's-Hertogenbosch|

Brandstichter krijgt celstraf en moet zich laten behandelen

Een 37-jarige man uit Helmond stichtte in januari van dit jaar opzettelijk brand in zijn woning. Hij bracht hiermee onder meer omwonenden in levensgevaar. De rechtbank Oost-Brabant veroordeelde de man tot een gevangenisstraf van 480 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Bovendien moet hij zich laten behandelen in een ambulante zorginstelling en begeleid gaan wonen.

De man sprenkelde benzine in ruimtes van zijn tussenwoning om dit vervolgens in brand te steken. Toen hij zijn aansteker bij de benzine hield, ontstond een ontploffing. Daarbij kwamen een raamkozijn en glasscherven op de straat terecht en ontstond er schade aan de twee aangrenzende woningen en diverse in de straat geparkeerde auto’s. Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. kan niet worden vastgesteld dat de man opzettelijk een ontploffing wilde veroorzaken. Hij wordt van dit deel van de tenlasteleggingDeel van de dagvaarding in strafzaken waarin staat waar het Openbaar Ministerie de verdachte van beschuldigt. dan ook vrijgesproken.

De rechtbank houdt er bij de oplegging van de straf rekening mee dat de man suïcidale gedachten had en niet stilstond bij de mogelijke gevolgen van de brandstichting. Volgens de rechtbank bracht de man door zijn handelen onder meer bewoners van de naastgelegen woningen in levensgevaar. Bovendien veroorzaakte het voorval grote onrust bij met name de bewoners in zijn straat.
Uit rapportages van de psychiater en psycholoog blijkt dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. sterk verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank leidt uit de rapporten af dat ambulante behandeling van de man noodzakelijk is en dat hij wordt opgenomen in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Volgens de rechtbank heeft een langere gevangenisstraf dan het voorarrestHet totaal aantal dagen dat iemand doorbrengt in politiecel of Huis van Bewaring voorafgaand aan de zitting en uitspraak. De dagen die iemand in voorarrest heeft doorgebracht worden van de straf afgetrokken. van de verdachte daarom geen meerwaarde. De rechtbank bepaalt dat de bijzondere voorwaarden van de behandeling en begeleid wonen direct na de uitspraak ingaan.