen met een problematische schuldenpositie. Voor het bieden van schuldhulpverlening zijn gemeenten immers verantwoordelijk. Kritisch is de Raad over het moment in de procedure waarop de rechter op basis van dit wetsvoorstel de gemeente om advies zou moeten vragen. Beter is eerst schuldenbewind in te stellen en korte tijd daarna op basis van het advies van de gemeente te bekijken of er ook andere mogelijkheden dan bewindBewind is een vorm van hulp voor mensen van 18 jaar of ouder die niet goed voor eigen geld en bezit kunnen zorgen. zijn. Verder adviseert de Raad om de uitkomst van de pilot in Tilburg af te wachten, en deze mee te nemen bij de voorbereiding van het wetsvoorstel. De uitvoering van de wet zal voor de griffies van de rechtbanken.
2019/18 Ontwerp-Aanvullingsbesluit Grondeigendom Omgevingswet (24 april 2019)
- 2019/18: Ontwerp-Aanvullingsbesluit Grondeigendom Omgevingswet (pdf, 371 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/18: Ontwerp-Aanvullingsbesluit Grondeigendom Omgevingswet (pdf, 147 KB)
Het besluit is een nadere uitwerking van het Aanvullingswetsvoorstel grondeigendom Omgevingswet. Het Besluit vult de AMvB's onder de Omgevingswet op een aantal onderwerpen aan. De Raad ziet geen reden om inhoudelijk te adviseren over het besluit.
2019/17 Aanvullend advies werklast- en organisatorische gevolgen Wet homologatie onderhands akkoord (17 april 2019)
- 2019/17: Aanvullend advies werklast- en organisatorische gevolgen Wet homologatie onderhands akkoord (pdf, 470 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/17: Aanvullend advies werklast- en organisatorische gevolgen Wet homologatie onderhands akkoord (pdf, 348 KB)
Met de Whoa wordt in de Faillissementswet een regeling ingevoerd op basis waarvan de rechtbank een onderhands akkoord tussen een onderneming en zijn schuldeisers en aandeelhouders betreffende de sanering en herstructurering van schulden kan goedkeuren (homologeren) als daarmee het faillissement van de schuldenaar kan worden voorkomen. De homologatie leidt ertoe dat het akkoord verbindend is voor alle bij het akkoord betrokken schuldeisers en aandeelhouders. Bedoeling is dat de nieuwe regeling het minnelijk schuldsanerings- en herstructureringstraject versterkt.
Over de Whoa heeft de Raad al eerder advies uitgebracht: 2017/31 Advies Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement, 14 december 2017. Omdat het wetsvoorstel mede n.a.v. dat advies aanzienlijk is gewijzigd bevat dit aanvullende advies een nieuwe doorrekening van de werklastgevolgen. De Raad verwacht dat de aangebrachte wijzigingen in het wetsvoorstel zullen leiden tot een verdere verzwaring van de werklast van de gerechten. Omdat dit een geheel nieuwe procedure betreft en het derhalve moeilijk is om alle effecten ervan te voorzien, wordt in het advies echter voorgesteld om in de wet op te nemen dat na een periode van drie jaar een evaluatie zal worden gehouden waarbij in ieder geval de werklast aan de orde komt.
Naast werklastgevolgen heeft de Whoa ook gevolgen voor de werkwijze van rechters en juridisch medewerkers. Het is thans niet mogelijk om aan te geven wat de beste wijze is om er voor zorg te dragen dat deze, gespecialiseerde, zaken op de beste wijze worden behandeld door de Rechtspraak. In het advies wordt daarom voorgesteld om te werken met een tijdelijke werkwijze, die na drie jaar wordt geëvalueerd, inhoudende dat iedere rechtbank een rechter-commissaris en een juridisch ondersteuner aanlevert die deel uitmaakt van een landelijke Whoa-pool. Als een Whoa-zaak zich voordoet, dan behandelt de Whoa-rechter uit het betreffende arrondissementRechtsgebied. Nederland is verdeeld in elf arrondissementen. de zaak, tezamen met twee andere Whoa-rechters uit de landelijke pool.
2019/16 Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet (10 april 2019)
- 2019/16: Advies ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet (pdf, 368 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/16: Advies ontwerp Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet (pdf, 134 KB)
Het besluit is een nadere uitwerking van het Aanvullingswetsvoorstel geluid Omgevingswet. Het betreft het geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen en vult de AMvB’s onder de Omgevingswet aan. De Raad ziet geen reden om inhoudelijk te adviseren over het besluit.
