Inleiding
Dit is het jaarverslag van de wrakingskamer van de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Rotterdam, betreffende het jaar 2023. Dit jaarverslag is opgesteld om meer duidelijkheid te verschaffen, met name met betrekking tot de hoeveelheid en het soort wrakingen die aan de wrakingskamer zijn voorgelegd in het achterliggende jaar. Daarnaast bespreekt dit jaarverslag de behandelde verschoningsverzoeken.
Dit jaarverslag heeft betrekking op de werkzaamheden van de wrakings- en verschoningskamer op de locaties Rotterdam en Dordrecht van de rechtbank Rotterdam.
Inhoud jaarverslag
1. Wrakingspool
Gedurende het jaar 2023 hebben zich in de samenstelling van de wrakingskamer ten aanzien van de rechters verschillende mutaties voorgedaan:
- mr. A.J.M. van Breevoort is op 5 mei 2023 benoemd als lid van de wrakingskamer;
- mr. W.J. van den Bergh is op 13 september 2023 benoemd als lid van de wrakingskamer;
- mr. A.P. Hameete is per 1 oktober 2023 teruggetreden als lid en plaatsvervangend voorzitter van de wrakingskamer;
- mr. A.J.P. van Essen is op 3 oktober 2023 benoemd als plaatsvervangend voorzitter van de wrakingkamer.
- een aantal rechters van de wrakingskamer is gedurende het jaar 2023 overgestapt naar een ander team binnen de rechtbank.
Mede door deze mutaties was de wrakingskamer per 31 december 2023 samengesteld als volgt:
Algemeen voorzitter:
mr. W.J.J. Wetzels, team kanton 1
Plaatsvervangend voorzitters:
mr. R.R. Roukema, team kanton 2
mr. A.J.P. van Essen, team straf 1
Leden:
mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, team bestuur 1
mr. M.G.L. de Vette, team bestuur 2
mr. E.I. Mentink, team kanton 1
mr. M. Fiege, team kanton 1
mr. P. Joele, team kanton 2
mr. drs. E. van Schouten, team kanton 2
mr. W.P.M. Jurgens, team kanton 2
mr. E.A. Vroom, team kanton 2
mr. dr. P.G.J. van den Berg, team kanton 2
mr. M. de Geus, team handel & haven
mr. J.F. Koekebakker, team handel & haven
mr. P.C. Santema, team handel & haven
mr. N. Doorduijn, team handel & haven
mr. K.A. Baggerman, team handel & haven
mr. W.J. Roos-van Toor, team insolventieStaat waarin een persoon of onderneming niet aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Gaat soms vooraf aan faillissement.
mr. A. Buizer, team familie
mr. M.B. van den Enden, team familie
mr. drs. J. van den Bos, team familie
mr. A. Verweij, team jeugd
mr. E. Rabbie, team straf 1
mr. M.C. Franken, team straf 1
mr. A.M.H. Geerars, team straf 3
mr. W.J.M. Diekman, team straf 3 / handel & haven
mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, team kabinet RC
Secretariaat:
Gedurende het jaar 2023 heeft J.A. Faaij de functie van algemeen secretaris van de wrakingskamer vervuld voor beide locaties van de rechtbank.
In 2023 hebben mr. A. Versloot, mr. N. Jallal, mr. H.C.C. Pang-Kan, mr. M.L.F. de Leeuw, mr. E. Elenbaas, mr. P. Stehouwer, mr. D. Ince en mr. R.W.H. van Rijkom gedurende het gehele jaar de functie van griffierPersoon die de rechter op de zitting ondersteunt en een verslag maakt van de zitting. van de wrakingskamer vervuld.
Teruggetreden als griffier van de wrakingskamer zijn in 2023: mr. H.E.M. Broeders per 8 januari 2023, mr. P. Blijleven per 1 juni 2023 en mr. M.M. Schalk per 28 juli 2023.
Met ingang van 1 december 2023 wordt de griffiersfunctie van mr. Elenbaas tijdelijk waargenomen door mr. K. Scheuller.
2. Zittingen van de wrakingskamer
In 2023 vonden de zittingen van de wrakingskamer op de locaties Dordrecht en Rotterdam plaats volgens een tevoren vastgesteld zittingsrooster.
