Man vrijgesproken van brandstichting in winkelcentrum Almere
Brand winkelcentrum
Op 17 maart 2021 breekt er in de avond brand uit in een winkelcentrum in Almere, met forse schade aan diverse bedrijfspanden (van onder meer de Aldi en de Action) tot gevolg. Uit camerabeelden blijkt dat de brand – op enig moment – is ontstaan nadat de man een aansteker op een stapel plastic broodkratten gooit. Hij verklaarde onder meer dat hij in de hal van het winkelcentrum drugs aan het gebruiken was en dat hij er van overtuigd was dat de aansteker leeg was toen hij de aansteker weggooide.
Manipulatie aansteker
De officier van justitieEen officier van justitie is een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie in de rechtszaal. De officier van justitie is verantwoordelijk voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. De officier beslist of iemand voor de rechter moet komen en eist een straf als de verdachte schuldig is. heeft uit de verklaring van verdachte afgeleid dat hij zijn aansteker ‘opgevoerd’ / gemanipuleerd had (om een grotere vlam te krijgen voor het roken van cocaïne). Hierdoor bestond de kans dat de aansteker ook bleef branden nadat het knopje werd losgelaten en werd weggegooid, zo concludeerde de officier van justitie. De rechtbank oordeelt echter dat uit het dossier niet kan worden geconcludeerd of en in hoeverre de aansteker gemanipuleerd was; evenmin kan worden geconcludeerd dat die handeling een grote kans op het ontstaan van zo’n brand met zich bracht.
Camerabeelden van het ontstaan van de brand
Op zitting zijn de camerabeelden van het ontstaan van de brand bekeken. Door simpelweg naar die beelden te kijken wekt het reeds verbazing dat die achteloze handeling van verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. – hij gooit een aansteker weg waarvan het volgens zijn eigen verklaring zijn stellige overtuiging was dat deze leeg was – deze brand tot gevolg kan hebben gehad. Op de camerabeelden is ook te zien dat even daarvoor de man deze aansteker, nadat hij hem had gebruikt, in zijn jaszak had gestopt. Ook toen ging hij er kennelijk vanuit dat de aansteker niet gemakkelijk een vlam bleef geven. Het is dus niet bewezen dat de man met opzet de brand stichtte. Ook kan niet worden bewezen dat hem in strafrechtelijke zin iets te verwijten valt.