Groningen|

Noordelijke Fraudekamer volgt afdoeningsvoorstel OM en verdediging niet

De Noordelijke Fraudekamer van de rechtbank Noord-Nederland heeft vier verdachten veroordeeld in een drugs- en fraudezaak. In deze zaak stond ten aanzien van drie verdachten de jarenlange handel in methylfenidaat (ritalin) in binnen- en buitenland centraal, het witwassen van gelden die daaruit voortkwamen, valsheid en geschrift en witwassen van gelden uit factuurfraude. Daarnaast is ten aanzien van een van deze verdachten en een vierde verdachte oplichting en flessentrekkerij bewezen verklaard, dat zich afspeelde rondom bouwprojecten in Onnen en Oosterhesselen.

Afdoeningsvoorstel

De vier verdachten en de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. hebben kort voor de inhoudelijke behandeling van de zaak een afdoeningsvoorstel gepresenteerd, waarin zij overeenstemming hebben bereikt over het erkennen van de feiten, de eis, de vorderingen benadeelde partij en de ontnemingsvorderingen. In dit voorstel is opgenomen dat - eventueel na aftrek van het voorarrest van 100 dagen - geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer zou moeten worden opgelegd, maar alleen voorwaardelijke gevangenisstraffen en/of (voorwaardelijke) taakstraffen. Daarnaast heeft een van de verdachten regelingen getroffen met alle benadeelde partijen en deze bedragen aan hen voldaan.

Rechtbank volgt het afdoeningsvoorstel niet

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. is niet meegegaan in dit voorstel. Hoewel het de verdediging en de officier van justitie vrij staat een afdoeningsvoorstel in te brengen, biedt de wet in de ogen van de rechtbank thans geen grondslag voor het één op één overnemen van de inhoud van een dergelijk voorstel in het vonnis, zonder een daaraan voorafgaande actieve en inhoudelijke beoordeling ten aanzien van bijvoorbeeld de schuldvraag en de strafoplegging. 

Bewezenverklaring en strafoplegging

De rechtbank komt deels tot een andere bewezenverklaring dan geëist. Daarnaast vindt de rechtbank dat de eisStrafrecht: Straf die de verdachte volgens de officier van justitie zou moeten krijgen. Civiel recht: wat iemand in een rechtszaak eist van de tegenpartij. absoluut geen recht doet aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank heeft ten aanzien van alle verdachten een (aanzienlijk) hogere straf opgelegd dan geëist: onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van 3 jaren en 12 maanden, een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf van 280 dagen met daarbij een taakstrafWerkstraf van 150 uren en een voorwaardelijke taakstraf van 80 uren.