Het rooster van zittingen ging voor de locatie Rotterdam in beginsel uit van gemiddeld één zitting van de wrakingskamer per twee à drie weken.
In 2023 zijn er op de locatie Rotterdam 24 van deze ingeroosterde zittingen gepland. Acht van deze zittingen werden uiteindelijk geannuleerd bij gebrek aan te behandelen wrakingsverzoeken.
Het rooster van zittingen ging voor de locatie Dordrecht uit van één zitting van de wrakingskamer per maand.
In 2023 zijn er op de locatie Dordrecht 12 van deze ingeroosterde zittingen gepland. Zes van deze zittingen werden uiteindelijk geannuleerd bij gebrek aan te behandelen wrakingsverzoeken.
Naast deze ingeroosterde zittingen werd door de wrakingskamer zes maal een extra zitting – dat wil zeggen buiten het zittingsrooster om, maar niet op de dag van de indiening van het wrakingsverzoek – georganiseerd voor de behandeling van verzoeken, die wel enig uitstel konden velen, maar niet tot aan een ingeroosterde zitting. Al deze extra zittingen vonden plaats op de locatie Rotterdam.
In 2023 heeft de wrakingskamer geen kamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. hoeven te formeren voor de behandeling van een wrakingsverzoek dat geen enkel uitstel kon dulden (een zogenaamde 'ad hoc' zitting).
De wrakingskamer is in 2023 zeven maal verzocht voor een zitting een college “stand-by" te hebben om een wrakingsverzoek – met de indiening waarvan werd rekening gehouden – aanstonds te kunnen behandelen. Zes van die verzoeken betroffen zittingen op de locatie Rotterdam en één verzoek werd gedaan ten aanzien van een zitting op de locatie Dordrecht. In drie gevallen kon niet aan het verzoek worden voldaan omdat er geen wrakingskamer kon worden geformeerd. In geen van de gevallen hoefde de wrakingskamer daadwerkelijk in actie te komen.
In totaal werd in 2023 door de wrakingskamer 28 keer zitting gehouden; 22 op de locatie Rotterdam en zes keer op de locatie Dordrecht.
In beginsel zitten de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitters om beurten de behandeling van een zitting van de wrakingskamer voor. In een aantal gevallen werd daarvan afgeweken.
In voorkomende (nood-)gevallen is het ook mogelijk rechters in te zetten die geen deel uitmaken van de wrakingspool. In 2023 is dit in twee gevallen noodzakelijk gebleken. In het ene geval ging het om het volledig maken van een college van een zogenaamde “stand by" wrakingskamer. Deze assistentie werd verleend door een rechter uit team Handel & Haven. De 'stand by' kamer hoefde uiteindelijk niet in actie te komen. In het andere geval ging het om vervanging van een lid van de wrakingskamer bij de behandeling van een wrakingsverzoek dat was gericht tegen haar teamgenoot, voor welke vervanging geen ander lid van de wrakingskamer beschikbaar bleek te zijn.
3a. Wrakingszaken - aantallen
Gedurende het jaar 2023 zijn er 75 wrakingsverzoeken ingediend.
Door deze 75 verzoeken werden in totaal 69 bij name genoemde rechters gewraakt, omdat:
- 51 verzoeken waren gericht tegen alleen zittende rechters;
- zes verzoeken betrekking hadden op alle rechters van een meervoudige (wrakings- of andere) kamer van de rechtbank;
- 16 verzoeken waren gericht tegen niet bij name genoemde rechters, maar tegen ‘de rechter’ in een bepaalde zaak, terwijl die zaak nog niet ter behandeling was toebedeeld aan een rechter;
- één verzoek was gericht tegen “de wrakingskamer" en
- één verzoek was gericht tegen twee rechters-commissarissen in strafzaken, die in het verzoek alleen werden aangeduid met een nummer.
Opmerking verdient dat van de 16 hiervoor genoemde verzoeken, die waren gericht tegen niet bij name genoemde rechters, 15 verzoeken afkomstig waren van één en dezelfde persoon.
