Het oordeel van de rechter
Amsterdam, 16-10-2023De rechtbank Amsterdam doet ongeveer 140.000 uitspraken per jaar. Iedere week selecteren we een aantal van de belangrijkste en meest opvallende uitspraken per rechtsgebied.
De rechtbank Amsterdam doet ongeveer 140.000 uitspraken per jaar. Iedere week selecteren we een aantal van de belangrijkste en meest opvallende uitspraken per rechtsgebied.
De rechtbank Amsterdam doet ongeveer 140.000 uitspraken per jaar. Iedere week selecteren we een aantal van de belangrijkste en meest opvallende uitspraken per rechtsgebied.
De Rechtbank Amsterdam heeft al eerder beslist dat huurverhogingen soms ten onrechte zijn doorgevoerd op grond van een “oneerlijk beding” in de huurovereenkomst voor een woonruimte. Dat is het gevolg van de Europese Richtlijn oneerlijke bedingen. In twee zaken stelt de rechtbank nu zogenaamde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
Op de pro-formazitting in zake alle verdachten op vrijdag 6 oktober 2023 in de strafzaak Marengo, heeft de verdediging van Ridouan T. de rechtbank gewraakt.
Een man en vrouw zijn veroordeeld tot 15 maanden onvoorwaardelijke jeugddetentie. Het tweetal heeft zich schuldig gemaakt aan moord en poging tot moord op hun baby’s in respectievelijk 2019 en 2021. Naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie kregen beiden een voorwaardelijke straf of maatregel opgelegd die er onder andere op toeziet dat zij meewerken aan behandeling. De ouders zijn inmiddels 20 jaar oud, maar toen de delicten werden gepleegd waren zij minderjarig. Op zondagavond 21 februari 2021 hoorde een vrouw een baby huilen in een ondergrondse afvalcontainer in Amsterdam-Zuidoost, waarin ze een vuilniszak wilde gooien. Gealarmeerde politie en brandweer troffen in de container een tas aan met daarin een pasgeboren baby, een meisje. De ouders van het meisje meldden zich enkele dagen later bij de politie. Zij verklaarden dat de baby onverwacht werd geboren. Kort daarna dachten ze dat het meisje niet meer leefde. De rechtbank vindt deze verklaring niet geloofwaardig. Uit de bewijsmiddelen (onder andere WhatsApp- en Snapchatgesprekken) concludeert de rechterbank dat de ouders op geen enkel moment de intentie hadden de baby te houden en al voor de bevalling het voornemen hadden haar om het leven te brengen.