Wetgevingsadviezen
2018/45 AMvB wijziging Besluit vergoedingen rechtsbijstand i.v.m. aanpassing indexeringsbepaling (20 december 2018)
- 2018/45 AMvB wijziging Besluit vergoedingen rechtsbijstand i.v.m. aanpassing indexeringsbepaling (pdf, 362 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/45 AMvB wijziging Besluit vergoedingen rechtsbijstand i.v.m. aanpassing indexeringsbepaling (pdf, 121 KB)
Met de voorgestelde wijziging wordt beoogd om de indexeringsformule in artikel 3, tweede lid, van het Bvr 2000 aan te passen. Deze wijziging is nodig, omdat bepaalde in de vroegere indexeringsformule opgenomen gegevens niet meer beschikbaar zijn. De AMvB geeft geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2018/44 Advies invoeringsbesluit Omgevingswet (12 december 2018)
- 2018/44 Advies invoeringsbesluit Omgevingswet (pdf, 313 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/44 Advies invoeringsbesluit Omgevingswet (pdf, 143 KB)
Het besluit wijzigt onder meer de vier algemene maatregelen van bestuur onder de Omgevingswet en veertig andere besluiten, trekt vijfendertig besluiten in en bevat overgangsrecht. Samen met het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet en de voorziene Invoeringsregeling Omgevingsregeling vormt dit besluit het zogenaamde invoeringsspoor van de Omgevingswet. Het besluit geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
2018/43 Advies initiatiefwetsvoorstel in verband met het strafbaar stellen van seksuele intimidatie (12 december 2018)
- 2018/43 Advies initiatiefwetsvoorstel in verband met het strafbaar stellen van seksuele intimidatie (pdf, 452 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/43 Advies initiatiefwetsvoorstel in verband met het strafbaar stellen van seksuele intimidatie (pdf, 164 KB)
Met het Wetsvoorstel wordt seksuele intimidatie als overtredingLicht strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel berecht door de sector kanton van de rechtbank, misdrijven door de strafsector van de rechtbank. strafbaar gesteld in een nieuw artikel 429ter van het Wetboek van Strafrecht De Raad wijst er in zijn advies op dat ondanks de stelling in de MvT dat het beschermde belang van het voorgestelde artikel 429ter Sr de openbare orde is, de inhoud van dit artikel een subjectieve waardering bevat, die door de opsporingsambtenaar, de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. en de rechter dient te worden beoordeeld. Door te kiezen voor strafbaarstelling als overtreding menen de initiatiefnemers af te zijn van het probleem dat opzet of schuld bewezen zou moeten worden. De Raad merkt evenwel op dat in het zich op seksuele wijze uiten toch een element van daarop gericht bewustzijn zal moeten worden gelezen, terwijl ook het vereiste causale verband tussen gedraging en gevolg tot de nodige discussie zal leiden. De Raad verwacht dat de discussie vaak zal gaan over de juistheid van de waarnemingen en de daaruit getrokken conclusies. En als de waarneming wordt gedaan en geverbaliseerd door een opsporingsambtenaar, maar van het “slachtoffer” geen aangifte is verkregen, zal het nogal eens wat lenigheid van geest vergen om tevens het effect van de gedraging te omschrijven. Hier wringt dan ook dat – anders dan bij belediging van een burger – voor vervolging ter zake van het voorgestelde strafbare feit geen klacht wordt vereist. Ten aanzien van de tekst van het voorgestelde wetsartikel wordt in overweging gegeven om naast ook “bewegingen” als gedraging toe te voegen. Naast gebaren zijn er immers ook bewegingen die als seksuele intimidatie zijn aan te merken. De Raad acht ten aanzien van de woorden: “openbaar,” “op seksuele wijze” en “vijandige” een nadere afbakening of aanvulling van de toelichting op het wetsvoorstel wenselijk.
2018/42 Advies Herimplementatie Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel (wijziging van de Overleveringswet) (12 december 2018)
- 2018/42 Advies Herimplementatie Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel (pdf, 630 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/42 Advies Herimplementatie Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel (pdf, 239 KB)
Het Wetsvoorstel strekt onder meer tot het corrigeren van onderdelen van de Overleveringswet die niet verenigbaar zijn met de door het Europees Hof van JustitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. gegeven uitleg aan het Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel. In zijn advies werpt de Raad de vraag op of niet een afzonderlijke voorziening moet worden getroffen strekkende tot het verlenen van voorrang aan overleveringHet overdragen van een persoon aan een ander land om daar voor de rechter te komen of een straf uit te zitten. ter fine van tenuitvoerlegging1. Uitvoering van een arrest of uitspraak, desnoods met behulp van een deurwaarder; 2. In het strafprocesrecht: de omzetting van een voorwaardelijke straf in een onvoorwaardelijke straf. van een Unieburger die gebruik heeft gemaakt van het vrij verkeer aan de lidstaat van zijn nationaliteit boven uitlevering aan een derde staat. Daarnaast wordt de vraag opgeworpen of enkele voorgestelde wijzigingen wel voldoende in overeenstemming zijn met jurisprudentie van het Hof van Justitie EU. Voor zover in het Wetsvoorstel een voorziening wordt getroffen waarmee beslistermijnen telkens met 30 dagen kunnen worden verlengd, wordt gewezen op de extra belasting die dat zal meebrengen voor zowel procespartijen als de rechtbank. Ten slotte wordt opgemerkt dat een wijziging van artikel 6 Overleveringswet wordt gemist, terwijl die wijziging - gelet op de jurisprudentie van het Hof - wel dringend noodzakelijk is.
2018/41 Advies wetsvoorstel tegengaan huwelijkse gevangenschap e.a. (6 december 2018)
2018/40 Advies modernisering bewijsrecht (23 november 2018)
- 2018/40 Advies modernisering bewijsrecht (pdf, 667 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/40 Advies modernisering bewijsrecht (pdf, 341 KB)
Het wetsvoorstel heeft tot doel het bewijsrecht in civiele procedures te vereenvoudigen en te moderniseren door de informatiegaring en bewijsverzameling in de fase voorafgaand en tijdens de procedure te verbeteren. Er komt onder meer een verplichting voor partijen om alle relevante informatie over hun geschil te verzamelen en met elkaar te delen voordat een procedure bij de rechter wordt aangespannen.
Verder wordt het overleggen van schriftelijke getuigenverklaringen die buiten rechte tot stand zijn gekomen gestimuleerd. Andere elementen zijn: verbetering van het inzagerecht, mogelijkheid dat de rechter de feitelijke grondslag van de vordering met partijen bespreekt, en geconcentreerde behandeling van voorlopige bewijsverrichtingen.
De Raad vreest dat het wetsvoorstel het effect heeft dat partijen zich gedwongen zien tot voorlopige bewijsverrichtingen die achteraf onnodig blijken. Dit kan het geschil nodeloos compliceren, ruis opleveren en de rechtspraak nodeloos belasten. Aan het werken met schriftelijke getuigenverklaringen kleven naar de mening van de Raad wezenlijke bezwaren: de inhoud van de verklaring kan 'gestuurd' zijn. Later in de procedure zal het dan toch nodig kunnen zijn dat de rechter de getuige onder ede hoort.
2018/39 Opsporing in een digitale omgeving (Modernisering Sv) (21 november 2018)
- 2018/39 Opsporing in een digitale omgeving (Modernisering Sv) (pdf, 474 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/39 Opsporing in een digitale omgeving (Modernisering Sv) (pdf, 326 KB)
Het Voorstel betreft een aanpassing van/aanvulling op de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Met het Voorstel wordt uitvoering gegeven aan een aantal aanbevelingen van de Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk (Commissie Koops). Het gaat voornamelijk om de normering van opsporingsbevoegdheden in een digitale omgeving en het onderzoek naar gegevens (o.a. uitbreiding mogelijkheden netwerkzoeking, onderzoek naar binnenkomende berichten na inbeslagneming, digitale gegevensbevriezing, afgedwongen ontsleuteling, data-analyse door private partijen). In zijn advies vraagt de Raad uitdrukkelijk aandacht voor de rechtsbescherming. In dat verband worden opmerkingen gemaakt over: het ontbreken van een beklagmogelijkheid strekkende tot teruggave van gegevens; het vereiste van een mogelijkheid tot controle (uitlegbaarheid) van geautomatiseerde data-analyse en gebrek aan rechtsbescherming in geval van (feitelijk permanente) ontoegankelijkmaking van gegevens indien de zaak niet voor de rechter komt en de officier van justitie geen separate vordering tot definitieve vernietiging bij de raadkamer1. Rechterlijk college dat strafzaken behandelt waarvoor in de regel geen openbare zitting is voorgeschreven. Denk bijvoorbeeld aan klachten niet-vervolging (het hof oordeelt dan over de vraag of een verdachte moet worden vervolgd als het OM daartoe niet besluit). 2. Onderling beraad tussen de rechters die een zaak behandelen na de zitting om de uitspraak vast te stellen. indient. M.b.t. de afgedwongen (biometrische) ontsleuteling werpt de Raad de vraag op of het gehanteerde uitgangspunt dat bij toepassing van deze bevoegdheidDe vraag welke rechter de zaak mag behandelen. sprake is van onafhankelijk van de wil van verdachte verkregen materiaal niet te ver wordt opgerekt.
