Almelo|

Vrijspraak en celstraf na wapenvondst in Enschedese woning

Twee mannen van 25 en 47 jaar zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen van 9 en 5 maanden voor verboden wapenbezit in een woning in Enschede. Een 54-jarige man en een vrouw van 28 jaar zijn vrijgesproken. De woning was op 22 december 2016 doelwit van een aanslag met een (vermoedelijke) handgranaat. De politie vond de wapens toen zij in het huis zocht naar bewijs in dat onderzoek.Een pistool (niet het wapen uit deze zaak).

Straffen

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Overijssel oordeelt dat een 25-jarige verdachte uit Enschede schuldig is aan het bezit van een revolver met munitie. Hij krijgt een celstraf van 9 maanden opgelegd. Fors strafverzwarend is het feit dat man met de geladen revolver binnen handbereik, op het dak van de woning lag toen de politie binnenviel. De man bekende het wapenbezit.

De 47-jarige bewoner van het huis is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden voor het bezit van een pistool met munitie. Ook hij bekende het wapenbezit. De rechtbank oordeelt in zijn zaak dat er sprake is van onherstelbaar vormverzuimHet verwaarlozen of niet in acht nemen van vormvoorschriften in een proces of door een bestuursorgaan. Ook wel 'procedurefout' genoemd.. Zijn huisrecht is geschonden. Hierdoor is de straf met 1 maand verminderd, zodat de man geen 6 maanden, maar 5 maanden celstraf krijgt.

Vrijspraken

In de zaak van de 54-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. uit Alstätte komt de rechtbank tot vrijspraakBeslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht.. De man is, net zoals de 25-jarige verdachte, met een kogelwerend vest aan op het dak van de woning aangehouden. Volgens het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. (OM) wijst dit er op dat de verdachten rekening hielden met een mogelijke beschieting van de gepantserde woning. Hoewel het bij de rechtbank vragen oproept dat de wapens dichtbij de verdachte gevonden zijn, is op basis van het dossier niet wettig en overtuigend te bewijzen dat de wapens in zijn bezit waren of dat hij wist van deze wapens. De verdachte ontkende alle betrokkenheid.

De 28-jarige bewoonster van het huis is ook vrijgesproken. De rechtbank oordeelt dat zij geen weet had van de wapens in de woning.

Doorzoeking

De rechtbank oordeelt dat het binnentreden en de huiszoekingHet doorzoeken van een woning om goederen in beslag te nemen. niet met een ander doel is gebeurd dan het OM in de aanvraag tot huiszoeking had gesteld, kort gezegd het verzamelen van bewijsmateriaal in het onderzoek naar de aanslag met een (vermoedelijke) handgranaat in december 2016.

Richtlijnen niet gevolgd

Het OM heeft de richtlijnen voor de inzet van het Aanhouding- en Ondersteuningsteam niet goed gevolgd. Dit leidt tot onherstelbaar vormverzuim waarbij de bescherming van het huisrecht van de bewoners is geschonden. Het Aanhouding- en Ondersteuningsteam van de politie ging de woning binnen door de voordeur van de woning met explosieven te forceren. De gepantserde en brandwerende tussendeur werd opengeschoten met een shotgun.

Omdat het inzetten van dit politieteam verstrekkende gevolgen kan hebben zijn er extra richtlijnen waar het OM aan moet voldoen. Deze richtlijnen zijn niet gevolgd. Zo mag alleen de hoofdofficier van justitieVerzamelnaam voor functies die zich binnen de overheid bezighouden met de handhaving van het recht. de beslissing nemen om dit team in te zetten, of dit overdragen aan een bevoegd vervanger. Uit het dossier blijkt niet dat degene die de beslissing nam bevoegd was. Daarnaast is niet omschreven waarom de inzet van dit team noodzakelijk was. Uit de stukken wordt niet duidelijk dat er bijvoorbeeld sprake was van levensbedreigende omstandigheden.