Rechtbank Noord-Nederland oordeelt over twee verdachten in zaak Arville
Kluis onder de vloer

De eerste verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft samen met een aantal andere personen een contant geldbedrag van € 279.950 witgewassen. Hij heeft toegestaan dat twee mededaders dit geld, dat van misdrijf afkomstig was, hebben verstopt in een kluis die was verborgen onder de vloer van de badkamer van zijn appartement en hij heeft dit geld daar verborgen gehouden. Daarnaast heeft hij een horloge ter waarde van ongeveer € 3.000 witgewassen. Hij is voor deze feiten veroordeeld tot een geldboete van € 13.000. Daarnaast is het horloge verbeurd verklaard.
Schijnlening
De tweede verdachte heeft van een medeverdachte een contant geldbedrag van € 150.000 ontvangen, waarvan hij wist dat het van misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. afkomstig was. Vervolgens heeft hij dit geld witgewassen door de medeverdachte een schijnlening te verstrekken en € 150.000 over te schrijven naar de bankrekening van diens bedrijf. Daarnaast heeft hij in opdracht en ten behoeve van diezelfde medeverdachte een dure personenauto van het merk Aston Martin gekocht. In het kader van die aankoop heeft hij een contant geldbedrag aangenomen, waarvan hij wist dat het van misdrijf afkomstig was. Daardoor heeft hij zowel dit geldbedrag als deze auto witgewassen. Verder heeft hij vijfmaal een te laag bedrag aan omzet van twee van zijn bedrijven laten aangeven, waardoor in totaal ruim € 230.000 te weinig omzetbelasting is geheven. Hij is voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden. Daarnaast is de Aston Martin verbeurd verklaard.
Ontnemingsvordering tweede verdachte
De ontnemingsvordering met betrekking tot de tweede verdachte is gebaseerd op het voordeel dat veroordeelde volgens het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. wederrechtelijk heeft verkregen in het kader van de aan- en verkoop van drie auto's, te weten een Aston Martin, een Maserati en een Audi A6. In de strafzaak heeft de rechtbank bewezen verklaard dat veroordeelde zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een contant geldbedrag in het kader van de aan- en verkoop van de Aston Martin en tevens aan het witwassen van die Aston Martin. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de hoogte van het geldbedrag dat de medeverdachte in dit kader aan veroordeelde heeft betaald niet kan worden vastgesteld. Daarom is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld of en, zo ja, hoeveel voordeel hij wederrechtelijk heeft verkregen in verband met de aan- en verkoop van de Aston Martin. De rechtbank is van oordeel dat hij voordeel heeft verkregen door middel van het witwassen van een contant geldbedrag van € 25.000 in verband met de Maserati en het witwassen van een contant geldbedrag van € 10.000 in het kader van de verkoop van de Audi A6. Uit de verklaring van veroordeelde leidt de rechtbank af dat deze gehele bedragen veroordeelde tot voordeel hebben gestrekt. De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel dan ook geschat op € 35.000 en aan hem de verplichting opgelegd om dit bedrag aan de staat te betalen.