2018/38 Wetsvoorstel aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing (21 november 2018)
- 2018/38 Wetsvoorstel aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing (pdf, 592 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/38 Wetsvoorstel aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing (pdf, 306 KB)
Met het Wetsvoorstel wordt beoogd het handhavingsinstrumentarium te versterken, zodat nog doeltreffender en sneller kan worden opgetreden tegen dierenmishandeling. De Raad ontraadt de in het Wetsvoorstel opgenomen dadelijke uitvoerbaarheid van voorwaarden en het toezicht op de naleving daarvan wanneer ernstig rekening moet worden gehouden dat veroordeelde wederom een misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. zal begaan dat de gezondheid of het welzijn van dieren benadeelt. Hij werpt daarnaast de vraag op of het aanhitsen van een dier op een dier, of het niet terughouden van een dier dat een dier aanvalt feiten zijn op verdenking waarvan iemand in voorlopige hechtenisVerzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenhouding en gevangenneming. moet kunnen worden genomen. Dezelfde vraag wordt opgeworpen met betrekking tot het kunnen toepassen van voorlopige hechtenis bij het overtreden van een gedragsaanwijzing in het geval er vrees bestaat dat het gedrag van verdachte herhaald gevaar voor de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren oplevert. De Raad adviseert de voorgestelde strafbaarstelling van overtreding van het houdverbod als zelfstandige maatregel te heroverwegen. Ten slotte adviseert de Raad het Wetsvoorstel op verschillende onderdelen te verduidelijken.
2018/37 Advies inzake het voornemen tot verkorting en verduidelijking van de beroepsprocedure tegen de informatiebeschikking (31 oktober 2018)
- 2018/37 Advies inzake het voornemen tot verkorting en verduidelijking van de beroepsprocedure tegen de informatiebeschikking (pdf, 398 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/37 Advies inzake het voornemen tot verkorting en verduidelijking van de beroepsprocedure tegen de informatiebeschikking (pdf, 329 KB)
Om de informatiebeschikkingsprocedure te versnellen, heeft de Staatssecretaris van Financiën de volgende voornemens uitgewerkt:
- het invoeren van een verkorte informatiebeschikkingsprocedure waarbij één van de twee feitelijke beroepsinstanties wordt geschrapt.
- het beperken van de beroepsgronden, en
- het aanpassen van de informatiebeschikking op een manier waardoor de administratieverplichting – met het mogelijke gevolg van omkering van bewijslastDe verplichting tot het leveren van bewijs in een proces. – niet langer onder de beschikking1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. valt.
De Raad hanteert als uitgangspunt rechtspraak in twee feitelijke instanties en ziet in deze geen noodzaak om de huidige informatiebeschikkingsprocedure te beperken tot één fiscale feitelijke rechtsgang.
Wanneer echter toch wordt besloten tot de beperking van de informatiebeschikkingsprocedure tot één fiscale feitelijke rechtsgang, dan kan de Raad zich vinden in de voorkeur om hiervoor de gerechtshoven aan te wijzen.
2018/36 Advies gewijzigde werklastgevolgen en invoeringskosten Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (18 oktober 2018)
- 2018/36 Advies werklast en kosten invoering Wet normalisering rechtpositie ambtenaren (pdf, 763 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/36 Advies werklast en kosten invoering Wet normalisering rechtpositie ambtenaren (pdf, 339 KB)
De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (de ‘Wnra’) is in 2016 door de Eerste KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. aanvaard en in 2017 bekrachtigd en gepubliceerd (Stb. 2017, 123). De Wnra heeft ten doel de rechtspositie van ambtenaren zoveel mogelijk gelijk te stellen aan die van werknemers in het bedrijfsleven. Door de Wnra verschuift het gros van de ‘ambtenarenzaken’ van bestuur naar kanton. Over de Wnra bracht de Raad eerder op 16 februari 2011 een advies uit. Omdat het aantal ambtenaren dat van de normalisering wordt uitgezonderd na dit advies is uitgebreid en in de tussentijd ook de Wet werk en zekerheid in werking is getreden, is aan de Raad gevraagd om opnieuw advies uit te brengen over de werklastgevolgen en invoeringskosten. In dit advies wordt opnieuw een inschatting gemaakt van de voor de Rechtspraak te verwachten werklastgevolgen. Ook wordt er aandacht besteed aan de gevolgen voor de systemen en aan de kosten voor de Rechtspraak als werkgever.
2018/35 Advies implementatie Verordening samenwerking consumentenbescherming (17 oktober 2018)
- 2018/35 Advies implementatie Verordening samenwerking consumentenbescherming (pdf, 463 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/35 Advies implementatie Verordening samenwerking consumentenbescherming (pdf, 227 KB)
Het wetsvoorstel brengt wijzigingen aan in de Wet handhaving consumentenbescherming (hierna: Whc) ter uitvoering van de Verordening samenwerking consumentenbescherming. Er worden onder meer twee nieuwe bestuursrechtelijke bevoegdheden toegevoegd aan de Whc:
In artikel 2.2a van het wetsvoorstel wordt een bevoegdheid gegeven aan de toezichthouders om gebruik te maken van een fictieve identiteit en een valse hoedanigheid ('mystery shopper').
Artikel 2.7 van het wetsvoorstel voorziet in de bevoegdheid om aanbieders van communicatiediensten en beheerders van domeinregisters en registrerende instanties, verplichtingen op te leggen om ernstige schade aan de collectieve belangen van consumenten te voorkomen. Daartoe kan door de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) en de Autoriteit Financiële Markten (hierna: AFM) een zelfstandige last worden opgelegd. De ACM en de AFM behoeven ingevolge het tweede lid voorafgaand aan het opleggen van de last wel een machtiging van de rechter-commissaris strafrecht (r.c. straf) van de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Rotterdam.
De Raad is van mening dat een gehele bestuursrechtelijke rechtsgang de voorkeur heeft en hij adviseert om de keuze voor bemoeienis van de rc straf, en daarmee de keuze voor een strafvorderlijke invalshoek voorafgaand aan het opleggen van een zelfstandige last, te heroverwegen.
Ten aanzien van de voorgestelde concentratie van de machtigingszaken merkt de Raad het volgende op. Gezien de beperkte complexiteit van de machtigingszaken is het op grond van het toetsingskader wettelijke concentratie, niet noodzakelijk is om deze zaken te concentreren bij rechtbank Rotterdam. Omdat de betreffende bestuursrechtelijke zaken wel bij de rechtbank Rotterdam geconcentreerd zijn en blijven, kan de Raad zich echter voorstellen dat ook de zaken die uit dit wetsvoorstel voortvloeien bij die rechtbank geconcentreerd worden.
2018/34 Advies adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (5 oktober 2018)
- 2018/32 Advies conceptwetsvoorstel adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (pdf, 98 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/31 Advies conceptwetsvoorstel adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (pdf, 222 KB)
Het wetsvoorstel regelt dat bij de beoordeling door de rechter van de aanvraag om schuldenbewind advies van de gemeente waar de betrokkene woont moet worden ingewonnen. De gemeente bekijkt dan of schuldenbewind voor betrokkene nodig is dan wel een andere (minder zware) voorziening.
De Raad voor de rechtspraakDe Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. is van mening dat het een goede zaak is dat mensen met schulden op zo eenvoudig mogelijke wijze worden geholpen, zeker nu de gemeenten belast zijn met de schuldhulpverlening aan hun inwoners. Ook de rechter zal welwillend staan ten opzichte van hulp door de gemeente. Er zijn echter vraagtekens te plaatsen bij de effectiviteit van het voorgestelde adviesrecht. Bovendien bevat het wetsvoorstel aspecten die een ernstige verzwaring van de werklast bij de rechtbank meebrengen.
