Uitspraken voorzieningenrechter over aan Chemours opgelegde lasten onder dwangsom

De besluiten
In het besluit van 30 augustus 2023 heeft de provincie Zuid-Holland aan Chemours een last onder dwangsomBedrag dat iemand moet betalen als hij niet voldoet aan een verplichting die hem door de rechter is opgelegd. In het bestuursrecht is het een bedrag dat iemand moet betalen als niet voldaan wordt aan de last die door een bestuursorgaan is opgelegd. opgelegd omdat Chemours de stof trifluorazijnzuur (TFA) op het gemeentelijk riool heeft geloosd.
In het besluit van 5 december 2023 heeft de provincie Zuid-Holland een last onder dwangsom opgelegd omdat Chemours bij het onderhoud van een opslagbol meer HCFK-22 zou hebben uitgestoten dan is vergund.
In beide gevallen heeft de provincie Zuid-Holland besloten dat Chemours deze overtredingen moet beëindigen en dat zij anders een dwangsom moet betalen.
De verzoeken
Chemours heeft tegen deze besluiten bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. gemaakt en heeft de voorzieningenrechter verzocht om de besluiten te schorsen.
Uitspraak TFA – besluit 30 augustus 2023
Het verzoek van Chemours dat betrekking heeft op het besluit over TFA is door de voorzieningenrechter afgewezen. Dit betekent dat Chemours geen gelijk krijgt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het lozen op het riool van TFA niet is vergund en Chemours hierdoor een overtredingLicht strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel berecht door de sector kanton van de rechtbank, misdrijven door de strafsector van de rechtbank. begaat. De voorzieningenrechter ziet in wat Chemours naar voren heeft gebracht, geen reden om dit besluit te schorsen. Dit betekent dat Chemours de lozing van TFA moet beëindigen. Als zij dat niet doet, moet zij een dwangsom betalen van € 125.000,- per overtreding tot een maximum van € 1.250.000,-.
Uitspraak HCFK-22 – besluit 5 december 2023
Het verzoek van Chemours dat betrekking heeft op het besluit over HCFK-22 is door de voorzieningenrechter toegewezen. Dit betekent dat Chemours gelijk krijgt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een overtreding. De provincie Zuid-Holland vindt dat de HCFK-22 die vrijkomt bij het onderhoud van de opslagbol valt onder de zogeheten vergunde jaarvracht. De voorzieningenrechter oordeelt dat Chemours terecht heeft gesteld dat dit niet het geval is. Er is daarom geen sprake van een overtreding van het door de provincie Zuid-Holland genoemde vergunningvoorschrift over de jaarvracht. De voorzieningenrechter heeft daarom het besluit geschorst tot na de beslissing op bezwaar.
Voorlopig oordeel
Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. in een (eventueel) bodemgeding niet.