5 jaar gevangenisstraf voor oplichting

Identiteitsfraude?
De man, 57 jaar oud en Tunesiër van geboorte, genaamd G., heeft tegenover de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. volgehouden dat hij niet G. is, maar S., geboren in Liverpool in Groot-Brittannië. Hij zegt dat hij niet degene is die identiteitsfraude heeft gepleegd, maar dat hij daar juist zelf het slachtoffer van is.
De rechtbank komt tot de conclusie dat hij niet S. kan zijn, omdat de persoon die de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. zegt te zijn in 1979 overleden is. De verdachte heeft bovendien in 2001 terechtgestaan voor soortgelijke feiten en in die zaak al toegegeven dat hij G. is.
Alleen civiele geschillen?
De verdediging heeft betoogd dat geen sprake is geweest van oplichting of flessentrekkerij omdat de verdachte altijd de intentie heeft gehad de aangevers te betalen. Die zouden hun zaken dus alleen aan de civiele rechter kunnen voorleggen. De rechtbank komt tot de conclusie dat die intentie er niet is geweest: er is een patroon te zien in het gedrag van de verdachte. Hij maakt gebruik van meerdere oplichtingsmiddelen, zoals het zich onder een valse naam voordoen als rijke zakenman en het laten zien van vele valse documenten. Volgens de rechtbank is hij er van begin af aan op uit geweest anderen goederen en diensten te laten afgeven zonder te betalen.
5 jaar gevangenisstraf
De rechtbank vindt een lange verwijdering uit de maatschappij de enige passende reactie. Zelfs tegenover de rechtbank vertoont hij zijn praktijken. De vorderingen van de slachtoffers tot schadevergoeding worden, op enkele uitzonderingen na, toegewezen.