Vrijspraak voor tweede verdachte gewelddadige woningoverval Breda
Gemaskerd en gewapend
In de nacht van 14 op 15 april 2016 drongen 2 gemaskerde overvallers met een stroomstootwapen een studentenhuis aan de Elsstraat in Breda binnen. De 4 aanwezige studentes werden overmeesterd, geboeid en bedreigd en moesten hun telefoon afgeven. Een van de studentes werd gedwongen geld over te maken en haar pasje en pincode af te geven. Vervolgens gingen de overvallers er vandoor. Een 28-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. bekende later dat hij bij de overval betrokken was en werd veroordeeld. Hij verklaarde dat er meerdere mensen bij de overval betrokken waren, maar noemde in afgeluisterde gesprekken nooit expliciet de naam van de tweede verdachte.
Gebrek aan bewijs
Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. lijdt het geen twijfel dat de 24-jarige verdachte van een ophanden zijnde overval afwist. Dat blijkt uit WhatsApp-gesprekken tussen de 28-jarige veroordeelde en de verdachte kort voor de overval. Op basis van het dossier kan echter niet worden vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk bij de overval aanwezig was. Zo zijn er geen sporen van hem gevonden in de woning en is hij niet te zien op camerabeelden van de pinautomaat die één van de overvallers kort na de overval gebruikte. Ook voldoet de verdachte niet aan de door de slachtoffers gegeven signalementen van de daders.
De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij. De partijen hebben 2 weken de tijd om in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. te gaan.