2019/14 Invoeringswet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Invoeringswet USB) (3 april 2019)
- 2019/14: Invoeringswet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Invoeringswet USB) (pdf, 657 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/14: Invoeringswet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Invoeringswet USB) (pdf, 237 KB)
Het Wetsvoorstel strekt onder meer tot het regelen van de samenloop van de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Stb. 2017, 82, de ‘Wet USB’) met wetsvoorstellen en wetten die tijdens de totstandkoming van de Wet USB en nadien zijn ingediend respectievelijk tot stand zijn gekomen. Voorts strekt het Wetsvoorstel tot het laten vervallen van de executieverjaringstermijnen. Daarnaast voorziet het Wetsvoorstel in wijziging en stroomlijning van de bepalingen die betrekking hebben op de maatregelen van terbeschikkingstelling (‘tbs’) en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (‘pij’). Ten slotte wordt voorzien in overgangsrecht voor de toepassing van het juridisch jaar (artikel 136 Sv). Het Wetsvoorstel stuit in zijn huidige vorm op een aantal zwaarwegende bezwaren. Dat geldt met name voor de onderdelen afschaffing executieverjaring en de voorgenomen aanpassingen van de tbs- en pij-regeling. De Raad vraagt in zijn advies om deze onderdelen van het Wetsvoorstel te verduidelijken en aan te passen.
2019/13 Advies uitbreiding benadelingsverbod voor klokkenluiders (18 maart 2019)
- 2019/13 Advies uitbreiding benadelingsverbod voor klokkenluiders (pdf, 414 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/13 Advies uitbreiding benadelingsverbod voor klokkenluiders (pdf, 126 KB)
Het wetsvoorstel behelst een uitbreiding van het benadelingsverbod voor klokkenluiders naar anders werkenden ter uitvoering van de in het kader van de behandeling van het wetsvoorstel Huis voor Klokkenluiders in 2016 door de Eerste KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. aangenomen motie Bikker. In het wetsvoorstel wordt het in artikel 7:658c BW neergelegde benadelingsverbod voor werknemers die een vermoeden van een misstand als bedoeld in de Wet Huis voor klokkenluiders melden, aangevuld met een benadelingsverbod voor degenen die anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten zoals zzp'ers, vrijwilligers en stagiairs.
De Raad vraagt om nadere verduidelijking in de MvT van het bereik van het voorgestelde artikel 7:658c lid 2 BW in het licht van de jurisprudentieGeheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. m.b.t. artikel 7:658 lid 4 BW. Daarnaast vraagt de Raad om te verduidelijken of de formulering ‘in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf’ in de in dit wetsvoorstel voorgestelde bepaling zich ook tot overheidswerkgevers uitstrekt.
2019/12 Advies ontwerp-Omgevingsregeling (13 maart 2019)
- 2019/12 Advies ontwerp-Omgevingsregeling (pdf, 367 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/12 Advies ontwerp-Omgevingsregeling (pdf, 132 KB)
De regeling bevat regels die nodig zijn voor de toepassing van de Omgevingswet en de daarbij behorende vier algemene maatregelen van bestuur. Het gaat daarbij om locatie gebonden, uitvoeringstechnische, administratieve of meet- en rekentechnische voorschriften. De Omgevingsregeling is onderdeel van het nieuwe stelsel voor het omgevingsrecht. De Raad ziet geen reden om inhoudelijk te adviseren over de regeling.
2019/11 Advies aanpassing Boek 2 BW ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen (11 maart 2019)
- 2019/11 Advies aanpassing Boek 2 BW ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen (pdf, 458 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/11 Advies aanpassing Boek 2 BW ter verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen (pdf, 149 KB)
Het wetsvoorstel strekt tot verruiming van de mogelijkheden tot het verbieden van rechtspersonen waarvan de werkzaamheid of het doel in strijd is met de openbare orde. De notie ‘openbare orde’ wordt nader inhoudelijk genormeerd en er wordt voorzien in een bewijslastverlichting voor het OM, doordat bepaalde activiteiten en doelen a priori in strijd met de openbare orde worden geacht. Ook bepaalt het wetsvoorstel dat de rechter een bestuursverbod oplegt aan bestuurders en feitelijk leidinggevenden van een verboden verklaarde rechtspersoon.