Het aantal ingediende wrakingsverzoeken in vergelijking met voorafgaande jaren:
| Jaar | Aantal |
|---|---|
| 2016 | 81 |
| 2017 | 64 |
| 2018 | 72 |
| 2019 | 109 |
| 2020 | 61 |
| 2021 | 54 |
| 2022 | 63 |
| 2023 | 75 |
Bovenstaand overzichtje lijkt voor het jaar 2023 te wijzen op een ‘gemiddeld’ aantal wrakingsverzoeken (het gemiddelde aantal verzoeken over de jaren 2016 – 2022 bedraagt 72).
Opmerking verdient de omstandigheid dat 27 van de in 2023 ingediende wrakingsverzoeken afkomstig waren van één en dezelfde verzoekerIndiener van een verzoekschrift.. In het jaar 2022 bleef het aantal ingediende verzoeken van deze persoon nog 'beperkt' tot acht.
In het jaar 2023 heeft één rechter in het jegens haar ingediende wrakingsverzoek berust; in 2015 waren dat twee rechters; in 2018, 2019, 2020 en 2021 was dit telkens één rechter en in de jaren 2016, 2017 en 2022 was dat aantal telkens nul.
In 2023 werden er door de wrakingskamer 65 uitspraken gedaan met betrekking tot een wrakingsverzoek.
De discrepantie tussen het aantal ingediende wrakingsverzoeken (75) en het aantal uitspraken (65) laat zich verklaren door de navolgende omstandigheden:
- vijf uitspraken in 2023 hadden betrekking op een verzoek dat nog in het jaar 2022 was ingediend;
- acht wrakingsverzoeken werden nog voor, dan wel tijdens of na de mondelinge behandeling ervan ter zitting van de wrakingskamer ingetrokken;
- in één geval heeft de gewraakte rechter in het wrakingsverzoek berust;
- ten aanzien van zes in 2023 ingediende wrakingsverzoeken was op 31 december 2023 nog niet beslist.
De 65 uitspraken in 2023 kunnen als volgt worden onderverdeeld:
- 36 uitspraken, inhoudende afwijzing van het verzoek;
- 20 uitspraken, inhoudende niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in het wrakingsverzoek;
- vier uitspraken, inhoudende deels niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaring van verzoeker in het wrakingsverzoek en afwijzing van het verzoek voor het overige;
- drie uitspraken, inhoudende buiten behandeling stellen, buiten behandeling laten of niet in behandeling nemen van het verzoek wegens misbruik van het wrakingsmiddel;
- één uitspraak, inhoudende het als ingetrokken beschouwen van het wrakingsverzoek;
- één uitspraak, inhoudende toewijzing van het wrakingsverzoek.
In vijf beslissingen van de wrakingskamer in 2023 werd bepaald dat een volgend verzoek tot wrakingVerzoek aan de rechtbank om een rechter in een bepaalde zaak te vervangen, omdat hij partijdig zou zijn. van de behandelend rechter in de onderhavige bodemprocedureTerm die gebruikt wordt voor een normale, uitgebreide procedure bij de rechtbank, in vergelijking met het kort geding (voorlopige voorziening). niet in behandeling zal worden genomen, omdat de wrakingskamer van oordeel was dat er sprake was van misbruik van het middel van wraking.
De aantallen van 2023 in vergelijking met de vier voorafgaande jaren: (*)
| Uitspraak | 2023 | 2022 | 2021 | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|---|
| onbevoegd | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 |
| b.b. gesteld | 3 | 2 | 3 | 4 | 13 |
| niet-ontv. | 24 | 22 | 17 | 31 | 21 |
| tussen-besch. | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 |
| afgewezen | 36 | 23 | 28 | 18 | 66 |
| toegewezen | 1 | 3 | 0 | 1 | 0 |
| als ingetr. | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| totaal | 65 | 51 | 48 | 55 | 100 |
(*) In de tabel zijn bij 2019, 2020 en 2023 in de categorie ‘niet-ontvankelijk’ begrepen de uitspraken waarbij het verzoek deels niet-ontvankelijk werd verklaard en voor het overige werd afgewezen. In de categorie ‘afgewezen’ zijn begrepen de uitspraken waarbij het wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid werd afgewezen.
