Cel en lange rijontzegging voor veroorzaken zwaar ongeval Eindhoven

Het ongeval gebeurde in januari 2018 op de kruising van de Eisenhowerlaan met de Wolvendijk in Eindhoven. Een fietser stak daar tegen middernacht over en werd door een auto aangereden. Het slachtoffer verloor haar rechteronderbeen en brak haar andere been en een sleutelbeen. De bestuurder van de auto reed vervolgens door zonder hulp te bieden of zijn identiteit kenbaar te maken. Enkele maanden na het incident kwam de politie de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. op het spoor. De verdachte erkent dat hij in de auto zat tijdens het ongeluk, maar volgens hem was hij slechts bijrijder.
Verdachte is bestuurder
De verdachte wees een andere man aan als bestuurder. Die man verklaarde juist dat de verdachte achter het stuur zat en de aanrijding veroorzaakte. Zijn verklaring acht de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. betrouwbaar omdat deze op cruciale onderdelen wordt ondersteund door onderzoeksbevindingen als de gereden snelheid en de exacte plaats van de aanrijding. Ook speelt mee dat de verdachte tijdens een verhoor voor een andere zaak aan de politie bekende dat hij schade aan de auto had gereden (een afgebroken spiegel, die bij de aanrijding in januari 2018 was achtergebleven) en dat hij 20 minuten daarna een snelheidsovertreding pleegde waarvoor hij een boete van 36 euro kreeg. Ook verklaarde een toenmalige vriendin dat de verdachte tegen haar had verteld dat hij de auto bestuurde.
Volgens de rechtbank is de verdachte dus de bestuurder en is hij schuldig aan het veroorzaken van de aanrijding. Hij reed minstens 134 km/uur bij het naderen van de kruising, terwijl daar een maximumsnelheid van 80 km/uur geldt. En hij hield zijn aandacht onvoldoende bij de verkeerssituatie. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de verdachte niet op één van de rijbanen reed, maar op beide rijbanen. Hieruit volgt dat hij onoplettend reed en dus schuldig is aan een verkeersdelict. Dat het slachtoffer door een rood verkeerslicht fietste, maakt dit niet anders.
Langere rijontzegging
Het ongeval heeft het leven van het slachtoffer, en dat van haar directe naasten, voorgoed veranderd. Ze kampt nog iedere dag met vreselijke pijn en zal de rest van haar leven met de gevolgen van de aanrijding worden geconfronteerd. Daarnaast weegt mee dat de verdachte na het ongeluk is doorgereden zonder zich om het slachtoffer te bekommeren. Ook later meldde hij zich niet bij de politie. Hierdoor frustreerde hij het onderzoek naar het ongeval, want zo kon niet worden onderzocht of hij onder invloed was van alcohol en/of drugs zoals de bijrijder verklaarde. Bovendien probeerde hij de schuld in de schoenen van die bijrijder te schuiven. De rechtbank rekent hem dit alles zwaar aan. Tot slot houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte zich 4 maanden voor het delictStrafbaar feit. schuldig heeft gemaakt – kort gezegd – aan gevaarlijk rijgedrag, wat blijkt uit een onherroepelijke veroordeling in mei 2018.
Al met al vindt de rechtbank een celstraf van 5 maanden op zijn plaats. Daarnaast legt de rechtbank een aanzienlijk langere rijontzegging op dan de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. eiste: namelijk 5 jaar in plaats van 1,5 jaar. De rechtbank vindt dit passend voor het gedrag van de verdachte. Zijn inbeslaggenomen auto krijgt hij niet terug.
Het slachtoffer verzocht een schadevergoeding van in totaal 85.000 euro. De rechtbank wijst daarvan een deel toe: de verdachte moet 15.000 euro betalen. Voor het overige deel van het bedrag moet nader onderzoek worden gedaan naar de mate van aansprakelijkheid van de verdachte omdat het slachtoffer door een rood licht reed. Het verzoek tot aanvullende schadevergoeding kan het slachtoffer voorleggen aan de civiele rechter.