De Raad merkt op dat de voorgestelde bewijsvermoedens van strijd met de openbare orde in feite een beperking vormen van de beoordelingsvrijheid van de civiele rechter en dat de daarmee beoogde rechtszekerheid als keerzijde heeft dat de rechtsbescherming in de concrete zaak wordt beperkt. Dit klemt temeer nu de vermoedens ook rechtstreeks doorwerken in een eventuele daaropvolgende strafrechtelijke procedure ter zake van het voortzetten van de werkzaamheden van de verboden rechtspersoon. Voor zover gebruik wordt gemaakt van bewijsvermoedens, geeft de Raad in overweging om deze zodanig feitelijk in te kleden, dat met de constructie van het tegenbewijs recht kan worden gedaan aan de omstandigheden van het geval. De Raad constateert voorts dat bij het opleggen van het bestuursverbod een discretionaire bevoegdheidDe vrije beslissingsruimte van de rechter. voor de rechter ontbreekt en dat dit tot onwenselijke situaties kan leiden. De Raad acht het van groot belang dat de rechter de mogelijkheid heeft om rekening te kunnen houden met de bijzondere omstandigheden van het geval en vraagt daarom om voor de oplegging van het bestuursverbod een ‘kan-bepaling’ voor de rechter op te nemen.
2019/10 Advies wijziging Advocatenwet, Gerechtsdeurwaarderswet en Wet op het notarisambt (27 februari 2019)
- 2019/10 Advies wijziging Advocatenwet, Gerechtsdeurwaarderswet en Wet op het notarisambt (pdf, 374 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/10 Advies wijziging Advocatenwet, Gerechtsdeurwaarderswet en Wet op het notarisambt (pdf, 112 KB)
Het wetsvoorstel voorziet in een grondslag voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens ten behoeve van de uitvoering van kwaliteitstoetsen bij advocaten, gerechtsdeurwaarders en notarissen. Daarnaast bevat het wetsvoorstel diverse aanpassingen van overwegend wetstechnische aard.
Het wetsvoorstel geeft de Raad voor de rechtspraak geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2019/09a Advies wetsvoorstel Anti Tax Avoidance Directive 2 (26 februari 2019)
- 2019/09a Advies wetsvoorstel Anti Tax Avoidance Directive 2 (pdf, 371 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/09a Advies wetsvoorstel Anti ax Avoidance Directive 2 (pdf, 215 KB)
Het wetsvoorstel schrijft regels voor om belastingontwijking door bedrijven door middel van zogenoemde hybridemismatchstructuren te voorkomen. Hybridemismatchstructuren zijn structuren waarin een belastingvoordeel wordt behaald door gebruik te maken van de verschillen tussen vennootschapsbelastingstelsels van verschillende landen. Het wetsvoorstel geeft geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2019/09 Advies Wet franchise (22 februari 2019)
- 2019/09 Advies Wet franchise (22 februari 2019) (pdf, 386 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/09 Advies Wet franchise (22 februari 2019) (pdf, 213 KB)
Het doel van het wetsvoorstel is om de positie van franchisenemers te versterken. Franchisenemers krijgen naar verwachting meer effectieve bescherming tegen onredelijke situaties als gevolg van het overwicht van de franchisegever. Tevens geeft de regeling ruimte aan evenwichtige samenwerking tussen alle betrokkenen die ten goede komt aan franchise als bedrijfsmodel. Dat het huidige wetsvoorstel de vorm heeft gekregen van een wet en niet die van een gedragscode ziet de Raad als een duidelijke verbetering. Wel vraagt de Raad zich af of niet kan worden volstaan met een regeling van de pre-contractuele fase. De Raad noemt in zijn advies nog enkele aandachtspunten voor de uitwerking van de informatieverstrekking in die fase. De Raad constateert verder dat het wetsvoorstel lijkt uit te gaan van bescherming van de franchisenemer, terwijl de franchisenemer in de praktijk lang niet altijd de economisch zwakkere partij is. Het semi-dwingende karakter van het wetsvoorstel sluit de mogelijkheid uit om bescherming te onthouden aan partijen die geen bescherming behoeven. De Raad acht het wenselijk om de mogelijkheid te bieden om van het dwingende regime te kunnen afwijken. Een duidelijke overgangsbepaling is voorts gewenst, waarbij eerbiedigende werking het meest voor de hand ligt.
