's-Hertogenbosch|

Waarom geen spreekrecht voor stiefmoeder en -zus van het 15-jarige Eindhovense meisje?

Vandaag behandelt de rechtbank Oost-Brabant de zaak van de verdwijning en de dood van een 15-jarig Eindhovens meisje. De advocaat van de stiefmoeder en stiefzus van het meisje verzocht vandaag om spreekrecht voor hen. De rechtbank heeft beslist dat zij volgens de wet geen nabestaanden zijn en kan hen dus geen spreekrecht toekennen.

Bij de beslissing heeft de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. onder meer aangegeven dat de wet expliciet omschrijft wie er onder nabestaanden wordt verstaan. De stiefmoeder en stiefzus zijn geen bloedverwanten. De rechtbank snapt dat de stiefmoeder en stiefzus nabestaanden zijn in de ruimste zin van het woord, maar kan hen geen spreekrecht geven, omdat ze dat volgens de wet niet zijn. De rechtbank vindt het op de weg liggen van de wetgever om eventueel de wet ten aanzien van nabestaanden en spreekrecht aan te passen of uit te breiden.

Ondanks dat er geen spreekrecht bestaat, is er wel de mogelijkheid dat de stiefmoeder en stiefzus bij hun ‘vordering benadeelde partijSlachtoffer dat schade heeft door een strafbaar feit en daarvoor in het strafproces een vergoeding van de verdachte heeft gevraagd.’ toelichten wat de verdwijning en de dood van het meisje met hen heeft gedaan. Hier krijgen zij vanmiddag de gelegenheid voor.