7 jaar gevangenisstraf voor doodslag eigen broer
Hevige emotie

Het gebruikte vuurwapen met de daarbij horende scherpe munitie had hij al enige tijd in zijn bezit. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. gaat er vanuit dat hij met het vuurwapen heeft geschoten vanuit een plotselinge hevige emotie, na een verbale ruzie met zijn broer. Van planmatig handelen is volgens de rechtbank geen sprake. Er is dus sprake van doodslag en niet van moord.
Gevangenisstraf
De rechtbank veroordeelt verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. tot een gevangenisstraf van 7 jaren. Dit is gelijk aan de straf die de officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. op de zitting heeft gevorderd. De rechtbank houdt daarbij rekening met de rapporten van de gedragsdeskundigen. Zij hebben vastgesteld dat verdachte heeft te kampen met aanzienlijke psychische problemen. Het strafbare handelen valt verdachte daarom in sterk verminderde mate toe te rekenen.
Maatregel
Naast de gevangenisstraf heeft de rechtbank een gedrag beïnvloedende of vrijheidsbenemende maatregelEen maatregel kan worden opgelegd na het begaan van een strafbaar feit. Er kunnen maatregelen worden opgelegd in plaats van een straf of naast een straf. Voorbeelden zijn: terbeschikkingstelling (tbs), plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, onttrekking van voorwerpen aan het verkeer. opgelegd om, na het uitzitten van de gevangenisstraf en een voorwaardelijke invrijheidstellingAls iemand is veroordeeld tot een gevangenisstraf die geheel onvoorwaardelijk is en langer duurt dan 1 jaar, hoeft de veroordeelde die straf doorgaans niet helemaal uit te zitten. Door de officier van justitie worden voorwaarden voor invrijheidstelling opgelegd, zoals het volgen van een vaardigheidstraining, elektronisch toezicht of een contactverbod. De veroordeelde mag in ieder geval niet opnieuw de fout ingaan., mogelijk toekomstige risico’s op herhaling te ondervangen. De beoordeling van de noodzaak om deze maatregel ten uitvoer te leggen zal pas in de laatste fase van de detentie en een voorwaardelijke invrijheidstelling plaatsvinden.