's-Hertogenbosch|

Rechtbank mag klacht over rookbeleid GGzE niet beoordelen

De rechtbank Oost-Brabant mag een klacht van diverse cliënten over het rookbeleid in een zorginstelling in Eindhoven niet inhoudelijk beoordelen. De cliënten willen weer kunnen roken op hun eigen kamer en in de buitenlucht op het terrein. 

Stichting Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven (GGzE) heeft per 1 juli 2022 een rookbeleid op grond waarvan het niet is toegestaan om op het terrein en in gebouwen te roken. Een aantal cliënten is het daar niet mee eens en diende een klacht in bij de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt.. De kern van de klacht is dat het verbod om in de eigen kamer en in de buitenlucht op het terrein te mogen roken in strijd is met de huisregels van de kliniek. 

De cliënten beogen dat de rechtbank beslist dat het rookbeleid van GGzE wordt teruggedraaid, maar dat kan de rechtbank niet. Op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) mag de rechtbank alleen beoordelen of het rookverbod in strijd is met de huisregels.

Volgens de rechtbank zijn er geen regels opgenomen in de huisregels die zien op het roken op de eigen kamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. of in de buitenlucht op het terrein. Dit betekent dat de klacht dus niet gaat over de huisregels. De rechtbank mag de klacht daarom niet inhoudelijk beoordelen en verklaart de verzoeken niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen.