Groningen|

Beperkingen betoging Stichting Schreeuw om Leven

De burgemeester van Groningen heeft in redelijkheid beperkingen kunnen stellen aan de door de Stichting Schreeuw om Leven gehouden demonstratie voor een abortuskliniek. Dat is het oordeel van de rechtbank Noord-Nederland in de procedure van deze Stichting. De beperking hield onder andere in dat de Stichting niet meer op het trottoir voor de kliniek mocht demonstreren. 

Het recht op betoging

Het recht op betoging is neergelegd in artikel 11, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 9, eerste lid, van de GrondwetIn de Grondwet staan de grondrechten en plichten van alle Nederlanders. De Grondwet regelt ook de bevoegdheden van het parlement, de ministers en Koning. Ook staat in de Grondwet hoe wetten worden gemaakt en hoe de rechtspraak werkt..  Uit artikel 11, tweede lid, van het EVRM volg dat een beperking van het recht op betoging alleen is toegestaan als de beperking is voorzien bij de wet en die beperking in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van onder andere het voorkomen van wanordelijkheden en voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden.

Was verweerder bevoegd om de betoging te beperken?

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt dat de burgemeester, ter voorkoming van wanordelijkheden, bevoegd was om beperkingen en voorwaarden te stellen. De mate van indringendheid en vastberadenheid waarmee betogers proberen bezoeksters van de abortuskliniek persoonlijk aan te spreken op ethische kwesties, hen achternalopen en hen naroepen met als doel het gesprek voort te zetten, ook nadat is aangegeven dat daar geen prijs op wordt gesteld, maakt naar het oordeel van de rechtbank dat door het gedrag van de betogers sprake is van wanordelijkheden. Verder is de rechtbank van oordeel dat bezoeksters van een abortuskliniek in zekere mate meer bescherming behoeven dan bezoekers van andere openbare locaties. Bij de afweging om beperkingen aan een betoging te stellen heeft de burgemeester ook het verloop en de meldingen naar aanleiding van eerdere betogingen bij de abortuskliniek door de Stichting Schreeuw om Leven mogen betrekken.

Evenredigheid en proportionaliteit

De rechtbank is verder van oordeel dat de door de burgemeester opgelegde beperking aan de betoging evenredig en proportioneel is. De Stichting behoudt de mogelijkheid om bezoeksters van de abortuskliniek aan te spreken, maar de beperking voorkomt dat bezoeksters achterna worden gelopen tot aan de ingang van de abortuskliniek. Voor de Stichting is het nog steeds mogelijk om op enige afstand van de ingang van de abortuskliniek, maar in het zicht van de doelgroep van de demonstratie, haar gedachten en opvattingen kenbaar te maken.