Kan rente van belastbare winst in aftrek worden gebracht

Aankoop aandelen gefinancierd met interne lening
BelanghebbendeIemand die betrokken is bij een besluit of geschil en daar (rechtstreeks) belang bij heeft. is een besloten vennootschap die is opgericht met het oog op het aangaan van een samenwerkingsverband tussen twee banken. Daarbij heeft belanghebbende van een verbonden partij (dat wil zeggen een groepsvennootschap met dezelfde aandeelhouder) aandelen aangekocht in een Luxemburgse vennootschap. De aankoop van deze aandelen is gefinancierd met een lening die is verkregen van één van de bij het samenwerkingsverband betrokken banken (interne lening). Belanghebbende wil de rente op deze lening in aftrek brengen op haar winst. De belastinginspecteur heeft renteaftrek geweigerd en heeft daarvoor in beroep bij de rechtbank een reeks argumenten aangedragen.
Een groot deel van deze argumenten van de belastinginspecteur verwerpt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt.. De rechtbank ziet - anders dan de belastinginspecteur - geen reden de feiten anders te zien (geen schijnhandeling of zelfstandige fiscale kwalificatie). De wettelijke rente-aftrekbeperkingen (in vakjargon heet dat de winstdrainagewetgeving) zijn evenmin van toepassing. Het gaat om ondernemingskosten die in beginsel aftrekbaar zijn van de winst, zoals bij ondernemers in het algemeen geldt.
Aftrek mag worden geweigerd
Aftrek kan echter volgens de rechtbank worden geweigerd op grond van het buitenwettelijke leerstuk fraus legis. Toepassing van dit leerstuk wil niet zeggen dat hiermee sprake is van fraude of bestraffing van belanghebbende of andere betrokkenen. Fraus legis wil zeggen dat sprake is van een constructie die strikt genomen binnen de wettelijke grenzen past, maar zodanig gekunsteld is dat aftrek toch moet worden geweigerd.
Voor dit oordeel van de rechtbank is met name van belang het feit dat de dividenden die de Luxemburgse dochtervennootschap aan belanghebbende betaalt aftrekbaar zijn van de winst van deze Luxemburgse vennootschap, dat deze dividenden bij belanghebbende zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting, dat winsten in belanghebbende zijn gecreëerd om de renteaftrek mogelijk te kunnen maken, dat binnen deze constructie het risico voor betrokkenen is geminimaliseerd met behulp van diverse renteswaps en dat het gerealiseerd belastingvoordeel (aftrek van rente waardoor minder vennootschapsbelasting is verschuldigd) is verdeeld tussen de twee banken.