Celstraffen tot 12 jaar voor schietpartijen in Bergen op Zoom
Drie incidenten
In de nacht van zaterdag 9 op zondag 10 oktober 2021 vond een mishandeling plaats in het uitgaansleven in Antwerpen. VerdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. D sloeg de oudere broer van verdachten A en B onder andere een blauw oog.
Verdachten B en D – poging moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang. op de parkeerplaats
Op 12 oktober 2021 rond etenstijd lokte verdachte B verdachte D onder valse voorwendselen naar een parkeerplaats in Bergen op Zoom. Verdachte D dacht dat verdachte B met hem wilde praten en reed daarom achter hem aan. Eenmaal aangekomen op de parkeerplaats opende verdachte B het vuur op verdachte D die op dat moment nog in de auto zat. Dat verdachte D daarbij niet dodelijk is geraakt, berust volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. op een gelukkig toeval en op het feit dat D in zijn auto op tijd wegdook. Zijn auto werd 11 keer geraakt, waarna verdachte D zijn eigen vuurwapen trok en verdachte B in zijn been schoot. Volgens de rechtbank was er sprake van noodweer in het geval van verdachte D. Hij krijgt dan ook geen straf voor zijn aandeel in het schietincident.
Verdachten A en C – doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord. vlakbij het theehuis
Verdachte C laat aan zijn vriend, verdachte A, weten dat er een schietpartij is geweest tussen verdachte B en D. Samen rijden ze richting het café van verdachte D. Onderweg zien verdachten A en C de oom van verdachte D en een aantal andere mannen lopen in de richting van het theehuis van de familie van A en B. Verdachte A draait vervolgens om en rijdt ook in de richting van het theehuis. Daar pakt verdachte A in de auto een pistool en stapt uit om verhaal te halen. Ook verdachte C pakt een (nep)vuurwapen uit de auto. Nadat hij verdachte ziet, loopt de oom van verdachte D richting verdachte A. Vervolgens wordt hij door verdachte A door zijn hoofd geschoten en overlijdt hij.
Poging moord en doodslag
De rechtbank is van oordeel dat in het geval van verdachte A er geen sprake is van voorbedachte raad. De beslissing om het slachtoffer neer te schieten wanneer hij de kant van verdachte A op loopt, is volgens de rechtbank impulsief genomen. De verdachte wordt daarom veroordeeld voor doodslag en niet voor moord.
In het geval van verdachte B is de rechtbank van oordeel dat er wel sprake is van voorbedachte raad. Hij had een motief en hij heeft verdachte D meegelokt naar een rustigere plek om hem ter plaatse te beschieten, terwijl verdachte D nog in zijn auto zat. Tijdens de autorit daar naartoe heeft verdachte B genoeg tijd gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad. Hij wordt daarom veroordeeld voor poging tot moord en niet voor poging tot doodslag. Op een (poging tot) moord staat een veel hogere straf dan op een (poging tot) doodslag. De gevangenisstraf van 12 jaar gaat om die reden ver uit boven de eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. van de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is., die bij de strafeis uitging van een poging doodslag.
Gevangenisstraffen
Verdachte A wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar voor doodslag en wapenbezit.
Verdachte B wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar voor poging tot moord en wapenbezit.
Verdachte C wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor bedreiging.
Verdachte D wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden voor wapenbezit.