's-Hertogenbosch|

Cel- en taakstraf voor diefstal babylijkje, asresten van overledenen en openen graven

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 24-jarige man uit Veldhoven veroordeeld voor het weghalen van een babylijkje uit een graf, het openen van twee andere graven, diefstal van kruizen en urnen met asresten en het bekladden van de muur van een kerk. Ook had hij dierenporno in bezit. Hij krijgt een gevangenisstraf van 365 dagen, waarvan 251 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur. Daarnaast moet de man zich laten behandelen aan zijn problematiek en mag hij voorlopig niet op begraafplaatsen of in kerken komen.

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. maakte in de eerste helft van 2019 twee graven open van overledenen op begraafplaatsen in Veldhoven en Vessem. Ook haalde hij bij een crematorium in Eindhoven vier urnen met asresten van overledenen weg, bekladde hij een muur van een kerk in Eindhoven met verf en nam hij verschillende metalen kruizen mee van graven in Vessem. Na zijn aanhouding in oktober 2019 trof de politie op de laptop van de verdachte een aantal afbeeldingen aan van dierenporno.

Diefstal babylijkje

De verdachte bekent al deze delicten grotendeels. Volgens het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. maakte de verdachte zich in juni 2019 schuldig aan nog een delict: hij zou een babylijkje hebben opgegraven op een begraafplaats in Veldhoven en nam de stoffelijke resten mee. Dit ontkent de verdachte. Hij verklaarde dat hij in het graf heeft gegraven, maar hij zou daar alleen een witte doek hebben aangetroffen.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat de verdachte wel degelijk het babylijkje heeft opgegraven en meegenomen. Het  meisje was in een witte deken gewikkeld en lag in een rietje mandje met een knuffel erbij. De deken, knuffel en resten van het mandje werden bij het graf aangetroffen. De rechtbank vindt het daarom ongeloofwaardig dat de verdachte het stoffelijk overschot niet zou hebben aangetroffen en meegenomen. Daarbij komt dat een getuige verklaarde dat hij de verdachte eerder hoorde vertellen dat hij van plan was een grafje van een klein meisje te openen en het stoffelijk overschot mee te nemen. De alternatieve scenario's van de verdediging vindt de rechtbank ongeloofwaardig. Zo zouden de resten zijn meegenomen door dieren of verplaatst zijn door een storm. Bij het graf is echter geen enkel deel van het stoffelijk overschot aangetroffen.

Extra leed nabestaanden

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte ernstig leed toebracht aan de nabestaanden van de personen van wie hij de graven heeft opengemaakt, urnen met asresten heeft gestolen en ornamenten heeft vernield. Verder blijft hij ontkennen dat hij het stoffelijk overschot van de baby heeft weggehaald. Nog altijd is onduidelijk waar dit stoffelijk overschot is. Dit rekent de rechtbank hem zeer zwaar aan. Het zorgt namelijk voor extra leed bij de ouders. Ook neemt de rechtbank het de verdachte bijzonder kwalijk dat hij met het beschadigen van de graven en de kerk geen enkel respect had voor de laatste rustplaats van overledenen waar nabestaanden hun verdriet kunnen verwerken.

Inmiddels gaf de verdachte er blijk van dat hij de ernst van het aan zijn slachtoffers aangedane leed inziet en toonde hij oprecht berouw. Ook weegt mee dat er volgens een psycholoog sprake is van een autismespectrumstoornis. De rechtbank beschouwt de verdachte daarom als verminderd toerekeningsvatbaar. Hij is ruim een jaar geleden gestart met een ambulant behandeltraject voor zijn problematiek. De rechtbank wil die behandeling niet doorkruisen met een gevangenisstraf. Daarom legt zij een celstraf op van 365 dagen, waarvan 251 dagen voorwaardelijk (de rest heeft de verdachte al uitgezeten), met een proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van 3 jaar. De rechtbank draagt de verdachte op de behandeling in die tijd voort te zetten. Ook moet hij zich blijven melden bij de reclasseringInstelling die het herintreden in de maatschappij van veroordeelden wil bevorderen. Geeft ook voorlichting aan de rechter over de persoon van de verdachte. en krijgt hij een verbod om in kerken of op begraafplaatsen te komen. Naast dit alles krijgt de verdachte de maximale taakstraf van 240 uur.