Oud-officier van justitie krijgt taakstraf voor verduisteren geld van stichting
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. was tussen december 2011 en juli 2015 secretaris-generaal van de International Association of Prosecutors (IAP), gedetacheerd vanuit het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. (OM).

De man was belast met het dagelijkse management en de financiën. In die periode gebruikte hij veelvuldig de betaalpassen van de IAP voor privézaken. Hij betaalde er bijvoorbeeld een vliegticket en de huur van een auto tijdens zijn vakantie mee, de huwelijkslunch van zijn dochter en bezoekjes aan een seksclub en een fetisjbar. Het ging om bedragen van in totaal bijna 12.000 euro.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt het zeer kwalijk dat de verdachte dit delict pleegde als ex-officier van justitie, ex-advocaat-generaal en secretaris-generaal voor een internationale organisatie van officieren van justitie. Het gaat juist om functies die een hoge mate van integriteit vragen. Zoals de verdachte zou moeten weten, kan zijn gedrag zeer schadelijk zijn voor het OM en de IAP. Door niets te melden bij zijn werkgever over de dubieuze betalingen, zorgde hij er bovendien voor dat hij chantabel was.
Zijn handelen getuigt van een lichtzinnige houding ten opzichte van de financiële verantwoording en het toe-eigenen van geld van zijn werkgever. Dit rekent de rechtbank hem gelet op zijn ervaring en achtergrond aan.
De rechtbank houdt er ook rekening mee dat het om een oud delictStrafbaar feit. gaat. Daarnaast weegt onder meer mee dat de verdachte inmiddels met pensioen is, dat hij door alle media-aandacht beperkt is in zijn sociale contacten en dat het om een voor de stichting beperkt bedrag ging dat is verduisterd. Al met al vindt de rechtbank een taakstrafWerkstraf van 180 uur op zijn plaats. Omdat het OM de redelijke termijn waarbinnen deze zaak voor de rechter had moeten worden gebracht ruimschoots heeft overschreden, gaat daar 20 uur vanaf.