Vrijspraak voor betrokkenheid dodelijke schietpartij
Samenwerken
Vaststaat dat de vrouw op het moment van de schietpartij met haar vriend in de horecagelegenheid La Suegra in Den Haag was en dat haar vriend door meerdere getuigen als schutter werd aangewezen. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. kan echter niet vaststellen dat zij op een of andere wijze met haar vriend heeft samengewerkt.
Vuurwapen
Het is niet bewezen dat de vrouw haar vriend behulpzaam is geweest door het vuurwapen de horecagelegenheid binnen te smokkelen. Ook die avond werd bij La Suegra een streng deurbeleid gehanteerd en werden alle klanten grondig gecontroleerd. De vrouw droeg dusdanig weinig en strakke kleding dat een daaronder verborgen vuurwapen zichtbaar geweest zou moeten zijn.
Wapenbezit
De vrouw werd ook ten laste gelegd dat zij in de maanden voor de schietpartij vuurwapens in haar woning had. In het dossier zijn de nodige aanwijzingen dat er daadwerkelijk in haar de woning (of de kelder) vuurwapens aanwezig zijn geweest. Er zijn ook aanwijzingen dat haar zoon en haar vriend iets met die vuurwapens te maken hadden. De rechtbank kon alleen niet vaststellen dat zij daar iets mee te maken had of dat ze wist dat er wapens waren. Tijdens de doorzoeking van haar woning zijn ook geen vuurwapens gevonden.
Ontkomen
Tot slot werd de vrouw ervan verdacht dat zij haar vriend na de schietpartij heeft geholpen om aan de politie te ontkomen of hem verborgen had. Het is echter onduidelijk gebleven of en, zo ja, wanneer ze wist dat haar vriend in La Suegra had geschoten en tot welk moment zij na het vertrek uit La Suegra bij elkaar zijn gebleven. Ook voor dit feit zag de rechtbank onvoldoende bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. om tot een veroordeling te komen.