2019/08 Advies wetsvoorstel verruiming mogelijkheden mondelinge behandeling (20 februari 2019)
- 2019/08 Advies wetsvoorstel verruiming mogelijkheden mondelinge behandeling (pdf, 168 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/08 Advies wetsvoorstel verruiming mogelijkheden mondelinge behandeling (pdf, 505 KB)
Het wetsvoorstel regelt de stopzetting van het verplicht digitaal procederen in civiele handelszaken bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland en de verruiming van de mogelijkheden voor de mondelinge behandeling in civiele zaken voor alle gerechten en in alle zaken. De Rechtspraak kan zich in grote lijnen vinden in de manier waarop het nieuwe civiele procesrecht zonder de (verplichte) digitalisering d.m.v. dit wetsvoorstel wordt ingevoerd, en geeft nog enkele suggesties tot verduidelijking/aanvulling in overweging.
2019/07 Advies inzake het concept wetsvoorstel verbetering rechtsbescherming WOZ (20 februari 2019)
- 2019/07 Advies inzake het concept wetsvoorstel verbetering rechtsbescherming WOZ (pdf, 410 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/07 Advies inzake het concept wetsvoorstel verbetering rechtsbescherming WOZ (pdf, 236 KB)
Doel van het wetsvoorstel is de rechtsbescherming van diverse belanghebbenden te verbeteren. In dit kader wordt voorgesteld om het huidige systeem van een WOZ-beschikking per belanghebbendeIemand die betrokken is bij een besluit of geschil en daar (rechtstreeks) belang bij heeft. te wijzigen in een WOZ-beschikking per onroerende zaak die is gericht tot alle belanghebbenden (zaaksgebonden WOZ-beschikking). Dit gebeurt onder meer door aan te sluiten bij het stelsel van rechtsbescherming in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op deze wijze kunnen alle belanghebbenden bezwaar maken tegen dezelfde WOZ-beschikking en desgewenst worden betrokken in een door een andere belanghebbende aangespannen procedure daartegen.
In het advies wordt in hoofdlijn ingegaan op:
- de nadelige positie van erfgenamen (paragraaf 2)
- het belanghebbenden begrip: er spelen vragen ten aanzien van de wijze van bekendmaking van de beschikking, wie belanghebbende is, de toegang tot de rechter en wanneer er sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding (paragrafen 3 en4).
- de rechtsbescherming: niet duidelijk is of in eerste aanlegDe rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State). alleen de Awb geldt of dat (net als in hoger beroep) de Algemene Wet Rijksbelastingen (deels) geldt. Hierbij wordt opgemerkt dat de Raad van mening is dat behandeling in eerste aanleg en hoger beroep op gelijke wijze dient plaats te vinden (paragraaf 6).
2019/06 Advies Besluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi (13 februari 2019)
- 2019/06 advies besluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi (pdf, 488 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van Alternatieve tekst van 2019/06 advies besluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi (pdf, 146 KB)
Het Besluit bevat een nadere uitwerking van de rol en werkwijze van de multidisciplinaire commissie die in het kader van regeling ‘weigerende observandi’ van de Wet forensische zorg bij ernstige misdrijven als ultimum remedium ten behoeve van het opstellen van een rapportage over zijn geestestoestand, zonder diens toestemming, bestaande medische gegevens over de verdachte kan vorderen van zijn behandelaren. De behandelaren zijn verplicht de gegevens te verstrekken en kunnen geen beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. doen op het aan het medisch beroepsgeheim gekoppelde verschoningsrechtHet recht dat een getuige op grond van zijn familierelatie met de verdachte of op grond van zijn beroep heeft om vragen van de rechter onbeantwoord te laten. Een getuige mag zich ook verschonen van het geven van een antwoord als hij zichzelf daardoor zou belasten.. De Raad geeft in overweging om in een aanvullend artikel op te nemen dat verdachte en diens raadsman het recht van inzage hebben in de opgevraagde persoonsgegevens en desgevraagd een afschrift daarvan kunnen verkrijgen. Daarnaast wordt opgemerkt dat de machtiging van de penitentiaire kamer bepalend moet zijn voor de gegevens die worden verstrekt aan rapporteurs. Ook in gevallen waarin die machtiging na een negatief advies van de commissie wordt gegeven, mag het medisch beroepsgeheim niet verder worden doorbroken dan strikt noodzakelijk is.
2019/05 Advies bedenktijd beursvennootschappen (6 februari 2019)
- 2019/05 Advies bedenktijd beursvennootschappen (pdf, 393 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/05 Advies bedenktijd beursvennootschappen (pdf, 140 KB)
Het wetsvoorstel strekt ertoe het bestuur van een beursvennootschap meer tijd en rust te gunnen voor de inventarisatie en weging van belangen van de vennootschap en haar stakeholders. Daartoe krijgt het bestuur de mogelijkheid om een bedenktijd in te roepen wanneer een aandeelhouder het ontslag van een bestuurder of commissaris voorstelt of ingeval een (vijandig) overnamebod wordt aangekondigd.