De 75 in 2023 ingediende verzoeken waren gericht tegen rechters uit de volgende rechtsgebieden: (**)
| Rechtsgebied | 2023 | 2022 | 2021 | 2020 | 2019 |
|---|---|---|---|---|---|
| Kanton | 14 | 19 | 13 | 19 | 33 |
| Handel en Haven + Insolventie | 6 | 8 | 4 | 9 | 10 |
| Familierecht en Jeugdrecht | 12 | 8 | 16 | 9 | 10 |
| Bestuur | 25 | 18 | 9 | 17 | 19 |
| Straf + Kabinet RC | 18 | 10 | 12 | 7 | 37 |
| totaal | 75 | 63 | 54 | 61 | 109 |
(**) De strafrechtelijke jeugdzaken zijn meegeteld in het rechtsgebied straf; de civielrechtelijke jeugdzaken (zoals ondertoezichtstellingMaatregel opgelegd door de kinderrechter waarbij de ouders of verzorgers van een kind worden beperkt in het ouderlijk gezag/voogdij en waarbij het toezicht op het kind wordt opgedragen aan een jeugdbeschermingsorganisatie (een zogenoemde gecertificeerde instelling)., uithuisplaatsing) zijn meegeteld in het rechtsgebied familie en jeugd)
Van de 75 in 2023 ingediende wrakingsverzoeken waren er vijf gericht tegen de rechters van een geformeerde wrakingskamer, waardoor in totaal 15 bij name genoemde wrakingsrechters werden gewraakt. Deze laatste verzoeken zijn in bovenstaande tabel steeds meegeteld bij het rechtsgebied, alwaar de wrakingskamer op het moment van de wraking doende was met behandelen van een wrakingsverzoek (eenmaal bij handel & haven en viermaal bij bestuur).
Ingevolge het verzoek van het Landelijk Overleg van Voorzitters van Wrakingskamers (hierna: LOVW) worden de aantallen over het jaar 2023 hierna ook nog gepresenteerd op de door die instantie gewenste wijze:
| Ingediend in 2023 en afgedaan voor 1-3-2024 | Strafrecht | Bestuursrecht | Civiel recht | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| --Behandelde wrakingsverzoeken | ||||
| Toegewezen | 0 | 1 | 0 | 1 |
| Afgewezen | 10 | 8 | 17 | 33 |
| Niet ontvankelijk | 5 | 10 | 10 | 24 |
| Subtotaal | 15 | 19 | 27 | 58 |
| --Niet behandelde wrakingsverzoeken | ||||
| Buiten behandeling | 0 | 2 | 1 | 3 |
| Berusting | 0 | 0 | 1 | 1 |
| Intrekking | 2 | 4 | 3 | 9 |
| Totaal aantal wrakingsverzoeken | 2 | 6 | 5 | 13 |
| --Overig | ||||
| Antimisbruikbepaling opgelegd | 0 | 3 | 2 | 5 |
| Behandelde wrakingsverzoeken zonder mondelingen behandeling | 4 | 9 | 7 | 20 |
Toelichting
In het format 2023 van het LOVW worden opgenomen
- Alle wrakingsverzoeken die zijn ingediend in het rapportagejaar (2023)
- Op welke wijze de ingediende wrakingsverzoeken zijn afgedaan, eventueel in 2024 (voor zover de uitspraak is gedaan vóór 1 maart 2024)
In het format 2023 van het LOVW worden NIET opgenomen
- Extra afzonderlijke categorieën (GWK, gerechtRechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: rechtbank, gerechtshof, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hoge Raad. of rechtspraak). Deze wrakingsverzoeken opnemen bij de hoofdzaak (bestuursrecht, strafrecht, civielrecht) waar het om gaat.
- Stand-by verzoeken die niet hebben geresulteerd in een wrakingsverzoek
3b. Wrakingszaken - doorlooptijden
De gemiddelde doorlooptijd van de 65 wrakingszaken, die in 2023 zijn geëindigd met een eindbeslissing van de wrakingskamer, bedroeg (afgerond) 28 dagen.
| Jaar | 2023 | 2022 | 2021 | 2020 | 2019 | 2018 | 2017 | 2016 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gemiddelde doorlooptijd | 28 | 24 | 22 | 28 | 25 | 20 | 21 | 20 |
Er waren in 2023 geen verzoeken tot wraking, die nog op de dag van indiening zijn behandeld en waarop vervolgens ook meteen is beslist en derhalve een doorlooptijd hadden van één dag. In 2022 was het aantal wrakingszaken met een doorlooptijd van één dag twee; in 2021 was dat aantal één; in 2020 was dat twee; in 2019 was dat tien; in 2018 was dat vier; in 2017 was dat vijf en in 2016 was dat zeven.