2018/33 Advies Wetsvoorstel Instituut Mijnbouwschade Groningen (26 september 2018)
- 2018-33 Advies concept wetsvoorstel Instituut mijnbouwschade Groningen (pdf, 633 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018-33 Advies concept wetsvoorstel Instituut mijnbouwschade Groningen (pdf, 311 KB)
- 2018-33 Brief minister schadeprotocol Groningen (pdf, 110 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018-33 Brief minister schadeprotocol Groningen (pdf, 304 KB)
Het wetsvoorstel voorziet in een wettelijke regeling voor de afhandeling van alle vormen van schade als gevolg van bodembeweging door de aanlegDe rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State). of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag bij Norg door de overheid en financiering daarvan. Voor de afhandeling van aanvragen om vergoeding van schade wordt het Instituut Mijnbouwschade Groningen opgericht. Het Instituut wordt een zelfstandig bestuursorgaanEen bestuursorgaan is een organisatie die een overheidstaak uitvoert..
De aanvragen worden beoordeeld met toepassing van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht (met uitzondering van artikel 6:178, aanhef en onderdeel c, van het Burgerlijk Wetboek). Beslissingen op aanvragen om vergoeding van schade worden aangemerkt als besluiten in de zien van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. en beroep op de bestuursrechter openstaat.
Hoofdlijnen van het advies zijn:
- Geadviseerd wordt om de keuze voor bestuursrechtelijke rechtsbescherming op een aantal aspecten nader te motiveren.
- Het is de vraag wat de bevoegdheid van het Instituut Mijnbouwschade Groningen inhoudt, gezien het belang daarvan voor de wijze van toetsing door de bestuursrechter.
- Ondanks het feit dat de Raad sympathiek staat tegenover de mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen, vraag de Raad zich wel af of het in dit specifieke geval wel de meest wenselijke ontwikkeling is.
- Geadviseerd wordt een bepaling in het wetsvoorstel op te nemen die concentratie van de betreffende zaken bij de rechtbank Noord-Nederland bewerkstelligt en bijlage 2 bij de Awb daarop aan te passen.
2018/32 Advies Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (26 september 2018)
- 2018/32 Advies Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (pdf, 378 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/31 Advies Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet (pdf, 205 KB)
Met het Besluit worden wijzigingen aangebracht in de uitvoeringsregelgeving van de Omgevingswet, te weten het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en enkele andere besluiten. Deze wijzigingen worden aangebracht met het oog op het beschermen van de bodem, met inbegrip van het grondwater en het duurzaam en doelmatig gebruik van de bodem.
De Raad kan in grote lijnen instemmen met het Besluit en heeft geen inhoudelijke opmerkingen.
2018/31 Implementatiewet fiscale Arbitragerichtlijn (26 september 2018)
- 2018/31 Implementatiewet fiscale arbitragerichtlijn (pdf, 213 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/31 Implementatiewet-fiscale-arbitragerichtlijn (pdf, 393 KB)
Als gevolg van de Arbitragerichtlijn moeten voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot een mechanisme ter beslechting van geschillen tussen lidstaten die ontstaan naar aanleiding van de uitleg en toepassing van overeenkomsten en verdragen die voorzien in de afschaffing van dubbele belasting op inkomsten en, waar van toepassing, op vermogen. De richtlijn stelt tevens de rechten en plichten van de belanghebbenden vast voor het geval dat dergelijke geschillen zich voordoen. Op grond van de Arbitragerichtlijn dienen daarvoor verschillende gerechtelijke procedures mogelijk te zijn. Door middel van dit wetsvoorstel worden bepaalde fiscaal- en civielrechtelijke procedures voorgesteld waarmee wordt voldaan aan deze verplichting. De Raad heeft enkele met name wetstechnische opmerkingen en kan zich (in hooflijnen) verenigen met het wetsvoorstel.
2018/30 Wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten (10 september 2018)
- 2018/30 Wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten (pdf, 153 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/30 Wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten (pdf, 355 KB)
Met het Wetsvoorstel wordt beoogd bij te dragen aan een verdere versteviging en verankering van de positie van het slachtoffer over de gehele breedte van het Nederlandse strafrecht. De Raad vraagt in zijn advies vanwege enkele zwaarwegende bezwaren met klem om het Wetsvoorstel op de in het advies genoemde onderdelen te heroverwegen. De introductie van een verschijningsplicht wordt sterk ontraden. In zaken waarin de rechter het belangrijk vindt dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. ter terechtzitting aanwezig is, kan hij reeds nu de persoonlijke verschijning en medebrenging van een verdachte bevelen. De voorgestelde regeling is niet steeds in het belang van het slachtoffer en belemmert de rechter in het leveren van het benodigde maatwerk. De Raad onderschrijft het voorstel tot invoering in de wet van een vast moment voor de uitoefening van het spreekrecht. Een nieuwe wettelijke bepaling ten behoeve van een tweede ronde van het spreekrecht wordt echter ontraden. De wet voorziet reeds in de mogelijkheid om een aanwezige ter terechtzitting op elk moment aanvullende vragen te stellen. De Raad ontraadt met klem de introductie van spreekrecht bij tbs-verlengingszittingen. Het strafrechtsysteem wordt hierdoor zwaarder belast, terwijl geen voorafgaande, goede analyse heeft plaatsgevonden van de daadwerkelijke behoefte, systematische inpasbaarheid in het strafprocesrecht en de feitelijke baat in de praktijk voor slachtoffers en nabestaanden.
2018/29 Advies herziening beslag- en executierecht (27 augustus 2018)
- 2018/29 Advies herziening beslag- en executierecht (pdf, 422 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/29 Advies herziening beslag- en executierecht (pdf, 225 KB)
Het wetsvoorstel herziet het beslag- en executierecht in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Ingevolge het wetsvoorstel mogen de te verwachten kosten bij beslagInbeslagneming van voorwerpen waarmee strafbare feiten zijn gepleegd, bijvoorbeeld omdat ze nodig zijn voor het bewijs of omdat ze gevaarlijk zijn (drugs, wapens), of om de criminele winsten af te romen (geld, auto’s, huizen, jachten). Dit beslag geschiedt in opdracht van de officier van justitie. niet hoger zijn dan de te verwachten opbrengst en komt er een beslagvrij bedrag bij bankbeslag. Executiegeschillen over vonnissen van de kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. worden voortaan bij de kantonrechter aangebracht in plaats van bij de civiele rechter; voorzieningen in kort geding kunnen bij zowel de voorzieningenrechter als de kantonrechter worden gevorderd.
Het aanbrengen van executiegeschillen over vonnissen van de kantonrechter bij de kantonrechter in plaats van bij de civiele rechter voorkomt volgens de Raad verwijzingen, vertraging en extra kosten, en kan dus rekenen op steun. Wel vindt de Raad het wenselijk om de keuzemogelijkheid die met het wetsvoorstel in kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). wordt geboden (voorzieningenrechter of kantonrechter) ook in bodemzaken te creëren, zodat in artikel 438 lid 1 Rv de kantonrechter naast de rechtbank bevoegd wordt. Ook acht de Raad het wenselijk om de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank Den Haag in twee opzichten uit te breiden. Ten eerste zou de exclusieve bevoegdheid op het gebied van octrooi moeten worden uitgebreid tot alle beslagrekesten en executiegeschillen. Ten tweede zou eenzelfde uitbreiding als nu wordt voorgesteld voor octrooien, ook moeten gaan gelden voor de andere rechten waarvoor de rechtbank Den Haag een exclusieve bevoegdheid heeft, te weten kwekersrechten, topografierechten, Gemeenschapsmerken en Gemeenschapsmodellen. Eenzelfde uitbreiding van de exclusieve bevoegdheid wordt tevens bepleit voor bepaalde vervoersrechtgeschillen, waar de rechtbank Rotterdam exclusief bevoegd is. Dit omdat de beoordeling van dergelijke zaken bijzondere expertise vergt.
2018/28 Advies drie voorstellen in het kader van Modernisering Sv (23 augustus 2018)
- 2018/28 Advies drie voorstellen in het kader van Modernisering Sv (pdf, 482 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/28 Advies drie voorstellen in het kader van Modernisering Sv (pdf, 309 KB)
De Raad adviseert over drie voorstellen in het kader van de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Zij hebben betrekking op de (aanpassing van) het begrip 'verdachte', het uitstel van de verstrekking van een bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. van de uitoefening van de bevoegdheid tot inbeslagneming en steunbevoegdheden en de toepassing van videoconferentie. De voorgestelde wijziging van het begrip 'verdachte' wordt afgeraden. Met betrekking tot het bewijs van de uitoefening van de bevoegdheid van inbeslagneming wordt opgemerkt dat de aanduiding van inbeslaggenomen voorwerpen in het bewijs voor de beslagene voldoende concreet moet zijn om tegen de inbeslagneming in rechte te kunnen opkomen. De toegevoegde waarde van videoconferentie wordt onderschreven, maar bij de toepassing daarvan worden wel enkele kritische kanttekeningen gemaakt.
