Geen veroordelingen voor kindermishandeling

Wat is er gebeurd?
Op 18 april 2018 tussen 9.00 en 10.00 uur past de mannelijke verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. op het zoontje van zijn partner. Vlak na thuiskomst in Sittard constateert de moeder dat haar zoon een grote bult op zijn hoofd heeft. Zij gaat meteen met hem naar de huisarts. De huisarts verwijst haar door en het kind wordt dezelfde avond opgenomen in het ziekenhuis. De volgende dag meldt een kinderarts van het ziekenhuis bij Veilig Thuis het vermoeden dat het letsel is toegebracht. Op 7 mei 2018 mag het jongetje het ziekenhuis verlaten.
Forensisch onderzoek
In opdracht van de rechter-commissaris heeft een forensisch kinderarts een rapport uitgebracht over het letsel. Er is sprake van huidletsel (bijtletsel, blauwe plekken) en buikletsel (inwendige kneuzingen). De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. trekt de volgende conclusies uit het rapport:
- Het is niet te bepalen wanneer of waardoor de zwelling op het hoofd is veroorzaakt.
- De bijtwond is van een mens, maar het is niet duidelijk of het van een kind of een volwassene is en ook niet wanneer het is gebeurd.
- De blauwe plekken zijn toegebracht, maar het is niet vast te stellen wanneer en ook niet of dit één moment was.
- Het buikletsel is ontstaan op 17 of 18 april, maar het forensisch onderzoek kan geen uitsluitsel geven of het een gevolg is van een ongeval of mishandeling.
Op grond van deze conclusies kan de rechtbank van geen enkel letsel vaststellen dat het is veroorzaakt door een mishandeling kort voor de ziekenhuisopname, zoals de beschuldiging luidt. Ook uit de verdere inhoud van het dossier kan de rechtbank niet met zekerheid afleiden dat één of beide verdachten verantwoordelijk zijn voor het toebrengen van het letsel op 18 april 2018. Dit betekent dat – hoewel er wel aanwijzingen zijn dat tenminste een deel van het letsel is toegebracht – er geen overtuigend bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. is dat de verdachten schuldig zijn. Zij worden daarom allebei vrijgesproken.