Twee jongemannen veroordeeld voor seksuele uitbuiting
Slechte pooier

De man uit Vreeland, die een deel van de periode minderjarig was, heeft een aantal weken een 15-jarig meisje gedwongen om in de prostitutie te werken en het geld aan hem te geven. Als zij dit niet zou doen dan zou de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. een seksfilmpje van haar naar haar vrienden en familie sturen. De man heeft het slachtoffer instructies gegeven voor haar werkzaamheden in de prostitutie en hij heeft haar gepromoot om zo klanten voor haar te regelen. Daarnaast liet hij haar ’s avonds laat en ’s nachts alleen met de trein afreizen naar de klanten. De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. noemde de verdachte in dat licht dan ook nog een slechte pooier. De rechtbank onderstreept dat. De man heeft zich op geen enkele wijze bekommerd om de veiligheid van het slachtoffer terwijl hij heeft geprobeerd haar zoveel mogelijk geld afhandig te maken. De rechtbank noemt het zeer zorgelijk dat de 18-jarige verdachte niet de ernst van zijn gedrag lijkt in te zien.
Tippelzone
Ook de 20-jarige Utrechter heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. In ruim een maand tijd heeft hij een 16-jarig meisje geholpen met prostitutiewerkzaamheden op de tippelzone in Utrecht. Een groot deel van het geld dat zij met de werkzaamheden verdiende heeft ze afgegeven aan de verdachte. Pas na een tip heeft de politie een einde kunnen maken aan de werkzaamheden. Mensenhandel is een vergaande manier van uitbuiting waarbij een ernstige inbreuk wordt gemaakt op de fundamentele rechten als menselijke waardigheid en persoonlijke vrijheid. Uit de verklaringen blijkt dat het slachtoffer niet aan het prostitutiewerk was begonnen als zij geen contact had gehad met de verdachte.
Bij minderjarige slachtoffers in dit soort zaken wordt ervan uitgegaan dat zij niet beschikken over een zekere rijpheid om de gevolgen van hun handelingen te kunnen overzien en zelfstandig beslissingen te kunnen nemen. Een eventuele instemming van het slachtoffer om in de prostitutie te werken is dan ook niet relevant. Naast de jeugddetentie en de gevangenisstraf moeten de verdachten zich laten behandelen en mogen ze geen contact opnemen met de slachtoffers.