2018/27 Advies Modernisering Wetboek van Strafvordering Boeken 3 tot en met 6 (12 juli 2018)
- 2018/27 Advies Modernisering Wetboek van Strafvordering Boeken 3 tot en met 6 (pdf, 1 MB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/27 Advies Modernisering Wetboek van Strafvordering Boeken 3 tot en met 6 (pdf, 1 MB)
De Boeken 3 tot en met 6 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) maken deel uit van het programma Modernisering Sv. De Raad voor de rechtspraak heeft eerder geadviseerd over de andere Boeken. In dit advies wordt onder meer aandacht besteed aan thema’s als de processuele sancties, het horen van getuigen, de landelijk bevoegde officier van justitie en de mogelijkheden van gerechten tot het verlenen van onderlinge bijstand, de taakverdeling tussen de voorzitter en de rechter-commissaris, de verhouding tussen de 'unusrechter' en de meervoudige kamerEen kamer van een gerecht, bestaande uit ten minste drie rechters. De meervoudige kamer beslist over zware of ingewikkelde zaken. In hoger beroep worden de zaken veelal door een meervoudige kamer behandeld. in hoger beroep, het beklag over het achterwege blijven van opsporing en vervolging van strafbare feiten, de zelfstandige beroepsmogelijkheid van de benadeelde partijSlachtoffer dat schade heeft door een strafbaar feit en daarvoor in het strafproces een vergoeding van de verdachte heeft gevraagd., voorstellen met betrekking tot de behandeling van de ontnemingsvordering, de keuze voor de strafrechter in zaken betreffende schadevergoeding en kosten bij rechtmatige of onrechtmatige schade als gevolg van strafvorderlijk optreden en de wrakingsprocedure, de rechterlijke toets van grote schikkingen, de mogelijkheid tot beëindiging van de zaak na een geslaagde mediation en het gebruik van audiovisuele middelen met het oog op de vervanging van papieren processen-verbaal.
2018/26 Samenwerkingsbesluit bijzondere opsporingsbevoegdheden 201X (12 juli 2018)
- 2018/26 Advies Samenwerkingsbesluit Bijzondere Opsporingsbevoegdheden 201X (12 juli 2018) (pdf, 292 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/26 - Samenwerkingsbesluit bijzondere opsporingsbevoegdheden 201X (12 juli 2018) (pdf, 159 KB)
Het Besluit strekt ertoe om in een nieuw Samenwerkingsbesluit de vereiste regels op te nemen ten aanzien van bekwaamheid en de wijze waarop de bevoegdheden tot infiltratie en stelselmatige inwinning van informatie worden uitgeoefend. Tevens stelt het Besluit eisen aan de inzet van personen in de openbare dienst van een vreemde staat die de bevoegdheden stelselmatige observatie, infiltratie, pseudo-koop of -dienstverlening en stelselmatige inwinning van informatie uitoefenen. De Raad heeft hierover een blanco advies uitgebracht.
2018/25 Besluit gebruik burgerservicenummer door Slachtofferhulp Nederland (26 juni 2018)
- 2018/25 Advies Ontwerpbesluit gebruik burgerservicenummer door Slachtofferhulp Nederland (26 juni 2018) (pdf, 217 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/25 Advies Ontwerpbesluit gebruik burgerservicenummer door Slachtofferhulp Nederland (26 juni 2018) (pdf, 172 KB)
Het Besluit regelt dat Slachtofferhulp Nederland bij bepaalde, specifiek omschreven werkzaamheden, gebruik maakt van het burgerservicenummer van slachtoffers. De Raad heeft over het Besluit een blanco advies uitgebracht.
2018/24 Advies Besluit tarieven in strafzaken (10 juli 2018)
- 2018/24 Advies Besluit tarieven in strafzaken (10 juli 2018) (pdf, 233 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/24 Advies Besluit tarieven in strafzaken (10 juli 2018) (pdf, 114 KB)
Het Besluit regelt de indexering van de tarieven voor de vergoedingen voor psychiaters en psychologen (Pro Justitia rapporteurs) voor hun werkzaamheden, tijdverzuim en reis- en verblijfkosten in het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Er wordt voorgesteld de tarieven te verhogen met 0,556% en dit toe te passen met terugwerkende kracht per 1 januari 2018. Het Besluit geeft de Raad geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
2018/23 Advies wijziging Brra (26 juni 2018)
- 2018/23 Advies wijziging Brra (26 juni 2018) (pdf, 243 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/23 Advies wijziging Brra (26 juni 2018) (pdf, 159 KB)
In de Eerste Kamer is op 26 juni 2018 een wijziging aangenomen van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra). Daarmee wordt onder andere geregeld dat de verklaring omtrent het gedrag (VOG) een vereiste is voor een eerste benoeming tot rechterlijk ambtenaar. Dit wordt geregeld in artikel 4 Wrra. Naar aanleiding hiervan is het concept Wetsvoorstel Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Brra) opgesteld, waarmee artikel 2f Brra wordt gewijzigd.
Het huidige artikel 2f Brra regelt onder andere dat voorafgaand aan benoeming en bij een opvolgende benoeming een VOG kan worden verlangd. Door de introductie van artikel 4a Wrra wordt dus een deel van artikel 2f Brra overbodig. Het concept Wetsvoorstel beoogt dit deel te schrappen.
De Raad voor de rechtspraak onderkent het belang van het concept Wetsvoorstel, maar signaleert dat de verhouding tussen het voorgestelde artikel 2f Brra en het nieuwe artikel 4a Wrra niet duidelijk is. De Raad adviseert hierover helderheid te scheppen in het Wetvoorstel.
Artikel 2f Brra is overigens, zowel op grond van de huidige bepaling als volgens het concept Wetsvoorstel, niet van toepassing op rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast.
2018/22 Experimentenwet rechtspleging (20 juni 2018)
- 2018/22 Experimentenwet rechtspleging (20 juni 2018) (pdf, 510 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/22 Experimentenwet rechtspleging (20 juni 2018) (pdf, 233 KB)
Het wetsvoorstel biedt een wettelijke grondslag voor experimenten met innovatieve gerechtelijke procedures. Bij algemene maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer. van bestuur (AMvB) zal bij wijze van experiment tijdelijk kunnen worden afgeweken van de wetgeving die gaat over de toegang tot en de rechtspraak door de burgerlijke rechter. Door te experimenteren met innovatieve procedures kan in de praktijk worden onderzocht hoe de procesvoering voor de burgerlijke rechter kan worden verbeterd met het oog op de behoefte aan meer eenvoud, snelheid, flexibiliteit en effectiviteit bij gerechtelijke procedures. Er is breed draagvlak voor de Experimentenwet binnen de Rechtspraak en de gekozen opzet waarbij het experiment bij AMvB vorm wordt gegeven wordt werkbaar geacht. Geadviseerd wordt om in de wet en in de toelichting toe te voegen dat innovatie ook moet strekken tot de-escalatie en conflictoplossing. In de toelichting dient verder beter tot uitdrukking te komen dat de scope van de experimenten niet beperkt is tot eenvoudigere procedures. Ook doet de Raad enkele voorstellen tot inperking en uitbreiding van de bepalingen waarvan in het kader van experimenten kan worden afgeweken. De Raad vindt voorts dat experimentele procedures in beginsel dwingend moeten zijn, onder meer omdat hiermee wordt voorkomen dat uit vertrouwdheid met de ‘normale’ procedure te weinig gebruik wordt gemaakt van het experiment. De lat in de hardheidsclausule voor afwijking van het dwingende ‘spoor’ wordt dan ook terecht hoog gelegd. De Raad vraagt voorts om aanvulling/verduidelijking van de regeling voor deskundige lekenrechters op een aantal onderdelen en pleit voor een andere naamgeving van de ‘deskundige lekenrechter’. Voor wat betreft de duur van de experimenten ziet de Raad graag dat er een verlengingsmogelijkheid wordt ingebouwd. Tot slot geeft de Raad aan dat ook in het bestuursrecht en strafrecht behoefte is aan experimenteerruimte. De wetgever wordt gevraagd om dit mogelijk te maken.
