's-Hertogenbosch|

Pool sloeg met hamer in op hoofd man: 4 jaar cel

Een 38-jarige man uit Polen is veroordeeld voor een poging tot doodslag. De rechtbank Oost-Brabant legt hem een gevangenisstraf op van 4 jaar.

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. ging op 27 april 2008 onder invloed van alcohol naar de woning van een man op een camping in Heeswijk-Dinther. Daar ontstond een vechtpartij tussen beide mannen, waarbij de verdachte met een hamer op het hoofd van de ander insloeg. Het slachtoffer liep een schedelfractuur en meerdere breuken in zijn kaak op.
 
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. legt een hogere straf op dan de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. eiste voor de poging tot doodslag, omdat de officier van justitie bij zijn eis onvoldoende oog had voor het levensgevaar dat het slachtoffer liep en voor de ernst van het delict. De verdachte veroorzaakte welbewust een zeer groot en levensbedreigend gevaar voor het slachtoffer.  In Polen was hij voor een vergelijkbaar delict veroordeeld tot een celstraf waarbij hij ook behandeling kreeg voor zijn alcohol- en cannabisverslaving. Volgens de rechtbank wist hij dat hij agressief wordt van alcohol, maar koos hij er desondanks voor om te gaan drinken. Ook bekommerde de verdachte zich niet om het slachtoffer, maar vluchtte hij. De verdachte hield zich vervolgens jarenlang schuil. Hierdoor is het aan hemzelf te wijten dat het zolang heeft geduurd voordat de zaak op zitting is behandeld. Dat leidt daarom niet -zoals de verdediging vroeg- tot strafvermindering.