3c. Wrakingszaken - inhoud beslissingen
De beslissingen, inhoudende (al dan niet deels) niet-ontvankelijkverklaring van verzoek(st)er(s) in het verzoek, waren gebaseerd op de volgende omstandigheden:
- het wrakingsverzoek heeft geen betrekking op de rechter die met de behandeling van de zaak van verzoeker belast is (meermalen: ECLI:NL:RBROT:2023:2314, ECLI:NL:RBROT:2023:3952, ECLI:NL:RBROT:2023:8734, ECLI:NL:RBROT:2023:8754, ECLI:NL:RBROT:2023:8756, ECLI:NL:RBROT:2023:9948, ECLI:NL:RBROT:2023:9949)
- aan het verzoek zijn geen feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd (ECLI:NL:RBROT:2023:8757);
- de gronden van het wrakingsverzoek behelzen geen uitlatingen van de rechters, of gedragingen van een of meer van hen in de vorm van een handelen of nalaten (meermalen: ECLI:NL:RBROT:2023:2315);
- het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter einduitspraak had gedaan (meermalen: ECLI:NL:RBROT:2023:5089, ECLI:NL:RBROT:2023:7140, ECLI:NL:RBROT:2023:7141, ECLI:NL:RBROT:2023:7262, ECLI:NL:RBROT:2023:10621)
- het wrakingsverzoek is een voorwaardelijk verzoek, waarbij het verzoek niet op een andere grond berust dan op de inhoud van de door de rechter nog te nemen beslissing (ECLI:NL:RBROT:2023:7138);
- het verzoek is te laat gedaan (meermalen: ECLI:NL:RBROT:2023:7242; ECLI:NL:RBROT:2023:7145; ECLI:NL:RBROT:2023:8731; ECLI:NL:RBROT:2023:12316)
- de wrakingskamer kan niet vaststellen of het verzoek is gericht tegen een rechter die de zaak van verzoeker behandelt, terwijl de oorzaak daarvoor ligt in het gedrag van verzoeker (ECLI:NL:RBROT:2023:7145);
- het verzoek is gericht tegen de presidentDe voorzitter van een rechtbank, een gerechtshof en van de Hoge Raad heet president. Ook de rechter die een zitting van een rechtbank of hof voorzit, wordt president of voorzitter genoemd. van de rechtbank, terwijl niet is gesteld of gebleken dat zij op enigerlei wijze is betrokken bij de behandeling van de zaak van verzoeker (ECLI:NL:RBROT:2023:7245);
- verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden voorgedragen die pas na zijn eerdere verzoek aan hem bekend zijn geworden (ECLI:NL:RBROT:2023:9947)
De beslissingen, inhoudende buiten behandeling stellen, buiten behandeling laten of niet in behandeling nemen van het wrakingsverzoek wegens misbruik van het wrakingsmiddel, waren gebaseerd op de volgende omstandigheden:
- alle gronden van het (tweede) wrakingsverzoek waren verzoeker bekend op het moment van indienen van zijn eerste (voorwaardelijke) wrakingsverzoek (ECLI:NL:RBROT:2023:7242);
- het verzoek strekt tot wraking van de wrakingskamer en er is sprake van evident misbruik van recht (ECLI:NL:RBROT:2023:7145);
Het criterium aan de hand waarvan de wrakingskamer beoordeelt of sprake is van een grond voor wraking, luidt:
Wraking is een middel ter verzekeringZie: Inverzekeringstelling van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een subjectieve vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
De beslissing tot toewijzing van een verzoek tot wraking werd gegrond op het oordeel dat de vrees voor een vooringenomenheid van de rechter jegens verzoeker objectief gerechtvaardigd was. Dat oordeel werd gegrond op de beslissing van de rechters tot afwijzing van het verzoek om aanhouding of heropening van de zaak. De motivering van die procesbeslissing hield in dat 'niet is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest'. Die motivering geeft naar objectieve maatstaven gemeten blijk van vooringenomenheid gezien de situatie waarin de gemachtigdeIemand die als vertegenwoordiger namens een partij optreedt in de procedure. van verzoeker verkeerde (gebroken kuitbeen; dokters- en ziekenhuisbezoek). In feite zeggen de rechters hiermee dat het niet uitmaakte om welke reden de gemachtigde de zitting niet had bijgewoond en dat wat de gemachtigde van verzoeker op zitting had willen aanvoeren niet van belang had kunnen zijn voor de door de rechters te nemen beslissing (ECLI:NL:RBROT:2023:7135).
