Utrecht|

Jeugddetentie voor afpersen caissière uit Utrecht

De rechtbank Midden-Nederland heeft een 20-jarige man uit Utrecht veroordeeld tot 10 maanden jeugddetentie, waarvan 5 maanden voorwaardelijk. De verdachte bedreigde in juli 2019 een caissière van de Albert Heijn in Utrecht. Zij moest van verdachte vals briefgeld omwisselen in haar kassa. Als ze daar niet aan mee zou werken, dreigde de verdachte haar familie iets aan te doen.

Vals geld

Het is de zomer van 2019 als het slachtoffer door de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. wordt gedwongen tijdens haar werk achter de kassa vals briefgeld van € 50,- aan te nemen van verschillende mensen die de verdachte naar binnen stuurt. Als ze hier niet aan mee zou werken, dreigde de verdachte haar familie ‘kapot te maken’. Het slachtoffer verklaarde bang te zijn en de briefjes aan te nemen, om vervolgens de ‘klanten’ terug te betalen met echt wisselgeld.

Mensenhandel

De verklaring van de verdachte dat het slachtoffer zelf met dit idee kwam omdat ze schulden zou hebben, vindt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. ongeloofwaardig. De verdachte heeft het slachtoffer onder zware dreiging handelingen laten uitvoeren die ze niet wilde, om daar vervolgens zelf beter van te worden. In de wet wordt dit aangemerkt als mensenhandel. De verdachte wordt vrijgesproken van het afpersen van een andere caissière. Wel wordt hij veroordeeld voor het bezitten en uitgeven van vals geld en het vernielen van een ruit.

Straf

De verdachte wordt berecht via het jeugdstrafrechtStrafrecht voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Bij het jeugdstrafrecht vinden zittingen achter gesloten deuren plaats. De leeftijdsgrenzen kunnen variëren. 16- en 17-jarigen kunnen volgens de regels van het volwassenenstrafrecht worden berecht als de ernst van het delict, hun persoonlijkheid of de omstandigheden waaronder het feit is begaan daar aanleiding voor geeft. Jongeren van 18 tot 23 jaar kunnen op grond van hun persoonlijkheid volgens de regels van het jeugdstrafrecht berecht worden. De rechter bepaalt welk recht van toepassing is. omdat hij licht verstandelijk beperkt is. De rechtbank ziet het afpersen van de caissière, die later verklaarde nog steeds bang te zijn, als een zwaar vergrijp en veroordeelt de verdachte tot 10 maanden jeugddetentie, waarvan 5 maanden voorwaardelijk. De reden dat deze straf lager is dan de 18 maanden die de officier had geëist, is dat de rechtbank niet alle feiten waarvoor de verdachte was aangeklaagd bewezen vindt. Daarnaast is het volgens de rechtbank belangrijk dat de jonge verdachte meewerkt aan behandelingen die zijn gericht op het verbeteren van zijn leven. Ook moet de verdachte terug naar school en op zoek naar een zomerbaan.