Rotterdam|

10 jaar cel voor brandstichting met dodelijke afloop

De rechtbank in Dordrecht heeft vandaag een celstraf van 10 jaar opgelegd aan een verdachte die opzettelijk (met motorbenzine) brand heeft gesticht in zijn woning aan de Hilledijk in Rotterdam. Bij die brand kwam de bovenbuurman van de verdachte op gruwelijke wijze om het leven.

Niet aannemelijk

Anders dan de advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft aangevoerd vindt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. het niet aannemelijk dat de brand door een ander dan de verdachte is aangestoken. Het 27-jarige slachtoffer bevond zich op dat moment in de woning daarboven en kon niet meer op tijd weg komen. Hij is uit het raam geklommen, naar beneden gevallen en vervolgens aan zijn verwondingen overleden.

Hoogte van de straf

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank ernstig rekening gehouden met het grote leed dat de verdachte heeft veroorzaakt: Hij heeft het nog jonge slachtoffer het meest fundamentele recht ontnomen; het recht op leven.

Ook heeft hij onherstelbaar leed toegebracht aan de familie en vrienden van het slachtoffer.

Daarnaast heeft de brand ook gevaar opgeleverd voor de bewoners van andere, omliggende, panden. Bovendien zijn veel omstanders ongewild toeschouwer geweest van de brand en ongewild geconfronteerd met de dood van het slachtoffer.

Motief onduidelijk

Waarom de verdachte zijn woning in brand heeft gestoken is tijdens de behandeling van deze strafzaak niet duidelijk geworden. De verdachte heeft namelijk steeds verklaard de brand niet te hebben gesticht.