Te weinig bewijs voor ontucht op kinderdagverblijf, wél cel- en taakstraf voor bezit kinderporno
Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. verdenkt de man ervan dat hij als verpleegkundige van een medisch kinderdagverblijf in Waalre ontucht pleegde met een 5-jarig kind. De verdachte ontkent dit. Naast de verklaringen van het jongetje ziet de rechtbank geen steunbewijs in het strafdossier. Dit is nodig om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Aangezien het nodige bewijs ontbreekt, spreekt de rechtbank de verdachte vrij van dit verwijt.

Hij wordt wél veroordeeld voor het bezit van kinderporno. Tijdens het onderzoek naar de ontuchtzaak trof de politie op zijn telefoon een door de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. aangemaakte en beveiligde map aan met daarin seksueel getinte foto's van minderjarigen.
Misbruikt en uitgebuit
Het bezit van kinderporno is een ernstig delictStrafbaar feit.. Voor de productie hiervan worden kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Ze worden voor een camera gezet om te poseren en seksuele handelingen te verrichten of te ondergaan. Deze slachtoffers kunnen aanzienlijke psychische schade oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. De schade voor de kinderen wordt nog eens vergroot doordat het vrijwel onmogelijk is om een afbeelding of video die op het internet is gezet, daarvan af te halen.
Omdat de verdachte blijft ontkennen, ziet de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. weinig aanknopingspunten om het gedrag van de verdachte met bepaalde bijzondere voorwaarden (zoals een behandeling) te veranderen. Ook kunnen een psychiater en een psycholoog niet vaststellen dat er sprake is van een psychische stoornis. Door dit alles kan de rechtbank zich geen oordeel vormen over de eventuele kans op herhaling en dus evenmin over de wijze waarop dit risico zou kunnen worden ingeperkt. Dit maakt dat de rechtbank geen bijzondere voorwaarden verbindt aan de voorwaardelijke celstraf. Naast die geheel voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. vindt de rechtbank een maximale taakstraf van 240 uur op zijn plaats.