Vorderingen D-rt tegen SGR en Staat afgewezen
Looptijd

De looptijd van de sinds maart 2020 uitgegeven voucher is in veel gevallen 12 maanden. In de afgelopen 12 maanden hebben vanwege de coronamaatregelen en reisbeperkingen maar weinig consumenten van de vouchers gebruik kunnen maken.
Financiering van uitbetaling vouchers
De verwachting is dat veel consumenten een beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. gaan doen op uitbetaling van de vouchers. D-rt kan die vouchers niet integraal betalen en maakt aanspraak op, volgens D-rt door de Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR) en de Staat toegezegde financiering.
Meer specifiek vordert zij financiering van 80% van de waarde van uitgegeven vouchers, welke financiering uit een zogeheten voucherfonds moet komen. De Staat gaat in dat kader gesubsidieerde leningen aan garantiefondsen verstrekken.
Geen verplichting
De instelling van het voucherfonds is aangekondigd in een brief aan de KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. van 9 december 2020. In de bedoelde brief zijn echter slechts de contouren geschetst van een ‘mogelijke’ voucherkredietfaciliteit, waarbij bovendien de nodige voorbehouden zijn gemaakt.
Aangegeven is dat er nog definitieve uitwerking is en besluitvorming moet plaatsvinden evenals goedkeuring door de Europese Commissie.
Daar komt bij dat in de brief aan de eventuele verstrekking van een toegestaan krediet ook nog de nodige mitsen en maren zijn verbonden.
Na goedkeuring door de Europese Commissie moeten de garantiefondsen per reisonderneming worden beoordeeld of en hoeveel krediet mag worden verstrekt.
Van een verplichting voor SGR en De Staat om financiering te verstrekken is daarom (nog) geen sprake.
Staatsteun
De beoogde rentesubsidie op de voorgenomen kredietverstrekking door de Staat aan garantiefondsen komt neer op staatsteun. Artikel 108 lid 3 VWEU bepaalt dat een voorgenomen steunmaatregel in afwachting van een eindbeslissing van de Europese Commissie op een verzoek van een lidstaat daartoe niet tot uitvoering mag worden gebracht.
Daarop kan in kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). – en ook overigens in een nationale gerechtelijke procedure – geen uitzondering worden gemaakt. Daarom stuit de vordering ook af op de Europese regels over staatssteun.
De tekst van de uitspraak is alvast hier te lezen (pdf, 745 KB). Publicatie op rechtspraak.nl volgt z.s.m.