Assen|

Gevangenisstraffen en vrijspraak in xtc-zaak Emmen

 Op vrijdag 15 november heeft de rechtbank uitspraak gedaan in een zaak waarin zeven personen werden verdacht van betrokkenheid bij de productie, verkoop en export van xtc in Emmen en Westerbork. Door de officier van justitie waren straffen variërend van drie tot acht jaar geëist, de officier van justitie beriep zich daarbij op straffen die in eerdere xtc zaken door de rechter waren opgelegd.

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. heeft één van de verdachten, een man uit Westerbork vrijgesproken. De rechtbank vond dat niet kon worden bewezen dat deze man wist dat zijn woning werd gebruikt als werkplaats voor het bewerken van xtc. Ook vond de rechtbank dat een deel van de verdachten een minder grote rol had dan door de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. werd aangenomen. Een 60-jarige man uit Emmen werd gezien als de spil in het geheel, hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Hij vormde naar het oordeel van de rechtbank, samen met twee anderen, een criminele organisatie die zich bezighield met het verwerken, verkopen en exporteren van xtc. Deze twee mannen, uit Groningen en Emmen, werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar. De rechtbank kwam tot aanzienlijk lagere straffen dan door de officier van justitie was gevorderd. De rechtbank overwoog daarbij dat de omvang van de export beperkt was, het betrof een korte periode, terwijl er geen sprake was van grootschalige export, het ging om export van gebruikershoeveelheden. Verder was de rechtbank van oordeel dat de door de officier aangehaalde eerdere rechtspraak ging om zaken van een veel ernstiger aard en omvang. Aan de overige drie verdachten werd een gevangenisstraf opgelegd gelijk aan het voorarrest, deels met een forse taakstraf.