12 maanden cel voor gewelddadige poging tot beroving in Dordrecht

De man zei dat hij niet wist dat zijn mededaders geweld zouden gebruiken bij de mislukte poging tot beroving in Dordrecht. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat hij dat wel had kunnen weten. De daders hadden immers grote maskers en hamers bij zich. Dat de beroving mislukte is enkel het geval omdat de auto van het slachtoffer over veiligheidsglas beschikte.
Ongeloofwaardig
Ook het verweerDe verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure. dat hij niet wist dat de daders wilden inbreken bij een woning in Krimpen aan den IJssel noemt de rechtbank ongeloofwaardig. Op camerabeelden is te zien dat de daders met bivakmutsen in een voortuin staan, ongeveer vijf seconden nadat ze uit de auto van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. zijn gestapt. De man had dus moeten zien dat de daders bivakmutsen op hadden. Ook reed de verdachte vlak daarvoor stapvoets langs de woning, iets dat door de rechtbank wordt aangemerkt als een verkenning. De daders klommen via het slaapkamerraam naar binnen, maar hebben uiteindelijk niets meegenomen, nadat zij betrapt werden door de bewoonster van het huis.
De rechtbank stelt dat het slachtoffer van de poging tot gewelddadige beroving en het slachtoffer van de inbraak zeer geschrokken zijn. Het zijn traumatische ervaringen waar zij mogelijk nog jaren last van zullen hebben. De verdachte heeft deze strafbare feiten mogelijk gemaakt en zich geen enkel moment bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers. Zo heeft de man bij de politie verklaard dat hij schijt heeft aan alles en iedereen.
Hogere straf dan bij straatroof
De rechtbank kan daardoor ook niet anders reageren dan met het opleggen van een forse gevangenisstraf. Al wordt de eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. van de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is., een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk, niet gevolgd. De rechtbank oordeelt dat de officier bij het bepalen van de strafeis gebruik heeft gemaakt van een richtlijn met betrekking tot woningovervallen. Bij de mislukte beroving van de man in de auto is er, zonder afbreuk te doen aan de ernst van het delict, geen sprake van een woningoverval. De strafmaat voor een woningoverval wordt in belangrijke mate bepaald door het feit dat er inbreuk wordt gemaakt op het huisrecht van het slachtoffer, een plek waar iemand zich juist veilig moet kunnen voelen. Die situatie heeft zich hier niet voorgedaan.
Ook gaat het niet om een voltooide diefstal met geweld, maar een poging daartoe. Daarnaast heeft de verdachte zelf geen geweld gebruikt, maar is hij wel medeplichtig. De poging om het slachtoffer te beroven heeft het karakter van een straatroof, waarvoor een gevangenisstraf van zes maanden het uitgangspunt is. Door het grove geweld en het feit dat de poging tot beroving plaats vond voor het huis van het slachtoffer komt de rechtbank wel tot een hogere straf dan zes maanden.
Voor beide bewezen verklaarde feiten veroordeelt de rechtbank de man tot een gevangenisstraf van twaalf maanden met aftrek van voorarrestHet totaal aantal dagen dat iemand doorbrengt in politiecel of Huis van Bewaring voorafgaand aan de zitting en uitspraak. De dagen die iemand in voorarrest heeft doorgebracht worden van de straf afgetrokken., waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.