Man veroordeeld voor gekwalificeerde doodslag in Heeg
Geldbedrag overgeboekt

De veroordeelde heeft het slachtoffer, een boekhouder, in zijn kantoor in Heeg opgezocht. Hij heeft het slachtoffer gedwongen zijn bankpas en pincode af te staan, en daarmee € 17.000,- overgeboekt naar de bankrekening van zijn ex-schoonzoon. Vervolgens heeft hij een mail verzonden aan zijn ex-schoonzoon, waardoor het moest lijken alsof dit een nabetaling uit een erfenis was. In deze mail was ook vermeld dat het geld gedeeld moest worden met de veroordeelde.
Geen noodweerexces, zelfdoding in scene gezet
Daarna is het slachtoffer met een touw verwurgd. Veroordeelde heeft zelf verklaard dat het slachtoffer eerst bij hem het touw om de hals deed, waartegen hij zich in paniek zou hebben verdedigd door de lus om de hals van het slachtoffer te doen. Dit leidde tot de verwurging (noodweerexcesAls iemand de grens overschrijdt van de noodzakelijke verdediging (noodweer), bijvoorbeeld omdat hij in paniek raakt, kan sprake zijn van noodweerexces. De dader is dan niet strafbaar.). De rechtbank volgt dat verweer echter niet, omdat dit alternatieve scenario oncontroleerbaar is en deels wordt tegengesproken door technisch bewijs. De rechtbank is van oordeel dat de veroordeelde heeft geprobeerd om een zelfdoding in scène te zetten. Hij heeft later een deel van het verdwenen geld gebruikt om zijn schulden af te lossen.
Strafoplegging
Bij de strafoplegging heeft de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. meegewogen dat de veroordeelde voor eigen gewin iemand het leven heeft ontnomen, waarbij hij zeer berekenend te werk is gegaan. Naast de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 16 jaar moet de man ook materiële en immateriële schadeSchade die veroorzaakt is door verdriet, smart of geestelijk gemis. Deze schade is (in tegenstelling tot materiële schade) niet direct in geld uit te drukken. De vergoeding die wordt uitgekeerd om immateriële schade te vergoeden heet smartengeld. vergoeden, tot een bedrag van in totaal € 41.810,06 aan de nabestaanden. Een deel van dat bedrag wordt aangewend voor het opstellen van een gedenkmonument voor het slachtoffer.