Nederlandse rechter bevoegd in geschil brandstofleverancier Supreme en NAVO
Waar gaat deze zaak over?
Op 7 december 2016 diende in Maastricht een civiele zaak tussen de NAVO-onderdelen Allied Joint Force Command Headquarters Brunssum en Supreme Headquarters Allied Powers Europe (hierna: AJFCH/SHAPE) en brandstofleverancier Supreme. Tussen beide partijen loopt een geschil over brandstoflevering voor de ISAF-missie in Afghanistan. De gedaagdeIn civiel recht: degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht in de dagvaardingsprocedure. Tegenpartij van de eiser. partijen in dat geschil, AJFCH/SHAPE, zijn van mening dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is in deze kwestie. AJFCH/SHAPE vinden dat zij immuniteit van rechtsmacht hebben omdat de ISAF-missie door de VN gemandateerd is.
Oordeel van de rechter
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Limburg oordeelt vandaag dat AJFCH en SHAPE in beginsel, conform het Spaans-criterium van de Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast., functionele immuniteit van rechtsbevoegdheid hebben.
Verder oordeelt de rechtbank dat in het licht van het EVRM AJFCH en SHAPE zich niet kunnen beroepen op het Mothers of Srebrenica-arrest van het EHRM én dat de functionele immuniteit wordt doorbroken, omdat het ontbreken van een redelijke alternatieve rechtsgang in de brandstofcontracten het in artikel 6 van het EVRM gewaarborgde recht op een fair trial illusoir maakt.