Straffen voor het wegmaken van bij misdrijf gebruikte wapens in Purmerend

Vete
Het incident op 12 februari 2024 was een escalatie van een al langer durende vete tussen twee rivaliserende groepen jongeren in Purmerend. Er is een scala aan incidenten aan voorafgegaan, waaronder mishandelingen, ontploffingen, wederrechtelijke vrijheidsberoving en steekpartijen. De (meerderjarige) hoofdverdachten, waaronder de vermeende schutter, moeten later dit jaar voor de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. verschijnen.
De rechtbank moet bepalen of en wanneer de verdachten het wapen of het mes in hun bezit kregen en of zij op dat moment wisten dat de wapens bij het incident op 12 februari waren gebruikt. De rechtbank heeft het bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. vooral gebaseerd op telefoonverkeer en berichten op social media. De verdachten hebben zowel tijdens het onderzoek als op de zitting grotendeels gezwegen.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank vindt bewezen dat de vijf verdachten de daders van de schiet- en steekpartij hebben geholpen. Zij hebben sporen vernietigd en verborgen. Hierdoor belemmerden zij de opsporing van zeer ernstige strafbare feiten. Het gebruikte vuurwapen is tot op heden niet teruggevonden. De rechtbank rekent dit de verdachten zwaar aan en maakt zich zorgen over het gemak waarmee de verdachten zich over de wapens hebben ontfermd.
Bij het bepalen van de straffen heeft de rechtbank, behalve op de hoeveelheid feiten en de aard en de ernst daarvan, gelet op de mate van hun betrokkenheid bij het wissen van de sporen van de schiet- en steekpartij. De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder meegenomen dat alle verdachten op jonge leeftijd hebben meegewerkt aan het wegmaken van een vuurwapen of een mes en deze wapens ook daadwerkelijk in hun bezit hebben gehad. Dit, terwijl de verdachten wisten dat deze wapens kort daarvoor gebruikt waren bij een dodelijke schietpartij en een ernstig steekincident.
Straf
Twee van de verdachten stonden naast het wissen van de sporen ook terecht voor aanranding en een aantal vermogens- en geweldsdelicten, waaronder een straatroof, een inbraak, het mishandelen en bespugen van een treinconducteur en het bedreigen van een politieman. Een van hen is twee dagen na de schietpartij aangehouden met het mes dat gebruikt is op 12 februari. Hij is veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 327 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van twee jaar. Aan hem is verder een voorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd. De ander is veroordeeld tot een jeugddetentie van 228 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk. Aan beiden is onder andere een contactverbod met medeverdachten opgelegd.
De drie overige verdachten hebben werkstraffen van 90 uur gekregen. Bij een van hen is een deel daarvan, te weten 20 uur, voorwaardelijk opgelegd. Hieraan heeft de rechtbank een proeftijd van een jaar verbonden met de bijzondere voorwaarde dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. zich zal laten begeleiden door de jeugdreclassering.
Vrijspraak
Een zesde verdachte is vrijgesproken, omdat de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat zij wist dat de fles ammoniak die zij heeft gekocht zou worden gebruikt om het mes schoon te maken.