Gevangenisstraf voor spookrijder na dodelijk ongeval op snelweg Venray

Op die bewuste zaterdag kwam de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. aan op een camping in Ysselsteyn, waar hij zou gaan wonen met andere arbeidsmigranten die voor hetzelfde uitzendbureau werkten. Laat op de avond besloot hij om terug te keren naar de plek bij Grave waar hij eerder verbleef. Hij had geen rijbewijs, heeft zonder toestemming een bedrijfsbusje gepakt, had onderweg zijn telefoon vast om de navigatie-app te bekijken en reed bij Venray via de afrit de snelweg op richting Nijmegen. Als spookrijder is hij toen frontaal op het busje van de 50-jarige man gebotst. Een andere auto is over de brokstukken van deze botsing gereden en daardoor is de 53-jarige bijrijdster gewond geraakt.
Bloedonderzoek en recht op tegenonderzoek
Bij de bestraffing van dit verkeersongeval was een belangrijke vraag of de verdachte onder invloed van alcohol reed. Zelf zei hij meteen na het ongeval dat hij die avond één blik bier had gedronken, maar het bloedonderzoek gaf later een hoger promillage. Verdachten hebben het wettelijke recht om dit onderzoek te laten overdoen door een tweede deskundige. Deze verdachte heeft dat niet kunnen laten doen, omdat hij de uitslag pas kreeg toen de bewaartermijn van het bloedmonster al voorbij was. Dit komt omdat de politie de uitslag alleen naar de camping in Ysselsteyn had gestuurd, waar de verdachte maar een paar uur was geweest. Bovendien was niet duidelijk of dit adres voor ontvangst van post was bedoeld. De uitslag is niet verstuurd naar de plek bij Grave waar de verdachte in Nederland verbleef of naar het adres in Roemenië waar hij ingeschreven stond en ook de dagvaardingOproep om voor de rechter te verschijnen. voor de strafzitting ontving. Deze beide adressen had de verdachte ook aan de politie opgegeven.
Bewijsuitsluiting
Door een informatiegebrek waar hij zelf niets aan kon doen, heeft de verdachte dus geen gebruik kunnen maken van zijn recht op tegenonderzoek. De wetgever en de Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast. staan niet toe dat het bloedonderzoek dan toch tegen de verdachte mag worden gebruikt. Anders zou hij immers een veel zwaardere straf kunnen krijgen, op basis van bewijsmateriaal dat hij niet heeft kunnen bestrijden door miscommunicatie waar de politie verantwoordelijk voor is. De rechtbank heeft het bloedonderzoek daarom uitgesloten van het bewijs. Verder was er geen bewijs dat de verdachte onder invloed van te veel alcohol heeft gereden, dus de rechtbank heeft hem van dat onderdeel van de verdenking vrijgesproken.
Bestraffing van verkeersmisdrijven
De rechtspraak hanteert uitgangspunten voor de bestraffing van verkeersmisdrijven, die rekening houden met de schuldvariant, de gevolgen en eventueel alcoholgebruik. Uit deze tabel blijkt dat het alcoholgebruik veruit het zwaarst weegt. Omdat de verdachte nu juist daarvan is vrijgesproken, is de opgelegde straf veel lager dan de geëiste straf. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt wel bewezen dat de verdachte roekeloos heeft gereden en heeft daarom 1,5 jaar gevangenisstraf en 3 jaar rijontzegging opgelegd.