De Nederlandse Staat is niet aansprakelijk voor onregelmatigheden bij de adopties van acht personen uit Sri Lanka in de periode 1983-1990. Dat volgt uit een uitspraak in een bodemprocedure bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank stelt vast dat de Staat destijds een beperkte toezichthoudende taak had op de adopties die in Sri Lanka plaatsvonden. Het handelen van de Staat moet worden getoetst aan de hand van de (wettelijke) normen en maatschappelijke opvattingen in die jaren. De adoptiedossiers bevatten geen fouten of tegenstrijdigheden die zo kenbaar en ernstig zijn dat de Staat deze had moeten onderkennen. De rechtbank begrijpt dat deze uitkomst niet zal aansluiten bij het rechtvaardigheidsgevoel van de acht geadopteerde personen, die hun biologische ouders door de onjuiste informatie in de adoptiedossiers niet hebben kunnen vinden.