Rotterdam|

7 jaar gevangenis en tbs met dwangverpleging voor doodslag en verboden wapenbezit

Vandaag heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak van een man die wordt verdacht van doodslag en het bezit van vuurwapens en explosieven. De officier van justitie heeft tijdens de zitting van 7 januari 2015 een gevangenisstraf van 6 jaar geëist met tbs met dwangverpleging. De verdachte heeft het schieten en het bezit van wapens en explosieven bekend. Hij stelt echter dat hij het schot uit zelfverdediging als waarschuwingsschot heeft gelost en niet de bedoeling had het slachtoffer te raken.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. acht bewezen dat de verdachte door een deur het slachtoffer heeft doodgeschoten en dat hij opzet had op de dood van het slachtoffer. Het beroep op zelfverdediging is door de rechtbank verworpen. 

De rechtbank oordeelt in haar uitspraak dat de door de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. geëiste straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het wapen- en explosievenbezit en de eerdere veroordelingen van de verdachte. De rechtbank komt daarom tot een hogere gevangenisstraf dan is geëist door de officier van justitie. 

Ten aanzien van de door de benadeelde partijen gevorderde schokschade oordeelt de rechtbank dat de rechtstreekse schade van het strafbare feit doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord. het overlijden van het slachtoffer is en niet van de schok die dat bij anderen teweeg brengt. In de strafprocedure kan dus geen vergoeding van schokschade bij derden plaatsvinden. Ook de gevorderde begrafeniskosten zijn niet toegewezen, omdat onvoldoende duidelijk is dat deze zijn betaald door degene die vergoeding van deze kosten vorderde.

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. is voor doodslag en het bezit van vuurwapens en explosieven veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar alsmede tot tbs met bevel tot dwangverpleging.