2018/21 Advies wijziging bijlage 2 Awb (20 juni 2018)
- 2018/21 Advies wijziging bijlage 2 Awb (20 juni 2018) (pdf, 237 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/21 Advies wijziging bijlage 2 Awb (20 juni 2018) (pdf, 116 KB)
Er wordt een wijziging van artikel 7 en artikel 9 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorgesteld. Met de wijziging van artikel 7 komt de relatieve competentieGeeft aan in welke plaats in Nederland een procedure gestart moet worden. Zie ook: Absolute competentie. van de rechtbank Rotterdam voor beroepen tegen handhavingsbesluiten op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de Wet langdurige zorg (Wlz) te vervallen. Dat betekent dat alle rechtbanken bevoegd worden beroepen tegen de betreffende besluiten te behandelen. De wijziging van artikel 9 zal ertoe leiden dat tegen een besluit van een met het toezicht belast ambtenaar op grond van artikel 10.4.2 lid 4 van de Wlz hoger beroep bij de Raad van State mogelijk wordt. Thans staat tegen deze besluiten hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
2018/20 Advies initiatiefwetsvoorstel erkenning en gezag ongehuwden (14 juni 2018)
- 2018/20 Advies initiatiefwetsvoorstel erkenning en gezag ongehuwden (14 juni 2018) (pdf, 126 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/20 Advies initiatiefwetsvoorstel erkenning en gezag ongehuwden (14 juni 2018) (pdf, 152 KB)
Volgens het huidige recht verkrijgen gehuwde ouders en ouders met een geregistreerd partnerschap van rechtswege gezamenlijk het ouderlijk gezagHet recht en de plicht van een persoon (meestal een ouder) om een kind jonger dan 18 jaar op te voeden en te verzorgen en belangrijke beslissingen te nemen over het kind. Een of twee personen kunnen het gezag hebben.. De ongehuwde ouder die het kind heeft erkend moet een extra stap zetten. Deze ouder moet met de andere ouder een verzoek tot het gezamenlijk uitoefenen van gezag indienen bij de rechtbank. De huidige wetgeving is volgens initiatiefnemers onrechtvaardig. Het voorstel is de taken van de ambtenaar van de burgerlijke stand uit te breiden en hem te laten vaststellen of er beletselen zijn tegen gezamenlijk gezag. Als er beletselen worden vastgesteld moet hij dat gaan inschrijven in het Centraal GezagsregisterRegister waarin rechtsfeiten met betrekking tot het gezag worden bijgehouden..
Volgens de toelichting op het voorstel laten veel ouders door onwetendheid na om na de erkenning ook het gezamenlijk gezag aan te vragen en gaat het om een grote groep kinderen. In 2015 zijn ongeveer 75.000 kinderen geboren bij niet gehuwde en niet geregistreerde ouders (CBS).
De raad kan zich vinden in een eenvoudige en goede koppeling tussen erkenning en gezag, mits dat zo wordt gedaan dat dit niet drempelverhogend is voor de erkenning van kinderen.
De raad vraagt zich af of de onwetendheid van ouders nog een probleem is nu het aantal digitaal ingediende gezamenlijk verzoeken tot gezamenlijk ouderlijk gezag jaarlijks stijgt. In 2017 waren dat 49.402 verzoeken. In het advies wordt aandacht gevraagd voor het onderscheid tussen van rechtswege ontstaan van gezamenlijk gezag en het vaststellen van ouderlijk gezag. Het Centraal Gezagsregister en het nog niet ingediende Besluit gezagsregisters zullen moeten worden gewijzigd. De raad wijst erop dat ook als de nodige wijzingen zijn uitgevoerd het Centraal Gezagsregister niet alle gegevens bevat die relevant kunnen zijn bij de beoordeling of er gezamenlijk gezag is.
2018/19 Wetgevingsadvies herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen (13 juni 2018)
- 2018/19 Wetgevingsadvies herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen (13 juni 2018) (pdf, 282 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/19 Wetgevingsadvies herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen (13 juni 2018) (pdf, 185 KB)
Teneinde actuele strafwaardige fenomenen beter te kunnen bestrijden, worden met het Wetsvoorstel twee nieuwe strafbaarstellingen geïntroduceerd in het Wetboek van Strafrecht: misbruik van seksueel beeldmateriaal, waaronder wraakporno, en het uit winstbejag behulpzaam zijn bij illegale prostitutie (pooierverbod). Daarnaast worden de wettelijke strafmaxima voor een aantal delicten verhoogd, onder meer door bepaalde ernstige verschijningsvormen als strafverzwarende omstandigheid aan te merken. In het advies wordt vooropgesteld dat het Wetsvoorstel begrijpelijk en evenwichtig is en dat de Raad het belang daarvan voor de rechtspraktijk ziet. Bovendien wordt waardering uitgesproken voor het feit dat niet wordt volstaan met verhoging van strafmaxima en de introductie van twee nieuwe strafbaarstellingen, maar dat ook uitvoerig wordt voorzien in flankerend beleid. In het advies wordt vervolgens opgemerkt dat de Raad het betreurt dat door het versnipperd in consultatie brengen van wijzigingen in de zedenwetgeving de thans voorgestelde strafbaarstellingen van misbruik van seksueel beeldmateriaal en het faciliteren van illegale prostitutie niet in samenhang met die andere wijzigingen kunnen worden beschouwd. Daarna worden verschillende technisch juridische opmerkingen gemaakt die samenhangen met de uitvoerbaarheid van de voorgestelde wijzigingen.
2018/18 Wetgevingsadvies wijziging van de Penitentiaire beginselenwet, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met de wijziging van de regelingen inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling (13 juni 2018)
- 2018/18 Wijziging van de regelingen inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling (13 juni 2018) (pdf, 974 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/18 Wijziging van de regelingen inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling (13 juni 2018) (pdf, 211 KB)
Het Wetsvoorstel brengt verschillende wijzigingen aan in het stelsel van de detentiefasering en de voorwaardelijke invrijheidstellingAls iemand is veroordeeld tot een gevangenisstraf die geheel onvoorwaardelijk is en langer duurt dan 1 jaar, hoeft de veroordeelde die straf doorgaans niet helemaal uit te zitten. Door de officier van justitie worden voorwaarden voor invrijheidstelling opgelegd, zoals het volgen van een vaardigheidstraining, elektronisch toezicht of een contactverbod. De veroordeelde mag in ieder geval niet opnieuw de fout ingaan. ( de ‘v.i.’). In dat verband wordt onder meer voorgesteld veroordeelden niet meer van rechtswege in aanmerking te laten komen voor v.i. In plaats daarvan zal per individuele gedetineerde door het openbaar ministier een beslissing worden genomen over de v.i. en de daarbij op te leggen voorwaarden. De v.i.-periode bedraagt volgens het Wetsvoorstel ten hoogste 2 jaar. In zijn advies merkt de Raad op zich bewust te zijn van het maatschappelijk onbegrip bij de huidige (“moeilijk uit te leggen”) v.i.-regeling. Specifiek in enkele grote en geruchtmakende strafzaken is ophef geweest over het recht op v.i. Gelet op het belang dat in de samenleving vertrouwen bestaat in het goed functioneren van de strafrechtspleging begrijpt de Raad vanuit dit perspectief op zich genomen de bij Regeerakkoord vastgelegde wens van de regering om de v.i.-regeling te wijzigen. Anderzijds is de v.i. regeling er niet voor niets en gelden ook in de ons omringende landen soortgelijke – soms nog ruimere – regelingen. Deze zijn ingegeven door de opvatting dat een goede overgang van detentie naar maatschappij met behulp van een voorwaardelijke regeling benut kan worden om recidive zoveel mogelijk terug te dringen en daarmee leidt tot een betere strafrechtelijke interventie. De Raad mist een beschouwing rond de vraag in hoeverre de met v.i. beoogde doelen door het Wetsvoorstel beter zullen kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast blijkt uit de uitkomsten van een recent uitgevoerd evaluatieonderzoek dat ook in de huidige systematiek v.i. geen automatisme is. Tegen die achtergrond verdient ook de noodzaak de v.i.-regeling aan te passen, zodat v.i. niet meer van rechtswege wordt verleend, naar het oordeel van de Raad nadere toelichting. Het Wetsvoorstel stuit in zijn huidige vorm dan ook op een aantal zwaarwegende bezwaren. Daartoe behoort ook het voorstel de reeds beperkte rol van de rechter bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen verder terug te dringen door de beslismacht over de v.i. volledig bij het openbaar ministerie te beleggen. De Raad beveelt met klem aan de onderdelen van het Wetsvoorstel die betrekking hebben op de v.i.-regeling te heroverwegen en bij een nadere uitwerking daarvan de uitkomsten van voornoemd evaluatieonderzoek te betrekken.
