Rotterdam|

Uitspraak in strafzaak Mega Carillon

De rechtbank Rotterdam heeft vandaag uitspraak gedaan in de strafzaak Carillon tegen een stichting en twee personen die werden verdacht van valsheid in geschrift. Daarnaast werd een persoon verdacht van vuurwapenbezit.

De stichting verleende zorg die werd gefinancierd vanuit het persoonsgebonden budget van hun cliënten. De stichting werd verweten in de periode 2012-2016 facturen te hebben opgemaakt en verzonden waarop geleverde zorg stond terwijl de cliënten zich op dat moment (al dan niet gedeeltelijk) in detentie bevonden en dus geen zorg kregen. De bestuurder van de stichting werd verweten hieraan feitelijk leiding te hebben gegeven als bestuurder van de stichting. Daarnaast werd hij verdacht van verduistering door gelden van de stichtingsrekening voor privédoeleinden te gebruiken en wegens wapenbezit.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. acht niet bewezen dat de facturen opzettelijk vals zijn opgemaakt. Er is behoorlijk wat fout gegaan bij de facturering van zorg voor cliënten van de stichting die gedetineerd waren. Maar uit niets blijkt dat bij de stichting de intentie aanwezig was om financieel voordeel te behalen met de wijze van factureren. Er lijkt eerder sprake van een onzorgvuldige administratie en een werkwijze die was gericht op administratieve verlichting.

De bestuurder van de stichting is wel veroordeeld voor verduistering en wapenbezit. Hij heeft gelden van de stichtingsrekeningen op een onjuiste manier via een rekening-courantverhouding gebruikt. Ook al had de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. niet de intentie om te verduisteren, zijn het wel privéuitkeringen geworden die hij als bestuurder volgens artikel 2:285, derde lid van het Burgerlijk Wetboek niet had mogen doen. Door deze uitkeringen was sprake van het wederrechtelijkIn strijd met het recht. toe-eigenen van gelden die toebehoorden aan de stichting en daarmee is sprake van verduistering.

Wapenbezit

Daarnaast is hij veroordeeld voor wapenbezit. Tijdens de doorzoekingen zijn een pistool, revolver en hagelgeweer en bijbehorende munitie aangetroffen. De verdachte wist dat die wapens in zijn woning waren omdat deze uit de erfenis van zijn overleden ouders kwamen.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. heeft geëist.

De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat de verdachte zich persoonlijk wilde verrijken. Ook is de stichting altijd transparant geweest tegenover alle instanties en heeft inmiddels alles op orde. Verder heeft de zaak veel langer geduurd dan redelijk. De bestuurder heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd gekregen en een taakstrafWerkstraf van 180 uur. Ook hoeft hem geen voordeel te worden ontnomen omdat de bedragen niet aan hem zijn toegekomen en hij feitelijk geen voordeel heeft genoten van de verduistering.