OM niet-ontvankelijk in vervolging drugshandel via Darkweb
Volgens de verdediging heeft het OM eind 2019 bij de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. het vertrouwen gewekt dat hij niet zou worden vervolgd voor de delicten die nu ten laste zijn gelegd. Omdat het OM de man wél vervolgt, handelt het OM in strijd met een goede procesorde en meer specifiek met het vertrouwensbeginselAlgemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat voorschrijft dat particulieren en organisaties erop moeten kunnen vertrouwen, dat een bepaalde toezegging van een bestuursorgaan ook nagekomen wordt of een wettelijke bepaling wordt nageleefd.. De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. betwist dit. Het staken van de vervolging zou alleen gaan over het witwassen en over ontneming van door criminele activiteiten verkregen voordeel, maar niet over de drugshandel.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt vast dat het OM aan de verdachte in een e-mail van december 2019 een transactievoorstel deed. Hierin stond in algemene bewoordingen dat als de man de transactieAanbod van de officier van justitie aan de verdachte om een strafzaak buiten de rechter om te doen. Als de verdachte hiermee akkoord gaat, dan ziet de officier af van verdere strafvervolging. zou aanvaarden, het onderzoek zou worden gestaakt. Daarbij refereert het OM aan haar dossier waarin onderzoek is gedaan naar zowel witwassen als drugshandel. De rechtbank stelt dat de verdachte er onder die omstandigheden op mocht vertrouwen dat het OM hem niet zou vervolgen voor die strafbare feiten. Het had op de weg van het OM gelegen om duidelijk kenbaar te maken dat het onderzoek naar de drugshandel geen deel uitmaakte van de transactie.
Omdat de verdachte akkoord ging met het voorstel en het OM hem desondanks vervolgt, handelt het OM in strijd met een goede procesorde. Volgens de rechtbank is er daarom sprake van een uitzonderlijke situatie waarin het OM niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. moet worden verklaard. Dit betekent dat de strafzaak niet verder wordt behandeld en de zaak bij de rechtbank stopt.