2018/17 Wet herstel balans flexibele en vaste arbeidsovereenkomsten (7 juni 2018)
2018/16 Advies wijziging Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (6 juni 2018)
- 2018/16 Advies wijziging Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (6 juni 2018) (pdf, 56 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/16 Advies wijziging Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (6 juni 2018) (pdf, 57 KB)
Het collectief beheer van auteursrechten en naburige rechten (hierna: auteursrechten) wordt uitgeoefend door collectieve en onafhankelijke beheersorganisaties (hierna: cbo’s en obo’s). Zij maken onder meer afspraken met gebruikers van materiaal van rechthebbenden, houden toezicht op het gebruik en innen de vergoedingen. In de Wet toezicht en geschilbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten zijn normen opgenomen waaraan cbo’s en obo’s zich moeten houden. Met het Wetsvoorstel wordt beoogd om de doelmatigheid van het toezicht op cbo’s en obo’s te vergroten en de bekostigingssystematiek van het toezicht te wijzigen. De Raad maakt opmerkingen over de marginale toetsing, het criterium ‘juist beleid van of juiste gang van zaken’ in het voorgestelde artikel 17b lid 2 van het wetsvoorstel en het feit dat wat de geheimhoudingsregeling betreft deels is afgeweken van de regeling van de ACM over hetzelfde onderwerp.
2018/15 Advies besluit politiegegevens i.v.m. themaverwerking ter bestrijding van omkoping en mensenhandel (29 mei 2018)
- 2018/15 Advies besluit politiegegevens i.v.m. themaverwerking ter bestrijding van omkoping en mensenhandel (29 mei 2018) (pdf, 320 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/15 Advies besluit politiegegevens i.v.m. themaverwerking ter bestrijding van omkoping en mensenhandel (29 mei 2018) (pdf, 138 KB)
Het Besluit voorziet enerzijds in uitbreiding van de mogelijkheid van themaverwerking van politiegegevens met betrekking tot omkoping van (rechterlijke) ambtenaren door aanpassing van artikel 3:2 van het Besluit politiegegevens (Bpg). Anderzijds voorziet het Besluit in uitbreiding van de mogelijkheid van themaverwerking van persoonsgegevens door Inspectie SZW, Directie Opsporing (ISZW-DO) met betrekking tot arbeidsuitbuiting. In het advies van de Raad voor de rechtspraak wordt het belang van het Besluit onderkend. De minister wordt evenwel gevraagd de uitbreiding van de themaverwerking van politiegegevens met de artikelen 178 (actieve omkoping van rechter) en 364 (passieve omkoping van rechter) van het Wetboek van Strafrecht niet in een AMvB, maar bij wet in formele zin te regelen nu daarmee een verregaande inbreuk wordt gemaakt op de privacy en (rechts)positie van rechters.
2018/14 Wetsvoorstel wegnemen notariskosten bij algehele gemeenschap van goederen (23 mei 2018)
2018/13 Advies wetgeving aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten (16 mei 2018)
- 2018/13 advies aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten (pdf, 298 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/13 advies aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten (pdf, 208 KB)
Met het Wetsvoorstel wordt beoogd de rechter meer mogelijkheden te bieden om een passende straf op te leggen bij de verscheidenheid die het verkeersstrafrecht kenmerkt. Centraal staat hierbij de strafverhoging van artikel 5 en de introductie van artikel 5a WVW1994. Deze wijzigingen strekken ertoe (zeer) gevaar zettend gedrag – waaronder het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden zonder gevolgen – zwaarder te kunnen bestraffen. Artikel 5a WVW1994 expliceert bovendien op het niveau van de wet welk gedrag in elk geval onder ‘roekeloosheid’ wordt verstaan. Ten slotte bevat het Wetsvoorstel enkele voorstellen tot het verhogen van de wettelijke strafmaxima van een aantal specifieke verkeersdelicten. In het advies van de Raad wordt het belang van het Wetsvoorstel onderkend. Er valt maatschappelijk winst te behalen door een goede voorlichting van slachtoffers, nabestaanden en media voorafgaand aan de behandeling van een ernstige verkeerszaak over de mogelijkheid van verschillen in bewijsoordeel en kwalificatie en daarmee ook in straftoemeting. Ondanks die voorlichting en de met het Wetsvoorstel voorgestelde wijzigingen zal er echter verwarring blijven bestaan over het begrip 'roekeloosheid'. Dat heeft in de volksmond een andere betekenis dan in de juridische context. Daarom wordt geadviseerd dit begrip uit de WVW1994 te schrappen. Daarnaast worden in het advies onder meer vragen opgeworpen m.b.t. het voorgestelde art. 5a WVW1994. In een bijlage bij het advies wordt een alternatief voorstel aangereikt dat in de praktijk beter uitvoerbaar zal zijn en waarmee tegemoet wordt gekomen aan voornoemde bezwaren.
2018/12 Wijziging Awb i.v.m. het nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatierecht (9 mei 2018)
- 2018/12 Wijziging Awb i.v.m. het nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatierecht (9 mei 2018) (pdf, 190 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/12 Wijziging Awb i.v.m. het nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatierecht (9 mei 2018) (pdf, 146 KB)
Het Wetsvoorstel beoogt een goede afstemming van de Awb op de nieuwe omgevingswet te bewerkstelligen. De Awb wordt daartoe op twee punten gewijzigd:
- de huidige regeling in de Awb voor de gecoördineerde behandeling van samenhangende besluiten wordt vervangen door een nieuwe regeling die toepasbaar is voor het hele omgevingsrecht.
- hoofdstuk 5 van de Awb (handhaving) wordt uitgebreid met de mogelijkheid om overtreding van de medewerkingsplicht bestuurlijk te handhaven.
Tenslotte wordt een aantal bijzondere nadeelcompensatieregelingen in formele wetten aangepast of ingetrokken in aanloop naar de inwerkingtreding van titel 4.5 van de Awb.
De Raad plaatst enkele opmerkingen over de voorgestelde coördinatieregeling en constateert daarbij een verslechtering van de rechtsbescherming.
2018/11 Initiatiefwetsvoorstel Bestuurlijk verbod rechtspersonen (2 mei 2018)
- 2018/11 Advies Initiatiefwetsvoorstel Bestuurlijk verbod rechtspersonen (2 mei 2018) (pdf, 184 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/11 Advies Initiatiefwetsvoorstel Bestuurlijk verbod rechtspersonen (2 mei 2018) (pdf, 192 KB)
Het initiatiefwetsvoorstel voorziet in een wettelijke regeling op grond waarvan rechtspersonen waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde door de minister voor Rechtsbescherming verboden en ontbonden kunnen worden. Aanleiding voor de wijzigingen is dat de initiatiefnemers de huidige mogelijkheden om rechtspersonen te verbieden (in artikel 2:20 BW) ontoereikend vinden met name (maar niet alleen) ten aanzien van de zogeheten Outlaw Motorcycle Gangs. De huidige wettelijke regeling is volgens de initiatiefnemers ontoereikend omdat het te lang duurt voordat de rechtspersoon daadwerkelijk is verboden en omdat het moeilijk is gebleken om gedragingen van de leden daarvan toe te rekenen aan de rechtspersoon.
De Raad signaleert enkele onduidelijkheden in de wet en verzoek de initiatiefnemers bepaalde onderdelen nader toe te lichten of aan te passen.
2018/10 Advies Aanpassingswet normalisering rechtspositie ambtenaren (12 april 2018)
- 2018/10 Advies Aanpassingswet normalisering rechtspositie ambtenaren (12 april 2018) (pdf, 277 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/10 Advies Aanpassingswet normalisering rechtspositie ambtenaren (12 april 2018) (pdf, 157 KB)
Met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) wordt de rechtspositie van ambtenaren zoveel mogelijk gelijk gemaakt aan die van de werknemers in de private sector. Als gevolg van deze wet moeten veel andere wetten worden aangepast. Dit gebeurt met de Aanpassingswet normalisering rechtspositie ambtenaren. Het belangrijkste uitgangspunt van de Aanpassingswet is dat zij technisch van aard is. Er worden alleen inhoudelijke wijzigingen aangebracht als dat voor een zorgvuldige implementatie en werkbaarheid in de uitvoering nodig is, of om ongewenste en onbedoelde effecten te voorkomen. De rechterlijke ambtenaren zijn uitgezonderd van de normalisering. De gerechtsambtenaren en overige ARAR-ambtenaren binnen de Rechtspraak vallen wel onder de normalisering.
