3 jaar cel voor gewapende overval op kledingwinkel in Someren
Twee overvallers gingen in de middag van 15 april 2021 de winkel binnen, bedreigden het personeel met een (nep)vuurwapen en namen 59 broeken van dure merken mee. Ze gingen er vandoor op een scooter.

Een paar weken na het incident bekende de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. op twee momenten aan de politie dat hij één van de daders was. Een dag later wilde hij echter niets meer zeggen en tijdens de behandeling van zijn strafzaak bij de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. verklaarde de verdachte dat hij onder druk was gezet door iemand om een bekennende verklaring af te leggen. De verdachte zou bang zijn geweest met de overval in verband te worden gebracht omdat hij de scooter had geleend en zijn DNA en vingerafdrukken mogelijk zouden worden aangetroffen.
Voorverkenning
De rechtbank constateert dat de verdachte al enkele maanden voor de overval over een scooter beschikte. Het is dan ook niet logisch dat hij een andere scooter zou lenen. Verder blijkt uit camerabeelden dat de overvallers een dag voor de overval een voorverkenning hebben gedaan. Op die dag en op de dag van de overval droeg de verdachte kleding die sterk lijkt op die van één van de overvallers.
De verdachte verklaarde bij de rechtbank dat hij geen zwarte schoenen met witte zool had, zoals de overvaller. Hij is twee weken na de overval echter aangehouden door de politie en in het proces-verbaal1. Schriftelijk verslag van hetgeen op rechtszittingen aan de orde is gekomen; 2. Officieel schriftelijk verslag van politieambtenaren met feiten die ze hebben waargenomen en met een verklaring die ze hebben opgetekend uit de mond van een verdachte of getuige. staat dat de verdachte die dag zwarte schoenen met een witte zool droeg. Daarbij komt dat de verdachte die dag met een andere man was, die de overval op de kledingwinkel later bekende en daarvoor inmiddels is veroordeeld.
Verder wilde de verdachte ook de naam van de persoon die hem onder druk zou hebben gezet niet geven. De rechtbank beschouwt dit alternatieve scenario dan ook als ongeloofwaardig. Volgens de rechtbank kan het niet anders dan dat de verdachte één van de overvallers was.
Geen openheid van zaken
De rechtbank houdt er bij het bepalen van de straf rekening mee dat de overval professioneel, brutaal en gewelddadig was. De verdachte en zijn mededader roofden in minder dan een minuutOrigineel exemplaar van een gerechtelijk stuk (bijvoorbeeld een vonnis), dat blijft bij degene die het heeft opgesteld (griffier). tientallen dure broeken mee, droegen bivakmutsen, maakten gebruik van een scooter zonder kentekenplaat en deden eerder een voorverkenning. Bovendien had de overval door het gebruikte geweld grote impact op het winkelpersoneel. Verder weegt mee dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten. Ook geeft hij nu geen openheid van zaken. Al met al vindt de rechtbank een lange celstraf op zijn plaats. Daarnaast moeten de verdachte en zijn mededader twee slachtoffers in totaal ruim 6.500 euro schadevergoeding betalen.