Man vrijgesproken van medeplegen van granaataanslag in Eindhoven
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Oost-Brabant spreekt een 32-jarige man uit Oss vrij van betrokkenheid bij een granaataanslag in Eindhoven. Er is onvoldoende bewijs dat hij de opdrachtgever was.
De granaat werd in september 2018 bij een woning naar binnen gegooid, terwijl de bewoners thuis waren. Drie mannen zijn eerder veroordeeld voor die meervoudige poging tot moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang.. Volgens het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. was ook de verdachte betrokken bij de aanslag. Hij zou de opdracht hebben gegeven om een granaat naar binnen te gooien en met dat doel een moker hebben geleverd. De verdachte ontkent te hebben geweten van het plan van de aanslag en het feit dat de moker daarvoor gebruikt zou worden.

Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat de drie daders eerder die bewuste avond probeerden om een raam van de woning in te slaan. Toen dit mislukte, kregen ze op een afgesproken locatie van de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. een moker. Met die moker gingen ze vervolgens terug naar het huis, sloegen een ruit van de voordeur in en gooiden de granaat in de hal naar binnen.
Niet zonder redelijke twijfel
Behalve naar het bovenstaande heeft de rechtbank ook nog gekeken naar zijn mogelijke betrokkenheid bij eerdere brandstichtingen door dezelfde daders die maand. Hoewel er op basis hiervan zonder meer aanwijzingen zijn die erop wijzen dat de verdachte mogelijk wist van de aanslag, kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat hij wist wat de daders met de moker van plan waren.
Opgenomen gesprekken tussen de daders wijzen ook niet onomstotelijk op een rol van de verdachte als opdrachtgever van de aanslag. De gesprekken zijn daarvoor te onduidelijk, bij momenten multi-interpretabel en niet volledig. Bovendien mist een groot deel van de communicatie in het dossier omdat gelijktijdig werd gecommuniceerd via Encrochat en de inhoud van die berichten onbekend is. Ook lijkt er gezien de beschreven ontmoetingen van de daders met derden sprake te zijn van mogelijke betrokkenheid van anderen.
Al met al kan de rechtbank niet zonder redelijke twijfel vaststellen dat de verdachte degene was die de opdracht gaf om de granaat de woning binnen te gooien. Hij wordt dan ook vrijgesproken.