De Raad onderkent het belang van het wetsvoorstel, maar signaleert een aantal bezwaren die aanleiding geven tot aanpassing van het wetsvoorstel. De Raad vraagt onder andere aandacht voor het verschuiven van het werkgeverschap binnen het Rijk: van de diverse bestuursorganenOrganisaties die een overheidstaak uitvoeren. binnen het Rijk naar de rechtspersoon Staat der Nederlanden. Deze verschuiving heeft aanzienlijke gevolgen voor de praktijk. De Raad ziet dit als een onbedoeld effect van de Wnra, dat alsnog voorkomen moet worden door wijziging van de Aanpassingswet. Verder vindt de Raad de aanpassing van de Wnra waarmee ambtenaren zonder aanspraak op arbeidsrechtelijk loon van rechtswege 'een overeenkomst' krijgen, onwenselijk en onduidelijk. Een ander aandachtspunt is dat duidelijk uit de wetgeving zou moeten blijken dat het niet-rechterlijk bestuurslid (net als de andere gerechtsambtenaren) van rechtswege een arbeidsovereenkomst krijgt op grond van de overgangswetgeving van de Wnra.
2018/09 Advies experiment gesloten coffeeshopketen (28 maart 2018)
- 2018/09 Advies experiment gesloten coffeeshopketen (28 maart 2018) (pdf, 306 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/09 Advies experiment gesloten coffeeshopketen (28 maart 2018) (pdf, 184 KB)
Het advies heeft betrekking op een wetsvoorstel waarmee wordt beoogd een uniform experiment met de teelt en verkoop van hennep voor recreatief gebruik in een gesloten coffeeshopketen te realiseren. De strafbaarstelling van de teelt en verkoop van hennep vervalt voor zover deze handelingen worden verricht in het kader van het experiment en de daarvoor gegeven voorschriften.
Volgens toelichting op het wetsvoorstel is de regering ervan doordrongen dat het experiment op gespannen voet staat met internationale regelgeving. Tijdelijke afwijking daarvan wordt desondanks verantwoord geacht nu de inhoud en de duur van het experiment, alsmede de wetenschappelijke evaluatie wettelijk wordt verankerd, waardoor verzekerd is dat het experiment niet kan leiden tot een onomkeerbare situatie.
In zijn advies merkt de Raad voor de rechtspraak op dat de motivering om af te wijken van internationale regelgeving niet op voorhand overtuigt en onderwerp zal kunnen zijn van juridische procedures. Daarnaast wordt gevraagd (de toelichting op) het wetsvoorstel op een aantal punten te verduidelijken. Zo ontbreekt daarin aandacht voor (de samenloop met) bestuursrechtelijke rechtsbescherming en handhaving en een beschouwing over het gelijkheidsbeginsel en verbod op willekeur.
Het experiment wordt nader uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur. In het advies dringt de Raad erop aan hem ook daarover om advies te vragen.
2018/08 Advies implementatie richtlijn langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders (28 maart 2018)
- 2018/08 Advies implementatie richtlijn langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders (28 maart 2018) (pdf, 239 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/08 Advies implementatie richtlijn langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders (28 maart 2018) (pdf, 121 KB)
Het wetsvoorstel strekt tot implementatie van richtlijn 2017/828/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van richtlijn 2007/36/EG. De richtlijn bevat regels voor beursvennootschappen over de bezoldiging van bestuurders en commissarissen en over transacties met verbonden partijen. Daarnaast regelt het identificatie van aandeelhouders, informatieverstrekking en facilitering van (stem)rechten en bevat het transparantieverplichtingen voor institutionele beleggers, vermogensbeheerders en volmachtEen verzoekschrift is een document waarmee u de procedure start en waarin u de rechter vraagt om iets te beslissen. Het verzoekschrift moet aan bepaalde eisen voldoen. adviseurs.
De Raad heeft één opmerking m.b.t. de strafbaarstelling in het voorgestelde artikel IV. Verder heeft de Raad geen inhoudelijke opmerkingen.
2018/07 Advies nota van wijziging geweldsaanwending opsporingsambtenaar (20 maart 2018)
- 2018/07 Advies nota van wijziging geweldsaanwending opsporingsambtenaar (20 maart 2018) (pdf, 273 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/07 advies nota van wijziging geweldsaanwending opsporingsambtenaar (20 maart 2018) (pdf, 215 KB)
De Raad is door de minister gevraagd advies uit te brengen over een nota van wijziging bij het Wetsvoorstel geweldsaanwending opsporingsambtenaar (Kamerstukken 34 641). De nota van wijziging beperkt zich tot de in het Regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst' aangekondigde wettelijke concentratie van strafzaken waarin politiemensen zich voor de rechter moeten verantwoorden voor het aanwenden van geweld. Het doel daarvan is deze zaken snel en deskundig te laten behandelen door één rechtbank. In het advies licht de Raad toe dat wettelijke concentratie op grond van het 'Toetsingskader wettelijke concentratie' niet aan de orde is, maar dat hij zich neerlegt bij de politieke keuze om dat wel te doen, mede in aanmerking genomen het geringe aantal zaken waarop het wetsvoorstel betrekking heeft.
2018/06 Advies wijziging Jeugdwet i.v.m. wijziging woonplaatsbeginsel (5 maart 2018)
- 2018/06 Advies wijziging Jeugdwet i.v.m. wijziging woonplaatsbeginsel (5 maart 2018) (pdf, 277 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018/06 Advies wijziging Jeugdwet i.v.m. wijziging woonplaatsbeginsel (5 maart 2018) (pdf, 198 KB)
Voorgesteld is de definitie van “woonplaats” in de jeugdwet te veranderen. Het woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor het inzetten van jeugdhulp of het uitvoeren van een jeugdreclasserings- of jeugdbeschermingsmaatregel. Op dit moment is die definitie gelijk aan de definitie van woonplaats in het Burgerlijk Wetboek. In de praktijk blijkt het voor medewerkers bij gemeenten moeilijk om op basis van het Centraal Gezagsregister te bepalen wie van de ouders gezag over een minderjarige heeft, dit verhoogt de uitvoeringslasten en werkt vertragend.
Het Wetsvoorstel beoogt de werkwijze voor de gemeenten te vereenvoudigen door voor de Jeugdwet een eigen woonplaatsbegrip te hanteren, te weten “de gemeente waarvan de jeugdige ingezetene is in de zin van de Wet basisregistratie personen”.
De Raad voor de rechtspraak onderschrijft dat het in het belang van de doelgroep van de Jeugdwet is dat er geen vertraging optreedt in het verkrijgen van jeugdhulp door administratieve problemen. In het advies wordt er op gewezen dat met de voorgestelde wijziging de term “woonplaats” wordt gebruikt in zowel de Jeugdwet als het Burgerlijk Wetboek en dat voor die term verschillende begrippen worden gebruikt. Dit kan verwarring gaan geven en is in strijd met het besluit Aanwijzing1. Voorschrift hoe het Openbaar Ministerie zijn taak moet vervullen. Er is bijvoorbeeld een aanwijzing over de rol van een officier van justitie bij risicowedstrijden in het betaald voetbal. 2. Officieel bevel van de minister van Justitie aan het Openbaar Ministerie om een zaak op een bepaalde manier af te handelen. voor de regelgeving. De Raad vindt het voor goede rechtspraak belangrijk dat er geen onduidelijkheid ontstaat over de regels van de relatieve bevoegdheid van de rechter. De Raad vraagt daarom aan de wetgever het Wetsvoorstel aan te passen en in de Jeugdwet duidelijk te maken dat het daar genoemde woonplaatsbeginsel alleen betrekking heeft op de uitvoering van jeugdhulp door de gemeenten en dat voor wat betreft de bevoegdheidsregels in procedures bij gerechten het in het Burgerlijk Wetboek opgenomen woonplaatsbeginsel blijft gelden.
2018/05 Advies Bvggz, Bzd en Bfz (5 maart 2018)
- 2018-05-advies-bvggz-bfz-en-bzd (pdf, 110 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018-05-advies-bvggz-bfz-en-bzd (pdf, 279 KB)
De concept-AMvB’s stellen nadere regels op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en Wet forensische zorg. Het Bvggz bevat nadere regels over ambulante verplichte zorg, gegevensverwerking, middelen en maatregelen ten aanzien van personen met een strafrechtelijke titel, de klachtencommissie en de patiëntenvertrouwenspersoon. Het Bzd betreft regels over ambulante onvrijwillige zorg, eisen ten aanzien van deskundigen, gegevensverwerking, de klachtencommissie en de cliëntenvertrouwenspersoon. Het Bfz bevat nadere regels die betrekking hebben op de forensische instellingen, gegevensverwerking, de inkoop en financiering van forensische zorg, de indicatiestelling, de plaatsing en enkele andere onderwerpen die met de besturing en de zorgcontinuïteit samenhangen.
