Politieagent veroordeeld voor dodelijk ongeval in Eindhoven
In december 2022 kwam er bij de politie een melding binnen van een lokfiets, met gps-signaal, die in beweging was gekomen. De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en zijn collega reden in hun politieauto met zwaailichten aan in de richting van de lokfiets. Via de meldkamer hoorde de verdachte dat de lokfiets zich waarschijnlijk in een voertuig bevond en dacht hij dat er dus haast was geboden.

Met een hoge snelheid reed de verdachte over de Dr. Cuyperslaan in de richting van de Europalaan. Hij bleef harder rijden en haalde op enig moment een snelheid van 129 km/u, waar maximaal 50 km/u is toegestaan. Op de kruising met de Woenselsestraat naderde de verdachte een motorrijder die van links kwam. Hij probeerde de motor nog te ontwijken, maar botste met 100 km/u tegen het slachtoffer aan. De politieauto belandde in de berm en kwam tot stilstand tegen een lichtmast. Het slachtoffer viel op het wegdek en overleed ter plekke.
Diep aangeslagen
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. concludeert dat de verdachte zich schuldig maakte aan zeer onvoorzichtig en onoplettend verkeersgedrag. Hij ging veel te gretig en met onvoldoende oog voor de veiligheid van andere weggebruikers in zijn politieauto naar de melding van de lokfiets. De verdachte maakte daarbij een volstrekt foute afweging tussen uitoefening van zijn politietaak en de verkeersveiligheid. Hij overschreed daarbij de Brancherichtlijn van de politie.
De rechtbank is zich er aan de andere kant van bewust dat het optreden van een politieagent risico's met zich meebrengt. Daarom is het niet passend om een zelfde straf op te leggen als aan een gewone verkeersdeelnemer. Bovendien had de verdachte vanuit zijn rol als politieagent de beste bedoelingen. Hij is diep aangeslagen door het verkeersongeluk. Ook betuigde hij spijt aan de nabestaanden en nam hij verantwoordelijkheid voor het ongeval.
Bij het opleggen van de straf kijkt de rechtbank naar soortgelijke zaken waarbij politieagenten zijn betrokken. Daarom wordt er geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, maar wel een forse taakstrafWerkstraf. Al met al vindt de rechtbank een taakstraf op van 200 uur op zijn plaats. Daarnaast krijgt hij een rijontzegging van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
Niet in verhouding
De rechtbank realiseert zich dat deze straf niet in verhouding staat tot het leed dat de nabestaanden is aangedaan. Toch hoopt de rechtbank dat de behandeling op de terechtzitting heeft bijgedragen aan het verwerken van het leed.