Geen grond voor wraking werd gevonden in de volgende omstandigheden, verkort weergegeven:
Processuele beslissingen van de rechter
- afwijzing aanhoudingsverzoek en de beslissing dat niet werd teruggekomen op die afwijzing (ECLI:NL:RBROT:2023:7145);
- afwijzing van het verzoek om aanhouding van de zitting vanwege vakantie van verzoeker (ECLI:NL:RBROT:2023:9067);
- de beslissing van de rechter dat hij – ondanks daartoe strekkend verzoek van verzoeker – geen aanleiding ziet pas na twee maanden een zitting te bepalen (ECLI:NL:RBROT:2023:12251);
- de beslissing van de rechter om de mondelinge behandeling op een vrijdag doorgang te laten vinden terwijl verzoeker alleen op maandagen beschikbaar is (ECLI:NL:RBROT:2023:7152);
- de beslissing van de rechter dat de aard van de zaak zich er tegen verzetBezwaar tegen een uitspraak die is gedaan zonder dat de procespartij daarbij aanwezig was. dat er pas op een termijn van drie maanden een zitting wordt bepaald (ECLI:NL:RBROT:2023:8814);
- het niet toewijzen van een verzoek tot het bijwonen van de zitting via een videoverbinding (ECLI:NL:RBROT:2023:5020);
- de ter zitting genomen ordemaatregel dat verzoeker zijn telefoon diende uit te schakelen (ECLI:NL:RBROT:2023:7145);
- de beslissing om niet aanstonds ter zitting te beslissen op het verweerDe verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure. ten aanzien van de ontvankelijkheid van het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. (ECLI:NL:RBROT:2023:321);
- de beslissing om niet aanstonds ter zitting te beslissen op het verzoek tot het horen van getuigen (meermalen: ECLI:NL:RBROT:2023:321);
- de beslissing van de rechter ter zitting – naar aanleiding van het preliminair verweer van de verdediging dat de dagvaardingOproep om voor de rechter te verschijnen. nietig is omdat de betekeningstermijn niet in acht was genomen – dat verzoeker redelijkerwijs niet in zijn verdediging kan worden geschaad wanneer het onderzoek wordt voortgezet (ECLI:NL:RBROT:2023:12244);
- de beslissing van de rechter om een ander, eerst kort geleden ingediend verzoekschriftEen verzoekschrift is een document waarmee u de procedure start en waarin u de rechter vraagt om iets te beslissen. Het verzoekschrift moet aan bepaalde eisen voldoen. van verzoeker eerst op een later moment te behandelen (ECLI:NL:RBROT:2023:2312);
- de beslissing van de rechter om een ander verzoekschrift van een van de procespartijen in de behandeling ter zitting te betrekken (ECLI:NL:RBROT:2023:7263);
- de beslissing van de rechter tot schorsing van de zitting teneinde verzoeker gelegenheid te geven kennis te nemen van in omvang beperkte producties en daarop vervolgens te reageren en geen aanhouding verlenen voor een schriftelijke reactie (ECLI:NL:RBROT:2023:3950);
- de beslissing van de rechter-commissaris om de raadsmanAdvocaat. van verzoeker niet toe te staan een algemene open vraag aan de getuige te stellen (ECLI:NL:RBROT:2023:3949);
- de beslissing om geen nader onderzoek naar de (on)partijdigheid van de deskundige te verrichten (ECLI:NL:RBROT:2023:5030);
- de weigering door de rechter van het opmaken en afgeven van het proces-verbaal1. Schriftelijk verslag van hetgeen op rechtszittingen aan de orde is gekomen; 2. Officieel schriftelijk verslag van politieambtenaren met feiten die ze hebben waargenomen en met een verklaring die ze hebben opgetekend uit de mond van een verdachte of getuige. van de zitting (ECLI:NL:RBROT:2023:7134);