In zijn advies gaat de Raad in op enkele specifieke vragen die zijn gesteld m.b.t. het Bvggz en het Bzd. Daarnaast bevat het advies enkele artikelsgewijze opmerkingen m.b.t. het Bfz. De Raad is van oordeel dat een te groot belang wordt gehecht aan het begrip ‘dataminimalisatie’, terwijl een snelle, volledige en adequate informatieoverdracht op de voorgrond zou moeten staan. In dit kader adviseert de Raad dat naast het (straf)vonnis/-arrest en/of de (straf)beschikking, ook alle stukken en rapportages die worden genoemd in de (rechterlijke) beslissing waarbij de forensische zorg is opgelegd dienen te worden verstrekt aan de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte.. Daarnaast vraagt de Raad zich af of rechtsbescherming gegarandeerd is, wanneer de Minister de reclassering de opdracht heeft gegeven om de forensisch patiënt begeleiding te bieden en toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden. Tevens vraagt de Raad zich af op basis waarvan vrijheidsbeneming plaatsvindt, in geval van een plaatsing zonder indicatiestelling in situaties waarin acuut gevaar dreigt voor personen of goederen. Op de twee voornoemde punten behoeft de toelichting aanvulling. Ten slotte pleit de Raad ervoor om de toetsingscriteria voor een plaatsing uit te werken in het Besluit forensische zorg en de toelichting daarop, in plaats van bij ministeriële regeling.
2018/04 Advies Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven (19 februari 2018)
- 2018-04 Wetgevingsadvies implementatie PNR-richtlijn (pdf, 81 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018-04 Wetgevingsadvies implementatie PNR-richtlijn (pdf, 203 KB)
Richtlijn 2016/681/EU voorziet in een verplichting voor de lidstaten om een passagiersinformatie-eenheid (“PIU”) in te richten en luchtvaartmaatschappijen voor te schrijven dat zij de PNR-gegevens van vluchten naar of vanuit derde landen, waarover zij voor hun normale bedrijfsvoering beschikken, versturen naar de databank van de PIU van de lidstaat waarvan of waarnaar een vlucht plaatsvindt. De PIU heeft tot taak heeft de passagiersgegevens te verzamelen en te verwerken op een wijze zoals in de EU-richtlijn is bepaald en die evenredig is aan de veiligheidsdoelen van de richtlijn. De verwerking van de passagiersgegevens door de PIU vindt plaats ten behoeve van in het Wetsvoorstel aangewezen instanties die bevoegd zijn tot het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van terroristische en ernstige misdrijven en bevoegd zijn om de passagiersgegevens of het resultaat van verwerking ervan verder te verwerken. De gegevens of het resultaat van een verwerking dienen volgens de richtlijn onder bepaalde voorwaarden aan daartoe aangewezen bevoegde instanties te worden doorgegeven en te worden uitgewisseld met de PIU’s van de andere lidstaten en met Europol.
Het wetsvoorstel ter implementatie van de EU-richtlijn is in januari 2018 ingediend bij de Tweede Kamer. De Raad voor de rechtspraak is hierover door de minister niet om advies gevraagd. Omdat (1) het wetsvoorstel wel binnen het bereik van de advisering als bedoeld in art. 95 Wet RO valt, (2) er substantiële werklastgevolgen voor de Rechtspraak worden voorzien en (3) de vraag kan worden opgeworpen hoe de EU-richtlijn en het wetsvoorstel zich verhouden tot het Handvest van de Grondrechten van de EU, heeft de Raad een ongevraagd wetgevingsadvies uitgebracht.
2018/03 Advies regeringscommissaris prof. mr. M. Scheltema inzake geschilbeslechting in het sociaal domein (15 februari 2018)
- 2018-03 Advies Sociaal domein (pdf, 35 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018-03 Advies Sociaal domein (pdf, 114 KB)
De decentralisatie van het sociaal domein beoogt op een nieuwe manier inhoud te geven aan de verhouding tussen burger en overheid. Het is de bedoeling om samen met de betrokken burger na te gaan hoe in zijn specifieke geval tot de beste oplossing kan worden gekomen waarbij een integrale benadering belangrijk is. In het advies van regeringscommissaris prof. mr. M. Scheltema inzake geschilbeslechting in het sociaal domein wordt met name ingegaan op de geschilbeslechting in het sociaal domein als meest urgent juridisch vraagstuk.
Gezien dit bijzondere geval, waarin geen sprake is van wetgevingsadvisering maar van advisering over een voorstel op hoofdlijnen van de regeringscommissaris, volstaat de Raad met het opnemen van de adviezen van de Centrale Raad van BeroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. en de Wetgevingsadviescommissie van het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht als bijlagen bij zijn advies. Op deze wijze kan kennis worden genomen van de inzichten die binnen het betreffende rechtspraakveld over dit onderwerp bestaan, hetgeen het besluitvormingsproces over dit onderwerp volgens de Raad ten goede kan komen.
2018/02 Implementatiewetsvoorstel EU richtlijn 2016/800/EU procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (24 januari 2018)
- 2018-02 Implementatiewetsvoorstel EU richtlijn procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (pdf, 316 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018-02 Implementatiewetsvoorstel EU richtlijn procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (pdf, 316 KB)
Het Wetsvoorstel strekt tot implementatie van de Europese Richtlijn 2016/800/EU. De Richtlijn bevat procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure. Aan de Richtlijn ligt de gedachte ten grondslag dat kinderen niet zelfstandig in staat zijn op te komen voor hun recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM. Bij de verwezenlijking daarvan moeten zij worden ondersteund. Ook zijn kinderen kwetsbaar. De gevolgen van de kwetsbaarheid van kinderen voor de kwaliteit van hun proces zou met compenserende maatregelen moeten worden weggenomen. Met de Richtlijn worden een reeks van ondersteunende en beschermende maatregelen voor kinderen vastgesteld. Met het Wetsvoorstel wordt beoogd deze maatregelen in de Nederlandse regeling van het jeugdstrafprocesrecht in te bedden.
In het advies van de Raad wordt het belang van het Wetsvoorstel onderkend. Wel wordt geconstateerd dat de Richtlijn met het Wetsvoorstel op een aantal onderdelen onvoldoende wordt geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. In het advies wordt in het bijzonder aandacht gevraagd voor de benoeming van een bijzondere curatorEen bijzondere curator is iemand die opkomt voor de belangen van een kind, in de rechtszaal en daarbuiten. De rechter kan een bijzondere curator voor een kind benoemen. Een bijzondere curator kan namens een kind een verzoek indienen bij de rechter. die de verdachte in voorkomende gevallen bijstaat in plaats van de vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbeschermingOrgaan van het ministerie van Justitie en Veiligheid, gevestigd in elke arrondissementshoofdplaats. De raad behartigt de belangen van minderjarigen die dat nodig hebben en adviseert de kinderrechter bijvoorbeeld bij verzoeken om ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De raad heeft een adviserende rol of treedt op als procespartij in zaken over gezag, omgang, ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. en de gescheiden plaatsing van jeugdigen en volwassenen, ook tijdens het verblijf op het politiebureau. Aan de minister wordt gevraagd het Wetsvoorstel op de in het advies genoemde onderdelen te verduidelijken en aan te passen.
2018/01 Advies wetsvoorstel wijziging Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met het verstrekken van justitiële gegevens aan gemeenten ten behoeve van de re-integratie van ex-gedetineerden (17 januari 2018)
- 2018-01 Advies Wijziging Bjsg i.v.m. re-integratie ex-gedetineerden (pdf, 220 KB)
- Toegankelijke tekst voor mensen met een functionele beperking van 2018-01 Advies Wijziging Bjsg i.v.m. re-integratie ex-gedetineerden (pdf, 206 KB)
Het ontwerpbesluit regelt dat bepaalde justitiële gegevens van personen van wie op strafrechtelijke titel de vrijheid is benomen, kunnen worden verstrekt aan de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene (laatstelijk) staat ingeschreven in de basisregistratie personen. Gemeenten die hun ondersteunende en coördinerende rol bij de re-integratie actief beleidsmatig invullen, kunnen zich bij het Ministerie van J&V aanmelden voor deze gegevensverstrekking. De justitiële gegevens die dan standaard worden verstrekt, betreffen een beperkte set (persoon identificerende gegevens en de datum en wijze waarop de vrijheidsbeneming is aangevangen en beëindigd). Doel van de verstrekking van deze gegevens over het begin en het (verwachte) einde van de vrijheidsbeneming is dat de desbetreffende gemeente tijdig in contact kan treden met de betrokkene om zoveel mogelijk te zorgen voor een goede re-integratie na zijn terugkeer in de maatschappij. Het ontwerpbesluit geeft de Raad voor de rechtspraak geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
Zie ook:
Voor meer informatie of hulp, bezoek de contactpagina. Daar vindt u antwoorden op veelgestelde vragen en informatie over hoe u ons kunt bereiken.