's-Hertogenbosch|

Eindhovenaar veroordeeld voor ontucht 16 jaar geleden

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een 52-jarige man uit Eindhoven voor ontucht met een destijds minderjarig meisje op een moment tussen 2003 en 2005. Hij krijgt een voorwaardelijke celstraf van 3 maanden.

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. bekent dat hij tussen december 2003 en april 2005 op enig moment seksuele handelingen verrichtte met het meisje, dat in die periode tussen de 13 en 15 jaar oud was. Over wat die handelingen precies hebben ingehouden, bestaat twijfel. De verklaringen van de verdachte en het slachtoffer lopen namelijk uiteen. Op basis van de inhoud van het dossier kan de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. niet vaststellen dat er twee maal sprake is geweest van seksueel binnendringen, en evenmin van binnendringen met zijn geslachtsdeel. De verdachte wordt dan ook gedeeltelijk vrijgesproken.

In dit soort zaken is een onvoorwaardelijke celstraf het uitgangspunt. Maar de rechtbank vindt dat er in dit geval omstandigheden zijn die maken dat een voorwaardelijke strafStraf die pas uitgevoerd wordt als de veroordeelde zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt. Als voorwaarde geldt altijd dat de veroordeelde zich niet binnen de proeftijd opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt. De proeftijd bedraagt in de meeste gevallen maximaal drie jaar. Als bijzondere voorwaarde kan bijvoorbeeld worden opgelegd dat de veroordeelde zich op bepaalde tijdstippen meldt bij de reclassering. Als de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet nakomt, kan de officier van justitie bij de rechter eisen dat de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. op zijn plaats is. Allereerst is er ruim 16 jaar verstreken sinds het delict. In de tussenliggende periode pleegde de verdachte, voor zover bekend, geen strafbare feiten. Daarnaast gaf de verdachte in een vroeg stadium van het onderzoek alles toe en werkte hij volledig mee. Ook weegt mee dat in de straat van de verdachte en in de straat van zijn vriendin een pamflet over deze zaak is verspreid. Deze druk van het in het openbaar terecht moeten staan, heeft volgens de rechtbank reeds de nodige bestraffende werking gehad. Daarom volstaat de rechtbank met een voorwaardelijke celstraf.
De verdachte moet daarnaast een schadevergoeding van 1.000 euro betalen aan het slachtoffer.