Assen|

Uitspraak over vervolging hoofdverdachte Ruinerwold-zaak

De rechtbank heeft vandaag het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaard in de vervolging van de hoofdverdachte in de Ruinerwold-zaak.

Cerebro Vasculair Accident

In 2016 heeft verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. een Cerebro Vasculair Accident (CVA) doorgemaakt. Als gevolg hiervan functioneren zijn hersenen niet meer goed, is hij halfzijdig verlamd en zijn gezichts- en spraakvermogen zijn aangetast. Bij verdachte is sprake van globale afasie. Het CVA heeft het taalbegrip en de taalproductie van verdachte aangetast. Hij is, afgezien van het maken van enkele klanken, niet in staat te spreken. Zijn begrip van zowel geschreven als gesproken taal is ernstig verstoord. Ook de mogelijkheid tot schrijven is door het CVA aangetast. Verdachte kan woorden niet zelf schrijven of typen.

Niet in staat zich te verweren tegen vervolging

Door de deskundigen is geconcludeerd dat niet valt te controleren wat verdachte precies begrijpt en of de antwoorden die hij geeft, betrekking hebben op de vragen die hem worden gesteld. Verdachte is mogelijk wel in staat te begrijpen dat hij wordt berecht, maar de complexiteit van begrip die nodig is om de rechtsgang procesmatig en inhoudelijk te doorzien, kan hij niet opbrengen. De deskundigen schatten in dat verdachte met name niet in staat zal zijn zich tegen de vervolging te verweren.

Ernstige belemmering

Gelet op het voorgaande is de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. van oordeel dat bij verdachte sprake is van zodanige fysieke en cognitieve beperkingen, dat hij niet in staat is om het strafproces te volgen dan wel in voldoende mate de eventuele gevolgen van dit proces te doorzien. Door zijn beperkingen is verdachte ook niet in staat de zaak met zijn raadsman te bespreken en de verdedigingsstrategie te bepalen. Bovendien kan hij tijdens de terechtzitting niet naar voren (laten) brengen wat zijn lezing van de feiten is en wat hij van belang acht voor zijn verdediging. Mede gelet op de aard, omvang en complexiteit van deze zaak, is dat een ernstige belemmering voor het voeren van de verdediging.

Schending van het recht op een eerlijk proces

Voortzetting van de vervolging onder deze omstandigheden zal blijkens de jurisprudentieGeheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, een schending van het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM opleveren.

Alles afwegende is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. niet-ontvankelijk is in de vervolging van verdachte.

Zie ook: Ruinerwold-zaak.