Albert Heijn mocht portret voetballer ADO Den Haag gebruiken in promotie-uitingen

De toenmalig speler van ADO Den Haag heeft supermarktketen Albert Heijn aangesproken wegens het gebruik van zijn portret in promotie-uitingen voor de landelijke voetbalplaatjesactie in januari en februari 2019. Het ging om promotie-uitingen op posters en in berichten op sociale media. In deze uitingen zijn reproducties gebruikt van voetbalplaatjes van verschillende spelers. Maar volgens de speler had Albert Heijn alleen toestemming zijn portret op het voetbalplaatje zelf te gebruiken en niet in de promotie-uitingen daarvan.
Oordeel rechter
De kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. heeft de vorderingen van de speler afgewezen. De basis van de toestemming die Albert Heijn heeft gekregen is artikel 22 cao voor contractspelers betaald voetbal Nederland 2017-2021. Op grond van deze bepaling heeft Albert Heijn voor de voetbalplaatjesactie toestemming het portret van de speler te gebruiken ten behoeve van de ‘exploitatie van de collectieve commerciële rechten’ van de eredivisieclubs en hun spelers.
Volgens de kantonrechter valt de manier waarop het portret van de speler door Albert Heijn in de promotie-uitingen is gebruikt binnen de cao. Dit omdat de uitingen niet zijn gericht op de populariteit van een individuele speler, maar op het collectief, oordeelt de rechter. De uitingen zijn niet los te zien van de context van de spaaractie die ook bij uitstek op het collectief is gericht: het verzamelen van alle plaatjes. Albert Heijn mocht er daarom vanuit gaan dat zij het portret van de speler op deze manier mocht gebruiken.