De nieuwe met dit wetsvoorstel geïntroduceerde bijzondere rechtsgang sluit goed aan bij de expertise van de Ondernemingskamer en de Raad kan zich dan ook vinden in de keuze om deze rechtsgang bij de Ondernemingskamer te beleggen. De Raad plaatst vraagtekens bij de ex tuncVanaf toen. Beoordeling ex tunc is een beoordeling naar de situatie van toen of vanaf het moment dat de gebeurtenis plaatsvond. toetsing in artikel 2:114b lid 4 BW; toetsing ex nuncVanaf nu. Beoordeling ex nunc is een beoordeling vanuit de huidige situatie, niet naar de situatie ten tijde van een gebeurtenis uit het verleden. geniet naar de mening van de Raad de voorkeur. De omschrijving van het doel van de bedenktijd in de toelichting vindt de Raad nog wat diffuus; een eenduidigere omschrijving van het doel van de bedenktijd in de toelichting is wenselijk. Het ligt voorts voor de hand om de bijzondere rechtsgang ook van toepassing te verklaren op de aandeelhouders die op de voet van artikel 2:346 BW enquêtegerechtigd zijn.
2019/04 Advies concept-besluit tot wijziging Besluit verklaring derdenbeslag en Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (4 februari 2019)
- 2019/04 Advies concept-besluit tot wijziging Besluit verklaring derdenbeslag en Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (pdf, 386 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/04 Advies concept-besluit tot wijziging Besluit verklaring derdenbeslag en Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders (pdf, 219 KB)
Het concept-besluit vloeit voort uit het wetsvoorstel herziening beslag- en executierecht. Het vereenvoudigt onder meer het verklaringsformulier waarop de derde-beslagene moet invullen wat hij verschuldigd is en maakt daarnaast mogelijk dat de verklaring elektronisch kan worden afgelegd. Tevens worden de kosten gemaximeerd die aan de schuldenaar kunnen worden doorberekend door de derde-beslagene voor de afgifte van de verklaring en afwikkeling van het beslagInbeslagneming van voorwerpen waarmee strafbare feiten zijn gepleegd, bijvoorbeeld omdat ze nodig zijn voor het bewijs of omdat ze gevaarlijk zijn (drugs, wapens), of om de criminele winsten af te romen (geld, auto’s, huizen, jachten). Dit beslag geschiedt in opdracht van de officier van justitie.. De Raad onderschrijft het streven naar vereenvoudiging en wijst nog op enkele (tekstuele) onduidelijkheden. Er worden geen werklastgevolgen voorzien voor de gerechten.
2019/03 Advies wijziging Wet internationale misdrijven (4 februari 2019)
- 2019/03 Advies wijziging Wet internationale misdrijven (pdf, 409 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/03 Advies wijziging Wet internationale misdrijven (pdf, 224 KB)
Als gevolg van een wijziging van artikel 8 van het Statuut van het Internationaal Strafhof worden de artikelen 5 en 6 van de Wet internationale misdrijven (de ‘Wim’) gewijzigd. Deze artikelen betreffen de strafbaarstelling van oorlogsmisdrijven respectievelijk begaan tijdens een internationaal gewapend conflict en tijdens een niet-internationaal gewapend conflict. Het gebruik van bepaalde wapens wordt daarin strafbaar gesteld als oorlogsmisdrijf. De Raad heeft geen inhoudelijke opmerkingen over het conceptwetsvoorstel, maar vraagt in zijn advies wel aandacht voor mogelijke werklastgevolgen voor rechtbank en gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. Den Haag die exclusief bevoegd zijn om Wim-zaken te behandelen.
2019/02 Advies transparantie maatschappelijke organisaties (31 januari 2019)
- 2019/02 Adviestransparantie maatschappelijke organisaties (pdf, 379 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2019/02 Adviestransparantie maatschappelijke organisaties (pdf, 127 KB)
Het wetsvoorstel vloeit voort uit het regeerakkoord en strekt ertoe dat maatschappelijke organisaties, waaronder religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, grote donaties die zij hebben ontvangen openbaar maken. Stichtingen worden verplicht om hun balans en staat van baten en lasten openbaar te maken. Het wetsvoorstel geeft geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Zie ook:
Voor meer informatie of hulp, bezoek de contactpagina. Daar vindt u antwoorden op veelgestelde vragen en informatie over hoe u ons kunt bereiken.