Maastricht|

Boeiend symposium over 25 jaar bestuursrecht

De Universiteit Maastricht en de rechtbank Limburg organiseerden donderdag 24 oktober 2019 een symposium ter ere van het 25-jarig bestaan van de Algemene wet bestuursrecht. Bij de invoering van deze wet vormde rechtsbescherming voor de burger het uitgangspunt. Natuurlijk is tijdens het symposium ingegaan op de vraag wat er van dat uitgangspunt is terecht gekomen. Ook werd gesproken over hoe maatschappelijk effectief de bestuursrechter is. Verder kwam vragen aan bod als hoe is de relatie tussen het bieden van rechtsbescherming en de regie die de rechter voert? En hoe zorgen we ervoor dat de bestuursrechter er over 25 jaar nog toe doet? Een keur aan sprekers passeerde de revue.

Sander Jansen, universitair hoofddocent bestuursrecht van Universiteit Maastricht, beet voor een gevarieerd publiek van studenten, rechtshulpverleners, advocaten, medewerkers van bestuursorganenOrganisaties die een overheidstaak uitvoeren., medewerkers uit de rechtspraak en de wetenschap de spits af. En hoe! Hij maakte onder meer de vergelijking tussen zijn skate-valpartij en de pogingen van de bestuursrechter om een geschil finaal te beslechten. Zijn conclusie: De Algemene wet bestuursrecht is geen onmogelijke wet voor de toekomst, maar is ook niet ideaal.

Takvor Avedissian, presidentDe voorzitter van een rechtbank, een gerechtshof en van de Hoge Raad heet president. Ook de rechter die een zitting van een rechtbank of hof voorzit, wordt president of voorzitter genoemd. van de Centrale Raad van Beroep, maakte een aantal inleidende opmerkingen over de maatschappelijke betekenis van de rol van de bestuursrechter. Hij deed dit vanuit het perspectief van de Centrale Raad van Beroep. Beschikt de Centrale Raad over voldoende instrumenten om maatschappelijk effectief bezig te zijn? Zijn antwoord: ja! Maar het kan altijd beter.

Daarnaast ging Takvor in op de achtergrond, betekenis en doelen van de Centrale Raad van BeroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter., waarbij ook de samenwerking met de andere hoogste bestuursrechters en doorlooptijden voorbij kwamen. Daarna belichtte hij de werking en de invloed van de Algemene wet bestuursrecht. Hij rondde af met wat wenselijk, nuttig en nodig is om ook in de toekomst als bestuursrechter relevant te kunnen blijven. De tekst van zijn inleiding (pdf, 396 KB) kunt u hier nalezen.

Bart-Jan van Ettekoven, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraakRechtspraak die zich bezighoudt met geschillen over besluiten van een bestuursorgaan. De geschillen kunnen zich zowel tussen particulieren, organisaties en bestuursorganen als tussen bestuursorganen onderling afspelen. Bestuursrecht is de moderne benaming voor wat vroeger administratief recht heette. van de Raad van State, sprak over het toetsen van algoritmische besluiten en het inrichten van een toegankelijke en mensgerichte procedure, een ODR-track. Twee onderwerpen die in de toekomst ontzettend belangrijk zullen worden en dat eigenlijk nu al zijn. Andere landen, zoals Canada, hebben al behoorlijk wat stappen gezet bij het anders inrichten van de procedure. Er staat ons nog veel te doen! We doen het niet voor onszelf, maar voor de burger, die sneller duidelijkheid wil.

De lange doorlooptijden waren het onderwerp in de speech van Alex Brenninkmeijer, lid Europese Rekenkamer, faculteitshoogleraar Universiteit Utrecht en voormalig raadsheerRechter bij het gerechtshof of de Hoge Raad. Ook een vrouwelijke raadsheer wordt raadsheer genoemd, want met een raadsvrouw/raadsman wordt een advocaat bedoeld. en Nationale ombudsman. Die waren vijftien jaar geleden ook al een probleem. In 'het systeem' van de Algemene wet bestuursrecht zijn kennelijk onvoldoende mechanismen die daadwerkelijk tot verbetering hebben geleid. "Bij 25 jaar Algemene wet bestuursrecht constateer ik dat het bestuurs(proces)recht inmiddels een onwaarschijnlijk complex systeem is geworden en dat die complexiteit in steeds opgaande lijn gaat. Over de toepassing van de Awb in concrete gevallen bestaat te veel rechtsonzekerheid", aldus Alex.

In het slotwoord van Martina Bijker-Veen, rechterlijk bestuurslid rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Limburg benadrukte zij het belang om de doorlooptijden omlaag te krijgen. "Dat is waar partijen om vragen en dat staat ons te doen. Hoe we dat gaan doen, is nog niet eenvoudig. We zullen er hard aan moeten gaan werken. Het begint bij bewustwording en daarom is dit symposium zo zinvol."

Zowel organisatie als deelnemers kijken terug op een aangenaam symposium, met interessante sprekers en boeiende vragen vanuit het publiek. Op naar het volgende 25 jarig jubileum?