Breda|

Taakstraf en voorwaardelijke celstraf voor veroorzaken verkeersongeval in Breda

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een 22-jarige taxichauffeur veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en de maximale taakstraf van 240 uur. Daarnaast is een rijontzegging opgelegd van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Verder is er een proeftijd van drie jaar opgelegd voor de voorwaardelijke gevangenisstraf en de rijontzegging. De man veroorzaakte in 2019 een ernstig verkeersongeval waarbij een 28-jarige fietser overleed.

De chauffeur reed op 19 mei 2019 rond half vier ‘s ochtends in zijn taxi met een onverantwoord hoge snelheid over de Westerparklaan in Breda. Bij de kruising met een fietsoversteekplaats negeerde hij het rode verkeerslicht. Daar stak op dat moment een 28-jarige man met zijn fiets de weg over. De auto kwam met de fietser in botsing. Kort na het ongeval overleed het slachtoffer.

Telefoon

Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft de taxichauffeur zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag vertoond. Gebleken is dat hij vlak voor het ongeval nog op zijn telefoon heeft gekeken om de route te bekijken. Hij reed op een weg die vrij en te overzien was en had daarom kunnen zien dat het verkeerslicht op rood stond. Toch verminderde hij zijn snelheid niet, waardoor de auto niet op tijd tot stilstand kwam. Volgens de rechtbank had de man, die beroepsmatig een auto bestuurde, beter moeten weten en had hij zich verantwoordelijker moeten gedragen.

Zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden

Hoewel technisch bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. heeft aangetoond dat er veel te hard en door rood is gereden, heeft de man dit tijdens de zitting (gedeeltelijk) ontkend. De rechtbank heeft hier bij het bepalen van de straf in zijn nadeel rekening mee gehouden. De rechtbank vindt – anders dan de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. – niet bewezen dat er sprake is van ‘roekeloosheid’ in juridische zin. De rechtbank is uitgegaan van zeer onzorgvuldig en onoplettend rijgedrag. Dit is een minder zware vorm van schuld dan roekeloosheid. Daarom is er een lagere straf opgelegd dan de officier eiste. De rechtbank realiseert zich dat geen enkele straf het enorme verdriet over het verlies van het slachtoffer weg kan nemen. De rechtbank dient echter een straf op te leggen die past bij het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt.