Rotterdam|

Celstraf voor ‘aannemers’ die geld ontvingen, maar verbouwingen niet uitvoerden

De rechtbank Rotterdam veroordeelt twee mannen tot een celstraf wegens oplichting en witwassen. Ze deden zich voor als aannemer en incasseerden aanbetalingen. De afgesproken verbouwingen zouden ze vervolgens nooit uitvoeren. Ook worden twee medeverdachten veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke celstraf. Zij fungeerden als katvanger.

De zaak

Van november 2022 tot en met december 2023 zoeken meerdere gedupeerden naar een betrouwbaar klusbedrijf voor te verrichten werkzaamheden aan hun woning. Ze krijgen een voorofferte van de 50-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. die bij hen langs komt en zich voorstelt onder een valse naam. Na de definitieve opdrachtbevestiging wordt gevraagd een aanbetaling te doen voor aan te schaffen materialen. Ook kunnen de gedupeerden het hele bedrag in één keer voldoen in ruil voor korting. Velen kiezen voor deze optie.

Deze 50-jarige verdachte werkt onder de bedrijfsnamen Toekomst Bouw en Renovatie BV (TB&R) en Bouwvisie Nederland BV, de 39-jarige medeverdachte enkel onder TB&R. Op de datum waarop met de werkzaamheden zou worden gestart, verschijnt niemand en is er geen contact meer te krijgen met deze bedrijven.

Oplichting

Gebleken is dat beide bedrijven alleen op papier hebben bestaan en louter als plof BV’s waren opgericht. Er was geen kantoorruimte, slechts een postadres. Er waren geen medewerkers in dienst. Er is niet gebleken dat de ondernemingen ooit daadwerkelijk bedrijfsactiviteiten hebben verricht in de bouw. De 50-jarige en 39-jarige verdachten spanden twee katvangers voor hun karretje om zelf uit de wind te blijven.

De verdachten hebben zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan oplichting van tientallen slachtoffers. Die zijn hierdoor bedragen verloren die variëren van enkele duizenden euro’s tot ruim 80.000 euro. De verdachten hebben het vertrouwen van hun slachtoffers op grove wijze beschaamd. Naast oplichting worden zij ook veroordeeld voor het medeplegen van ‘gewoontewitwassen’ van zo’n € 235.000,-.

Het geraffineerde handelen heeft bovendien de reputatie van de aannemersbranche, die al niet vrij is van smetten, in een slecht daglicht gesteld.

Het vonnis

De 50-jarige verdachte wordt veroordeeld tot gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De 39-jarige verdachte krijgt een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Voor beiden geldt een proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van 2 jaar.

De 40-jarige verdachte die optrad als katvanger krijgt een taakstrafWerkstraf van 180 uur. Daarnaast krijgt hij ook een voorwaardelijke celstraf van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Daaraan zijn bijzondere voorwaarden gekoppeld. De 43-jarige verdachte die fungeerde als katvanger krijgt de maximale taakstraf van 240 uur opgelegd. Ook aan hem wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden opgelegd. Hier geldt een proeftijd van 2 jaar.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat de verdachten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaalde bedragen aan TB&R en Bouwvisie door benadeelde partijen. Hun vorderingen worden toegewezen. De vorderingen wegens immateriële (‘emotionele’) schade worden niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard, wegens onvoldoende onderbouwing. Hiervoor staat de weg naar de burgerlijk rechter open.