Voormalig politicus krijgt geldboete voor smaad fractievoorzitter

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. stelde het manifest op en stuurde dat in april 2019 naar de lokale krant en regionale omroep. Hij beschuldigde daarin de toenmalig fractievoorzitter van de PVV Zeeland en lid van de Eerste Kamer van malafide graaipraktijken doordat hij zichzelf – kort gezegd – door het indienen van onterechte declaraties zou verrijken ten koste van de gemeenschap.
Volgens de verdachte handelde hij te goeder trouw. Hij dacht dat de inhoud van het manifest juist was en dat hij met verspreiden hiervan het algemeen belang diende. Zijn advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. verzocht daarom om vrijspraakBeslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht.. De rechtbank oordeelt dat de verdachte inderdaad te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de aantijgingen in het manifest waar zijn. Naar aanleiding van het manifest liet de provincie Zeeland onderzoek doen naar de besteding van het fractiebudget door de PVV. In het onderzoeksrapport staat dat een aantal kosten onterecht uit dit budget is gedeclareerd en dat de fractievoorzitter daar (mede)verantwoordelijk voor is.
Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. mag een politicus en volksvertegenwoordiger ernstige misstanden aan de kaak stellen, zeker als het gaat om misbruik van publieke middelen. Maar in dit geval had de verdachte een minder vergaand middel kunnen gebruiken om zijn doel te bereiken. Het gaat namelijk om ernstige beschuldigingen waarmee voorzichtig en zorgvuldig had moeten worden omgegaan. De verdachte had het manifest aan de Commissaris van de Koning en de statengriffier kunnen geven, zodat onderzoek kon worden ingesteld naar deze beschuldigingen. Bovendien gebruikte hij kwetsende bewoordingen in het manifest. De rechtbank concludeert dan ook dat de uitlatingen - gelet op de gebruikte taal en de wijze waarop de uitlatingen naar buiten zijn gebracht - onnodig grievend waren. Dit betekent dat het manifest, ondanks dat de in de tenlasteleggingDeel van de dagvaarding in strafzaken waarin staat waar het Openbaar Ministerie de verdachte van beschuldigt. opgenomen beschuldigingen juist waren en dit een ernstige misstand betreft, een smadelijk karakter hebben.
De 64-jarige partijgenoot stelde het manifest mede op. Hij deed dit naar eigen zeggen echter vanuit de overtuiging dat de medeverdachte dit alleen naar de Commissaris van de Koning zou sturen. Er zijn geen bewijzen dat de partijgenoot een bijdrage leverde aan het bekendmaken van het manifest binnen een bredere kring van willekeurige derden of wist dat het manifest ook naar de media zou worden gezonden. De rechtbank spreekt hem daarom vrij van smaad.