- de weigering tot in behandeling nemen van twee beroepschriften van verzoeker vanwege misbruik van recht in de vorm van veelvuldig beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. op betalingsonmacht (ECLI:NL:RBROT:2023:7145);
Eerdere / andere beslissingen van de rechter
- de inhoud van een eerder vonnisEen uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding. van twee van de drie gewraakte rechters (ECLI:NL:RBROT:2023:321);
- de rechter was eerder voorzitter van de strafkamerEenheid van drie rechters die binnen een rechtbank of een gerechtshof strafzaken behandelen. die [naam] heeft veroordeeld ter zake van deelname aan een criminele organisatie (terrorisme). In de bewijsmiddelenMiddelen die de rechter overtuigen dat een verdachte schuldig is. De rechter gebruikt deze bij de motivering van het vonnis. Een andere term voor 'bewijsmiddelen' is 'bewijsmateriaal'. worden verzoekers door [naam] bij naam genoemd en de rechtbank heeft dat geduid als had [naam] aan verzoekers verteld dat hij zou 'uitreizen'. Verzoekers ontkennen wetenschap daaromtrent en worden nu ter zake van medeplichtigheid gedagvaard voor een kamer met dezelfde voorzitter (ECLI:NL:RBROT:2023:8759);
- de door verzoeker aangevoerde omstandigheden zijn alle terug te voeren op eerdere behandeling door en beslissingen van de rechter in andere zaken waarin verzoeker procespartij was (ECLI:NL:RBROT:2023:12247);
De persoon van de rechter
- de inhoud van tweets van de gewraakte voorzitter (ECLI:NL:RBROT:2023:321);
Verloop van de zitting
- de positie van aangever in de zittingszaal (ECLI:NL:RBROT:2023:321);
- de volgens verzoeker onprofessionele bejegening door de rechter ter zitting (ECLI:NL:RBROT:2023:321);
- het ter zitting door de rechter onderzoeken en voorhouden van het wettelijk toetsingskader van de vordering aan eiseres of van de door haar te nemen beslissing (meermalen: ECLI:NL:RBROT:2023:5016; ECLI:NL:RBROT:2023:12242);
- de interpretatie van de rechter van hetgeen op een foto te zien is en de wijze waarop zij die interpretatie ter zitting heeft uitgesproken en met verzoeker heeft besproken (ECLI:NL:RBROT:2023:2313);
- het door de rechter ter zitting stellen van kritische vragen, waarbij aan de ene partij meer vragen worden gesteld dan aan de andere partij (ECLI:NL:RBROT:2023:5027);
- het door de rechter ter zitting kritisch doorvragen en/of onderbreken van verzoeker (meermalen: ECLI:NL:RBROT:2023:7134; ECLI:NL:RBROT:2023:12316; ECLI:NL:RBROT:2023:12242);
- de wijze waarop de rechter de inhoud van het dossier van de strafzaak ter zitting heeft samengevat en voorgehouden (ECLI:NL:RBROT:2023:3954);
- de omstandigheid dat in een procedure betreffende machtiging voortzetting crisismaatregel voor verzoeker niet de eigen advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten., maar een vervangende advocaat optrad (ECLI:NL:RBROT:2023:5032);
- de omstandigheid dat de rechter – hoewel zij haar best deed om met verzoeker in gesprek te gaan – niet steeds begreep en ook niet steeds heeft gereageerd op wat verzoeker had gezegd (ECLI:NL:RBROT:2023:5032);
- de wijze waarop de rechter ter zitting de zaak van verzoeker heeft behandeld, zich daarbij jegens verzoeker heeft geuit en de regie van de zitting heeft gevoerd (ECLI:NL:RBROT:2023:8815);
- de klachten van verzoeker betreffen in wezen de manier waarop hij door de rechter is bejegend (meermalen: ECLI:NL:RBROT:2023:7247; ECLI:NL:RBROT:2023:12316);
- ongelukkige gang van zaken op de zitting met betrekking tot nagekomen stukken (ECLI:NL:RBROT:2023:8827);
Overige gronden
- alle gronden van het wrakingsverzoek zien op beslissingen van de rechter, zoals die zijn opgenomen in haar beschikking1. In het bestuursrecht: Een beslissing van een overheidsorgaan in een concreet geval, bijvoorbeeld het verlenen van een bouwvergunning. 2. In het civiele recht: een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. en die thuishoren bij de appelrechter (meermalen: ECLI:NL:RBROT:2023:8813);
- het verzoek heeft betrekking op dezelfde feiten en omstandigheden als waarover de wrakingskamer in een eerdere beslissing heeft beslist (ECLI:NL:RBROT:2023:7245);
- gelet op de bewoordingen in het bericht van verzoeker kan de wrakingskamer niet anders concluderen dan dat verzoeker inmiddels geen behoefte meer heeft aan een beslissing ten aanzien van zijn wrakingsverzoek (ECLI:NL:RBROT:2023:9255);
- in de gronden van het wrakingsverzoek is niet aangegeven waarom de rechters niet onpartijdig zouden zijn (ECLI:NL:RBROT:2023:7244);
- de voor wraking aangevoerde gronden hebben enkel betrekking op de wrakingsprocedure in het algemeen (ECLI:NL:RBROT:2023:7426);
- geen concrete feiten aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat verzoeker geen eerlijk proces heeft gehad of anderszins de objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid kan worden afgeleid (ECLI:NL:RBROT:2023:12249);
- de grond van het wrakingsverzoek – toelaten dat de verdediging een vorm van verkapt appel instelt tegen de afwijzende beslissing van de rechter-commissaris – is door de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. ter zitting van de wrakingskamer feitelijk weer ingetrokken (ECLI:NL:RBROT:2023:8731).
3d. Wrakingszaken - hoger beroep tegen beslissingen
Voor zover bekend is er tegen beslissingen, door de wrakingskamer in 2023 uitgesproken, in geen enkel geval hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. ingesteld.
4. Verschoning
Aan de meervoudige kamerEen kamer van een gerecht, bestaande uit ten minste drie rechters. De meervoudige kamer beslist over zware of ingewikkelde zaken. In hoger beroep worden de zaken veelal door een meervoudige kamer behandeld. voor de behandeling van verzoeken tot verschoning werden in 2023 22 verzoeken van rechters voorgelegd, er toe strekkende zich in een bepaalde zaak te mogen verschonen. In 2022 was dit aantal 23; in 2021 was dit 26; in 2020 was dit elf en in 2019 en in 2018 was dit aantal telkens zeven.
Deze verzoeken werden ingediend door rechters uit de teams kanton (9); handel & haven (8); insolventie (4) en straf (1).
Twee verzoeken werd ingetrokken nog voor de verschoningskamer een beslissing had kunnen nemen. De overige 20 verzoeken werden toegewezen.
Ingevolge het verzoek van het LOVW worden de aantallen over het jaar 2023 hierna ook nog gepresenteerd op de door die instantie gewenste wijze:
| Ingediend in 2023 en afgedaan voor 1-3-2024 | Strafrecht | Bestuursrecht | Civiel rechtRecht dat betrekking heeft op geschillen tussen burgers onderling, tussen bedrijven onderling of burgers en bedrijven. Het civiel recht wordt ook burgerlijk recht of privaatrecht genoemd. | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| --Verschoningsverzoeken-- | ||||
| Verschoning gehonoreerd | 1 | 0 | 19 | 20 |
| Verschoning niet gehonoreerd | 0 | 0 | 2 | 2 |
| --Totaal-- | 1 | 0 | 21 | 22 |
Meer informatie
Informatie omtrent de inhoud van dit jaarverslag kan worden ingewonnen bij de algemeen secretaris van de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam te bereiken via het algemene telefoonnummer: 088 362 60 00. Het postadres van het secretariaat van de wrakingskamer: postbus 50950, 3007 BL Rotterdam.
